Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringswet Bewijsverdrag

Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Wet van 11 december 1980, houdende uitvoering van het op 18 maart 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er aanleiding bestaat om voorzieningen te treffen tot uitvoering van het op 18 maart 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt onder "het verdrag" verstaan: het op 18 maart 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken, waarvan de Franse en de Engelse tekst in Tractatenblad 1969, nr. 94 alsmede de vertaling in het Nederlands in Tractatenblad 1979, nr. 38 is geplaatst.

Artikel 2

Als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 2 van het verdrag, wordt voor Nederland aangewezen de rechtbank Den Haag.

Artikel 3

Rogatoire commissies, waarvan de toezending niet is geschied overeenkomstig de voorschriften van het verdrag, worden door de ontvanger onder opgaaf van redenen toegezonden aan de centrale autoriteit.

Artikel 4

  • 1 Als de autoriteit door welke overeenkomstig de bepalingen van het verdrag de uitvoering geschiedt van rogatoire commissies, afkomstig uit de Staten waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de rechtbank.

  • 2 De rechter voert de rogatoire commissie onverwijld uit.

Hoofdstuk II. De behandeling van uit een verdragsstaat ontvangen rogatoire commissies

Artikel 5

  • 1 De centrale autoriteit gaat na of de rogatoire commissie voldoet aan de bepalingen van het verdrag.

  • 2 Is de centrale autoriteit van oordeel dat de rogatoire commissie voldoet aan de bepalingen van het verdrag, dan zendt deze de rogatoire commissie toe aan de rechtbank binnen wier gebied de uitvoering moet geschieden. Deze rechtbank is aan deze toezending gebonden. In geval van een getuigenverhoor of deskundigenonderzoek wordt de rogatoire commissie uitgevoerd door de rechtbank binnen wier gebied de getuigen of deskundigen, of het grootste aantal van hen woonachtig zijn of verblijven. Indien de uitvoering van de rogatoire commissie in verschillende rechtsgebieden dient plaats te vinden, is elk van de rechtbanken van deze rechtsgebieden bevoegd de commissie in haar geheel uit te voeren.

  • 3 De rogatoire commissie kan worden verwezen naar de kantonrechter. De kantonrechter is aan deze verwijzing gebonden.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het tweede lid nadere regels worden gesteld.

Artikel 6

  • 1 Is de centrale autoriteit van oordeel dat de rogatoire commissie niet voldoet aan de bepalingen van het verdrag, dan stelt de centrale autoriteit de autoriteit van de verzoekende Staat die de rogatoire commissie heeft overgemaakt onverwijld daarvan in kennis en doet daarbij nauwkeurige opgave van de bezwaren welke tegen het verzoek zijn gerezen.

  • 2 De in het voorgaande lid bedoelde mededeling moet worden gesteld of vertaald in de taal waarin het verzoek is gesteld of vertaald, indien dit is het Duits, Engels, Frans of Nederlands. In andere gevallen moet de mededeling in het Engels worden gesteld.

  • 3 Een rogatoire commissie die betrekking heeft op een procedure welke in de Staten waar de "common law" geldt bekend is als "pre-trial discovery of documents", wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande leden.

Artikel 7

Oordeelt de centrale autoriteit dat artikel 12, eerste lid, onder b, van het verdrag van toepassing is, dan zendt deze de stukken onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist.

Artikel 8 [Vervallen per 01-12-2008]

Artikel 9 [Vervallen per 01-12-2008]

Artikel 10

De rechter die met de uitvoering van de rogatoire commissie is belast kan, indien hij zulks voor een goede uitvoering nodig oordeelt, de stukken door een beëdigd vertaler in het Nederlands doen vertalen. Hij kan daartoe de tussenkomst van de centrale autoriteit verzoeken. De kosten van de vertaling zijn kosten als bedoeld in artikel 13.

Artikel 11

  • 1 Op het verhoor van personen ter zake van rogatoire commissies vinden zoveel mogelijk de bepalingen van de Nederlandse wet toepassing, als gold het een geding voor een Nederlandse rechter.

  • 2 De rechter kan bepalen welke der partijen zorg draagt voor de oproeping uit hoofde van de uitvoering van een rogatoire commissie. Oproepingen die niet door een der partijen worden verricht geschieden door de griffier van de rechtbank. De artikelen 171, 172, 173 en 178 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn op het verhoor van getuigen van overeenkomstige toepassing.

  • 3 De rechter geeft toepassing aan een verschoningsrecht of een verbod tot het afleggen van een verklaring overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van het verdrag en oordeelt zelfstandig over de erkenning van een verschoningsrecht of een verbod als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het verdrag.

Artikel 12

Van de uitvoering van de rogatoire commissie wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 13

Alle kosten van de uitvoering van rogatoire commissies komen ten laste van de Staat, behoudens de kosten bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het verdrag en de kosten welke met toepassing van artikel 26, tweede lid, van het verdrag worden verhaald.

Artikel 14

De rechter die de rogatoire commissie heeft uitgevoerd zendt het proces-verbaal daarvan, zonodig vergezeld van een opgave van de kosten welke niet ten laste van de Staat komen, aan de centrale autoriteit.

Artikel 15

  • 1 De centrale autoriteit zendt het proces-verbaal van uitvoering van de rogatoire commissie onverwijld en zonder dat een vertaling wordt bijgevoegd aan de verzoekende autoriteit van de Staat waaruit de commissie is ontvangen, langs dezelfde weg die deze heeft gebruikt.

  • 2 Is de rogatoire commissie niet of slechts ten dele uitgevoerd, dan doet de centrale autoriteit de verzoekende autoriteit daarvan mededeling onder opgave van de redenen. Artikel 6, tweede lid, is van toepassing.

  • 3 Zijn met de uitvoering van de rogatoire commissie kosten gemoeid geweest welke niet ten laste van de Staat komen, dan doet de centrale autoriteit daarvan opgave aan de verzoekende autoriteit, met verzoek die kosten te vergoeden.

Artikel 15a

Een afwijzende beslissing op grond van artikel 5, artikel 9, tweede lid, en artikel 12, eerste lid, onder a, van het verdrag wordt beschouwd als een beschikking waartegen voor partijen in de hoofdprocedure hoger beroep openstaat overeenkomstig de vierde afdeling van titel 7 van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande dat het hoger beroep de werking niet schorst, tenzij de rechter anders heeft bepaald, en dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de dag van de beslissing.

Hoofdstuk III. Rogatoire commissies door de Nederlandse rechter opgedragen

Artikel 16

  • 1 Indien door de Nederlandse rechter overeenkomstig de voorschriften van het verdrag een rogatoire commissie wordt opgedragen aan de bevoegde autoriteit van een der Staten waar het verdrag van kracht is, zendt de griffier de stukken aan de in artikel 2 van het verdrag bedoelde centrale autoriteit van die Staat, hetzij aan een andere autoriteit die overeenkomstig artikel 24 van het verdrag tevens is aangewezen tot het in ontvangst nemen van rogatoire commissies.

  • 2 De stukken gaan vergezeld van een door een beëdigd vertaler vervaardigde vertaling in de taal van de aangezochte autoriteit dan wel, indien artikel 4, tweede of vierde lid, van het verdrag voor de betreffende Staat van toepassing is, in het Frans, het Engels of een andere taal waarin een rogatoire commissie aan de centrale autoriteit van die Staat kan worden gericht. De rechter kan bepalen welke der partijen zorg draagt voor en de kosten betaalt van deze vertaling.

Artikel 17

  • 1 De rogatoire commissie moet de volgende gegevens bevatten:

    • a) de naam van de verzoekende autoriteit en, indien mogelijk, die van de aangezochte autoriteit;

    • b) de namen en adressen van de partijen en, zonodig, van hun vertegenwoordigers;

    • c) de aard en het onderwerp van het geding alsmede een beknopte uiteenzetting van de feiten;

    • d) de onderzoekshandeling of andere gerechtelijke handeling die moet worden verricht.

  • 2 Voor zover nodig vermeldt de rogatoire commissie bovendien:

    • a) de namen en adressen van de te horen personen;

    • b) de vragen welke aan de te horen personen moeten worden gesteld, dan wel de feiten waarover zij moeten worden gehoord;

    • c) de stukken of andere voorwerpen welke moeten worden onderzocht;

    • d) of de verklaring onder ede of onder belofte moet worden afgenomen en eventueel de formule welke daarbij moet worden gebruikt;

    • e) de bijzondere vorm waarvan de toepassing wordt verlangd overeenkomstig artikel 9 van het verdrag.

  • 3 De rogatoire commissie vermeldt tevens zonodig de inlichtingen welke nodig zijn voor de toepassing van artikel 11 van het verdrag.

Artikel 18

  • 2 De griffier betaalt de in het voorgaande lid bedoelde kosten en vergoedingen aan de centrale autoriteit van die aangezochte Staat en brengt deze, voorzover zij in een veroordeling in de proceskosten plegen te worden begrepen, in rekening bij de eiser of verzoeker, tenzij de rechter daartoe in verband met de omstandigheden van het geding de gedaagde, de eiser en gedaagde gezamenlijk, een of meer andere belanghebbenden of dezen met de verzoeker gezamenlijk heeft aangewezen. Met betrekking tot de terugbetaling van de vergoeding voor deskundigen zijn de derde tot en met vijfde volzin van artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. In de in deze zinnen bedoelde gevallen zijn de artikelen 199, derde lid, en 244, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19

De rechter stelt zonodig de dag vast, waarop de zaak weder ter rolle zal worden opgeroepen.

Artikel 20

  • 1 De processen-verbaal van de uitvoering der rogatoire commissies hebben gelijke kracht als die van de Nederlandse rechter.

  • 2 Andere stukken betreffende de uitvoering van een handeling tot het verkrijgen van bewijs of een andere gerechtelijke handeling hebben een gelijke kracht als Nederlandse stukken met betrekking tot eenzelfde handeling.

Hoofdstuk IV. Uitvoering van de artikelen 8 en 17 van het verdrag

Artikel 21

  • 1 De autoriteit, bedoeld in artikel 8, tweede zin, van het verdrag, die toestemming moet verlenen aan een rechterlijke ambtenaar van de verzoekende autoriteit tot het bijwonen van de uitvoering van een rogatoire commissie is: de rechter die met de uitvoering van de rogatoire commissie is belast.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde rechter kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden die hij uit het oogpunt van een goede procesorde nuttig of noodzakelijk acht.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden.

Artikel 22

  • 1 De autoriteit, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder a) van het verdrag, die verlof moet verlenen tot de uitvoering van onderzoekshandelingen door een daartoe benoemde commissaris is: de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de onderzoekshandeling moet worden verricht. In geval van een getuigenverhoor of deskundigenverhoor is dit het arrondissement waar de getuigen of deskundigen, of het grootste aantal van hen, woonachtig zijn of verblijven.

  • 2 De voorzieningenrechter kan aan het verlof voorwaarden verbinden die hij uit het oogpunt van een goede procesorde nuttig of noodzakelijk acht. Hij kan bepalen dat het onderzoek of verhoor geschiedt in het gerechtsgebouw onder toezicht van een door hem aan te wijzen rechter.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden.

  • 4 Het in het eerste lid bedoelde verlof wordt, onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid, slechts verleend wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden:

    • a). De betrokken getuige of deskundige moet behoorlijk zijn opgeroepen bij een oproeping die is gesteld in het Nederlands of vergezeld gaat van een vertaling in het Nederlands. De oproeping moet bovendien vermelden:

      • - de gegevens en een korte omschrijving van de procedure waarin het onderzoek of het verhoor is verzocht alsmede de rechter van wie het verzoek afkomstig is;

      • - dat de verschijning vrijwillig geschiedt en dat een weigering om te verschijnen, de eed of de belofte af te leggen of een verklaring af te leggen, niet kan leiden tot enigerlei maatregel of straf van welke aard ook tegen de betrokkene, noch in Nederland, noch in de Staat waar de procedure aanhangig is;

      • - dat de betrokkene zich kan doen bijstaan door een raadsman;

      • - dat de betrokkene zich overeenkomstig artikel 11 van het verdrag kan beroepen op een recht van verschoning of een verbod tot het afleggen van een verklaring;

      • - dat de kosten van verschijning door de met het onderzoek belaste commissaris worden vergoed.

    • b). Een afschrift van de onder a) bedoelde oproeping moet worden toegezonden aan de voorzieningenrechter.

    • c). Het verzoek moet de reden aangeven, waarom de onderzoekshandeling aan de commissaris is opgedragen, alsmede de hoedanigheid van de commissaris, tenzij een in Nederland bevoegde advocaat als zodanig is aangewezen.

    • d). De kosten van de uitvoering van de onderzoekshandeling, met name de kosten van de getuigen, deskundigen of tolken, moeten worden vergoed.

Slotbepaling

Artikel 23

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lage Vuursche, 11 december 1980

Beatrix

De Minister van Justitie,

J. de Ruiter

Uitgegeven de negentiende december 1980

De Minister van Justitie,

J. de Ruiter