Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

EEG-IJkregeling taxameters[Regeling vervallen per 01-02-2007.]

Geldend van 01-01-2001 t/m 31-01-2007

EEG-IJkregeling taxameters

De Staatssecretaris van Economische Zaken Th. M. Hazekamp,

Gelet op artikel 23 van de IJkwet 1937 (Stb. 627) en de artikelen 7, 19a en 28 van het Algemeen EEG-IJkbesluit (Stb. 1978, 168);

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2007]

Deze regeling geldt ten aanzien van taxameters als nader omschreven in punt 1.1 van de bij deze regeling behorende bijlage, met uitzondering van elektronische taxameters.

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2007]

De bepalingen van de bij deze regeling behorende bijlage moeten in acht worden genomen bij het verrichten van het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring en bij de gedeeltelijke eerste EEG-ijk.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2007]

[Red: Wijzigt de Algemene EEG-IJkregeling.]

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: EEG-IJkregeling taxameters.

Artikel 5 [Vervallen per 01-02-2007]

  • 1 Deze beschikking wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

  • 2 Zij treedt in werking met ingang van 1 juli 1980.

's-Gravenhage, 27 mei 1980

De

Staatssecretaris

voornoemd,

Th. M. Hazekamp

Bijlage [Vervallen per 01-02-2007]

1. Definities en algemene bepalingen [Vervallen per 01-02-2007]

1.1. Taxameters [Vervallen per 01-02-2007]

Onder taxameters worden verstaan toestellen met behulp waarvan, rekening houdend met de kenmerken van de taxi waarvoor zij zijn bestemd en met de tarieven waarop zij zijn afgesteld, automatisch wordt berekend en op elk ogenblik van gebruik wordt aangewezen welk bedrag de gebruikers van taxi's waarop de taxameters zijn geïnstalleerd, afhankelijk van de afgelegde afstand en – beneden een bepaalde snelheid – van de tijd gedurende welke van de taxi gebruik wordt gemaakt, verschuldigd zijn.

1.2. Taxi's [Vervallen per 01-02-2007]

Onder taxi's worden verstaan auto's voor personenvervoer als bedoeld in artikel 1, onder j, van de Wet personenvervoer 2000.

1.3. Geldende voorschriften [Vervallen per 01-02-2007]

Geldende voorschriften Onder geldende voorschriften worden verstaan voorschriften die voor een taxameter gelden in de EER-Staat waar de desbetreffende taxameter op de markt zal worden gebracht.

1.4. Speciale termen [Vervallen per 01-02-2007]

De aanwijzing van de taxameter is – het basistarief buiten beschouwing gelaten – afhankelijk van de constante k van de taxameter en van een coëfficient die kenmerkend is voor de taxi waarvoor de taxameter bestemd is.

1.4.1. Constante k van de taxameter [Vervallen per 01-02-2007]

De constante k van een taxameter is een kenmerkende grootheid die de aard en het aantal van de signalen aangeeft die de taxameter moet ontvangen om een juiste aanwijzing te geven overeenkomende met een bepaalde afgelegde afstand.

Deze constante k wordt uitgedrukt:

  • a. in ‘omwentelingen per kilometer’ (tr/km) of

  • b. in ‘impulsen per kilometer’ (imp/km),

    naar gelang de gegevens betreffende de door de taxi afgelegde afstand in de taxameter worden ingevoerd in de vorm van een aantal omwentelingen van de aandrijfas (aandrijvende as aan de ingangszijde van de meter) dan wel in de meter worden ingevoerd in de vorm van elektrische signalen.

1.4.2. Aanpassingsinrichting [Vervallen per 01-02-2007]

De aanpassingsinrichting is een inrichting die bedoeld is om de in punt 1.4 bedoelde coëfficient van de taxi aan te passen aan de constante k van de taxameter.

1.4.3. Maximaal toelaatbare foutenzones [Vervallen per 01-02-2007]

De in punt 5 vermelde maximaal toelaatbare foutenzones hebben berekking op de los van de taxi staande taxameter. De maximaal toelaatbare foutenzone is het maximale toegelaten verschil tussen de grootste en de kleinste van de aanwijzingen.

1.4.4. Omschakelingssnelheid [Vervallen per 01-02-2007]

De omschakelingssnelheid is de snelheid waarbij de basis van de aandrijving van de aanwijsinrichting van de taxameter omschakelt van tijd op afgelegde afstand of omgekeerd.

Deze snelheid dient te zijn de snelheid die verkregen wordt door het tijdtarief te delen door het afstandtarief.

2. Meeteenheden [Vervallen per 01-02-2007]

De aanwijzingen van de taxameters en de op de taxameters voorkomende gegevens dienen te worden uitgedrukt in dfe volgende meeteenheden:

  • -

    meter of kilometer voor de afstand;

  • -

    seconde, minuut of uur voor de tijd.

3. Technische voorschriften [Vervallen per 01-02-2007]

3.1. Meetinrichting – rekeninrichting [Vervallen per 01-02-2007]

3.1.1 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameter moet zodanig zijn vervaardigd dat de prijs van de rit uitsluitend op basis van de volgende gegevens wordt berekend en aangewezen:

  • a. de afgelegde afstand (aandrijving op basis van de afgelegde afstand) wanneer de snelheid van de taxi groter is dan de omschakelingssnelheid;

  • b. de tijd (aandrijving op basis van de tijd) wanneer de snelheid van de taxi kleiner is dan de omschakelingssnelheid of wanneer de taxi stilstaat.

3.1.2 [Vervallen per 01-02-2007]

De aandrijving op basis van de afgelegde afstand dient te kunnen geschieden door middel van de wielen van de taxi waarvoor de taxameter bestemd is. De taxameter moet zodanig uitgevoerd zijn dat het achteruitrijden van de betrokken taxi geen vermindering van de aangewezen prijs of afstand ten gevolge kan hebben.

De aandrijving op basis van de tijd dient te geschieden door middel van een uurwerk dat alleen kan worden ingeschakeld door middel van het bedieningsorgaan van de taxameter, bedoeld in punt 3.2.

Indien het uurwerk mechanisch is en met de hand moet worden opgewonden, moet het gedurende een tijdsduur van ten minste acht uur zonder opnieuw te worden opgewonden blijven lopen; deze tijdsduur bedraagt ten minste twee uur indien door elke handeling waarbij de taxameter met de hand in werking wordt gesteld, tevens het uurwerk wordt opgewonden.

Indien een mechanisch uurwerk elektrisch wordt opgewonden moet het opwinden automatisch plaatsvinden. Een elektrisch uurwerk moet op elk ogenblik gereed zijn om in werking te komen.

3.1.3 [Vervallen per 01-02-2007]

Bij de aandrijving op basis van de afgelegde afstand moet voor elk van de tariefstanden de eerste wijziging van de prijsaanwijzing plaatsvinden nadat een bepaalde beginafstand is afgelegd. Deze beginafstand dient in overeenstemming te zijn met de geldende voorschriften. De aanwijsstappen van de prijsaanwijzing met uitzondering van de eerste aanwijsstap moeten overeenkomen met onderling gelijke afstanden.

Bij de aandrijving op basis van de tijd moet voor elk van de tariefstanden de eerste wijziging van de prijsaanwijzing plaatsvinden nadat een bepaalde beginperiode is verstreken. Deze beginperiode dient in overeenstemming met de geldende voorschriften te zijn. De aanwijsstappen van de prijsaanwijzing met uitzondering van de eerste aanwijsstap moeten overeenkomen met onderling gelijke perioden.

Indien geen wijziging van de omschakelingssnelheid plaatsvindt moet de verhouding tussen de beginafstand en de met de volgende aanwijsstappen overeenkomende afstanden, ongeacht de toegepaste tariefstand, dezelfde zijn als de verhouding tussen de beginperiode en de met de volgende aanwijsstappen overeenkomende perioden.

3.1.4 [Vervallen per 01-02-2007]

De aanpassingsinrichting moet zodanig zijn uitgevoerd dat door het openen van het huis van die inrichting geen toegang wordt verkregen tot de overige onderdelen van de taxameter.

3.1.5 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameter moet zodanig ontworpen zijn dat door veranderingen aan de rekeninrichting tariefwijzigingen gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd. Indien het aantal tariefstanden waarop de taxameter kan worden ingesteld groter is dan het aantal tarieven, van toepassing ingevolge de geldende voorschriften, moet in alle overtollige standen een prijs worden berekend en aangewezen die gebaseerd is op een geldend tarief.

3.2. Bedieningsorgaan [Vervallen per 01-02-2007]

3.2.1. Standen van het bedieningsorgaan [Vervallen per 01-02-2007]

De onderdelen van de taxameter mogen uitsluitend in beweging kunnen worden gebracht nadat zij door middel van het bedieningsorgaan in een van de volgen de standen zijn ingeschakeld:

3.2.2. Stand ‘VRIJ’ [Vervallen per 01-02-2007]

In de stand ‘VRIJ’:

  • a. mag geen enkele prijsaanwijzing verschijnen, tenzij de prijsaanwijzing nul is of het bedrag aangeeft overeenkomend met de eerste aanslag, indien ingevolge de geldende voorschriften een eerste aanslag in rekening mag worden gebracht en dit op 21 december 1976 reeds was toegestaan;

  • b. moeten de aandrijving op basis van de afgelegde afstand en de aandrijving op basis van de tijd ontkoppeld zijn van het prijsaanwijzingsmechanisme;

  • c. moet het venster waarin eventueel een toeslag verschijnt (punt 3.3.7) leeg blijven of nul aanwijzen.

3.2.3. Andere standen [Vervallen per 01-02-2007]

Het bedieningsorgaan moet zodanig zijn uitgevoerd dat vanuit de stand ‘VRIJ’ de taxameter in de volgende standen kan worden gebracht:

  • a. in de verschillende tariefstanden in volgorde van toenemend tarief of in een andere volgens de geldende voorschriften vastgestelde volgorde. In deze standen moeten de aandrijvingen op basis van de tijd en op basis van de afgelegde afstand, alsmede het eventueel aanwezige telwerk voor toeslagen ingeschakeld zijn;

  • b. in een stand ‘TE BETALEN’ waarin het verschuldigde eindbedrag wordt aangewezen.

    In deze stand moet de aandrijving op basis van de tijd losgekoppeld zijn en de aandrijving op basis van de afgelegde afstand ingeschakeld zijn. Daarbij moet de aandrijving op basis van de afgelegde afstand zijn ingeschakeld op het tarief volgens de geldende voorschriften.

3.2.4. De gebruiksmogelijkheden van het bedieningsorgaan [Vervallen per 01-02-2007]

De gebruiksmogelijkheden van het bedieningsorgaan dienen zodanig te zijn dat:

  • a. vanuit een willekeurige tariefstand de taxameter niet opnieuw in de stand ‘VRIJ’ kan worden gebracht zonder de stand ‘TE BETALEN’ te passeren; overschakeling van een tariefstand naar een andere moet echter mogelijk zijn;

  • b. vanuit de stand ‘TE BETALEN’ de taxameter niet in een willekeurige tariefstand kan worden geschakeld zonder de stand ‘VRIJ’ te passeren;

  • c. een verandering van tariefstand via de stand ‘VRIJ’ alleen mogelijk is indien bij het passeren van deze stand volledig wordt voldaan aan het bepaalde in punt 3.2.2;

  • d. het onmogelijk is het bedieningsorgaan blijvend in een andere stand te plaatsen dan ‘TE BETALEN’, ‘VRIJ’ of een der tariefstanden.

3.2.5. Automatische inschakeling van tariefstanden [Vervallen per 01-02-2007]

Onverminderd het bepaalde in de punten 3.2.1 tot en met 3.2.4, mag de inschakeling van de verschillende tariefstanden bovendien automatisch plaatsvinden op basis van een bepaalde afgelegde afstand of van een bepaalde gebruiksduur van de taxi. Deze automatische inschakeling dient te geschieden in overeenstemming met de geldende voorschriften.

3.3. Aanwijsinrichting [Vervallen per 01-02-2007]

3.3.1 [Vervallen per 01-02-2007]

Het afleesvlak van de taxameter moet zodanig zijn uitgevoerd dat de aanwijzingen die voor de reiziger van belang zijn zowel bij dag als bij nacht gemakkelijk kunnen worden afgelezen.

3.3.2 [Vervallen per 01-02-2007]

Het verschuldigde bedrag moet gemakkelijk door middel van een reeks van op één lijn geplaatste cijfers met een hoogte van ten minste 10 mm kunnen worden afgelezen.

Bij inwerkingstelling van de taxameter vanuit de stand ‘VRIJ’ door middel van het bedieningsorgaan, moet een vast bedrag, overeenkomend met de eerste aanslag, zichtbaar worden.

De prijsaanwijzing moet vervolgens discontinu met stappen ter grootte van een vast bedrag oplopen.

3.3.3 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameter moet van een inrichting zijn voorzien met behulp waarvan op elk ogenblik op het afleesvlak de ingeschakelde bedrijfsstand wordt aangegeven. De wijze van aangeven dient in overeenstemming te zijn met de geldende voorschriften.

3.3.4 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameter moet zodanig zijn uitgevoerd dat een verklikker van het bedieningsorgaan kan worden aangesloten die aan de buitenzijde van de taxi waarvoor de taxameter bestemd is de bedrijfsstand of het toegepaste tarief aangeeft.

Deze verklikker mag in geen geval de goede werking van de taxameter verstoren, noch de toegang tot het binnenwerk of tot de overbrengingsorganen van de taxameter mogelijk maken.

3.3.5 [Vervallen per 01-02-2007]

Indien de aanwijzingen van het bedrag en van de standen van het bedieningsorgaan niet in lichtgevende cijfers of letters worden weergegeven moet de taxameter van een verlichting van de aanwijzingen zijn voorzien; deze verlichting mag niet verblindend zijn, maar moet sterk genoeg zijn om een gemakkelijke aflezing mogelijk te maken.

De bron van deze verlichting moet kunnen worden vervangen zonder dat de verzegeling van de taxameter wordt verbroken.

3.3.6 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameter moet van totaaltellers kunnen worden voorzien, die overeenkomstig de geldende voorschriften zijn vereist of toegestaan Dit kunnen totaaltellers zijn voor:

  • a. de totale door het voertuig afgelegde afstand;

  • b. de totale met reizigers afgelegde afstand;

  • c. het totale aantal ‘eerste aanslagen’;

  • d. het totale aantal malen dat de prijsaanwijzing versprongen is.

    Indien de taxameter van totaaltellers is voorzien moeten deze tellers de functies waarvoor zij bestemd zijn op correcte wijze vervullen en moeten zij een aanwijzing geven in een reeks van op één lijn geplaatste cijfers met een schijnbare hoogte van ten minste 4 mm.

3.3.7 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameter moet kunnen worden voorzien van een telwerk voor toeslagen dat onafhankelijk is van de prijsaanwijzing en dat in de stand ‘VRIJ’ automatisch op nul springt.

Indien de taxameter van een telwerk voor toeslagen is voorzien dient het in overeenstemming te zijn met de geldende voorschriften en moeten de toeslagen worden aangewezen in een reeks van op één lijn geplaatste cijfers met een schijnbare hoogte van ten minste 8 mm; deze hoogte mag evenwel de hoogte van de cijfers die de ritprijs aangeven niet overschrijden.

3.4. Facultatieve toegevoegde inrichtingen [Vervallen per 01-02-2007]

Een taxameter mag van toegevoegde inrichtingen zijn voorzien zoals:

  • a. controletellers die van belang zijn voor de eigenaar van de taxi;

  • b. een inrichting die het verschuldigde bedrag op kaarten of stroken afdrukt.

    De aanwezigheid van dergelijke inrichtingen en de werking ervan mogen de goede werking van de taxameter niet beïnvloeden.

3.5. Constructie [Vervallen per 01-02-2007]

3.5.1 [Vervallen per 01-02-2007]

De taxameters moeten stevig en deugdelijk zijn geconstrueerd. De essentiële onderdelen moeten van voldoende stevige en duurzame materialen zijn vervaardigd.

3.5.2 [Vervallen per 01-02-2007]

Het huis van de taxameter en dat van de aanpassingsinrichting, indien deze laatste zich buiten het huis van de taxameter bevindt, alsmede het omhulsel van de overbrengingsorganen moeten zodanig zijn uitgevoerd dat de essentiële onderdelen van het mechanisme niet van buitenaf bereikbaar zijn en tegen stof en vocht zijn beschermd. De onderdelen waarmee de taxameter kan worden gejusteerd dienen zodanig te zijn aangebracht dat zij zonder verbreking van de verzegeling onbereikbaar zijn, indien het huis van de taxameter is verzegeld.

4. Opschriften [Vervallen per 01-02-2007]

4.1. Algemene opschriften en identificatie [Vervallen per 01-02-2007]

Elke taxameter moet op het afleesvlak of op een afzonderlijke plaat voorzien zijn van de volgende gemakkelijk zichtbare en onder normale opstellingsomstandigheden leesbare gegevens:

  • a. naam en adres van de fabrikant of diens fabrieksmerk;

  • b. type-aanduiding, fabrieksnummer en jaartal van vervaardiging;

  • c. het EEG-modelgoedkeuringsteken;

  • d. de constante k (aangegeven met een relatieve onnauwkeurigheid van ten hoogste 0,2%).

Elke taxameter moet op het afleesvlak van de aanduidingen ‘VRIJ’ en ‘TE BETALEN’ zijn voorzien.

Op elke taxameter moet ruimte aanwezig zijn voor:

  • a. de overeenkomstig de geldende voorschriften vereiste vermelding van aanvullende gegevens betreffende de taxameter of de taxi waarvoor de taxameter bestemd is;

  • b. het aanbrengen, naast het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk, van andere overeenkomstig de geldende voorschriften vereiste merken.

4.2. Bijzondere opschriften [Vervallen per 01-02-2007]

4.2.1 [Vervallen per 01-02-2007]

In de nabijheid van de vensters van de aanwijsinrichtingen moet duidelijk zichtbaar en leesbaar en op ondubbelzinnige wijze de betekenis van de aangewezen waarden zijn vermeld.

4.2.2 [Vervallen per 01-02-2007]

Naast de aanwijzing van de ritprijs en de aanwijzing van de verschuldigde toeslagen moet de naam of het symbool van de munteenheid zijn aangegeven.

5. Maximaal toelaatbare foutenzones [Vervallen per 01-02-2007]

Bij het onderzoek op een proefbank van een taxameter die bedrijfsgereed is en van de bijbehorende inrichtingen is voorzien, geldt als werkelijke waarde van de gemeten grootheden de waarde die voortvloeit uit de waarde van k die op de taxameter is aangegeven en het tarief of de tarieven waarop de taxameter is afgesteld.

De werkelijke waarde van deze grootheden moet liggen tussen de grootste en de kleinste van de toegestane aanwijzingen.

5.1 [Vervallen per 01-02-2007]

In geval van aandrijving op basis van de afgelegde afstand is de maximaal toelaatbare foutenzone voor een gegeven afstand:

  • a. voor de beginafstand (3.1.3): 2% van de werkelijke waarde; bij beginafstanden van minder dan 1000 meter is die tolerantiezone echter 20 meter;

  • b. voor de volgende afstanden: 2% van de werkelijke waarde.

5.2 [Vervallen per 01-02-2007]

In geval van aandrijving op basis van de tijd is de maximaal toelaatbare foutenzone voor een gegeven periode:

  • a. voor de beginperiode (3.1.3): 3% van de werkelijke waarde; bij beginperioden van minder dan 10 minuten is die tolerantiezone echter 18 seconden;

  • b. voor de daaropvolgende perioden: 3% van de werkelijke waarde.

6. Verzegelingen [Vervallen per 01-02-2007]

6.1. Mogelijkheid tot verzegeling [Vervallen per 01-02-2007]

De volgende onderdelen van de taxameter moeten zodanig zijn uitgevoerd, dat zij door middel van een zegelmerk kunnen worden verzegeld:

  • a. het huis om het binnenwerk van de taxameter;

  • b. het huis van de aanpassingsinrichting;

  • c. de omhulsels van de mechanische of elektrische onderdelen die de verbinding vormen tussen de opnemer van de taxameter en het overeenkomstige onderdeel waarvan de taxi is voorzien ten behoeve van de aansluiting van de taxameter, met inbegrip van de losse onderdelen van de aanpassingsinrichting;

  • d. bij een uurwerk dat elektrisch wordt opgewonden en bij een elektrisch aangedreven bedieningsorgaan van de taxameter: de aansluitingen van de elektrische aansluitkabels;

  • e. de eventuele platen met verplichte opschriften en het eerste deel van het ijkmerk van eerste EEG-ijk;

  • f. de aansluitingen van de elektrische aansluitkabel van de eventuele verklikker bedoeld in punt 3.3.4.

6.2. Aanbrengen van EEG-zegelmerken [Vervallen per 01-02-2007]

De EEG-zegelmerken worden door de ijkinstelling of een ijkbevoegde aangebracht bij de gedeeltelijke eerste EEG-ijk op de onderdelen bedoeld in punt 6.1, onder a. en e. van goedgekeurde taxameters en wel zodanig dat toegang tot de beschermde onderdelen en organen onmogelijk is zonder beschadiging van een zegelmerk.

Voor zover de taxameter bestemd blijkt te zijn voor de uitvoer naar een andere EER-Staat, moeten de EEG-zegelmerken worden aangebracht in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van die EER-Staat.

6.3 [Vervallen per 01-02-2007]

In het certificaat van EEG-modelgoedkeuring worden de plaatsen voor de verzegelingen vastgelegd en voor zover noodzakelijk de aard en de vorm der inrichtingen waarop de verzegelingen kunnen worden aangebracht.

Mij bekend.
De

Staatssecretaris

van Economische Zaken.

Th. M. Hazekamp.