Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet)[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 21-03-2012 t/m 31-12-2014

Besluit van 18 april 1980, houdende regelen omtrent hoeveelheidsaanduiding van produkten

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 22 oktober 1979, DG Vgz/VA, no. 147461, van Onze Minister van Landbouw en Visserij en van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M. Hazekamp;

Overwegende, dat regelen moeten worden gesteld ter uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het voorverpakken naar volume van bepaalde vloeistoffen in voorverpakkingen met bepaalde inhoud, no. 75/106/EEG (Pb. E.G. 1975, L 42), zoals deze richtlijn laatstelijk is gewijzigd bij de richtlijn van die Raad van 23 november 1979, no. 79/1005/EEG (Pb. E.G. L 308), en ter uitvoering van de richtlijn van die Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde produkten in voorverpakkingen, no. 76/211/EEG (Pb. E.G. L 46), zoals deze richtlijn is gewijzigd bij de richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 september 1978 houdende aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de richtlijnen 75/106/EEG en 76/211/EEG van de Raad in de sector van de voorverpakkingen, no. 78/891/EEG (Pb. E.G. L 311);

Gelet op de artikelen 14, 14a en 16a van de Warenwet (Stb. 1935, 793);

Gezien het advies van de Adviescommissie Warenwet van 18 juli 1979, nr. 12955/415, en het advies van de Commissie, bedoeld in artikel 17, zevende lid, van de Warenwet, door de Sociaal-Economische Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22), van 10 juli 1979;

De Raad van State gehoord (advies van 16 januari 1980, no. 19);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers en van de voornoemde Staatssecretaris van 28 maart 1980, DG Vgz/VA, no. 65187;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    EEG-teken: de kleine letter e, zoals weergegeven in bijlage I van dit besluit;

    produkt: een waar of enig ander voor de handel bestemd of in de handel gebracht artikel, dat een roerende lichamelijke zaak is;

    vloeibaar produkt:
    • a. een produkt dat bij een temperatuur van 20°C en bij atmosferische druk vloeibaar of dikvloeibaar is,

    • b. een produkt dat bij een temperatuur van 20°C en bij atmosferische druk bestaat uit een vloeibaar of dikvloeibaar bestanddeel en een of meer daarvan duidelijk te onderscheiden andere bestanddelen en waarbij het volume van het vloeibare bestanddeel ten minste de helft van het volume van het totale produkt is;

    vast produkt: een produkt dat niet een vloeibaar produkt is;

    in serie voorverpakt produkt: een produkt, dat zich bevindt in een verpakking, waarin het - alvorens in die verpakking in de handel te worden of te zijn gebracht - is aangebracht:

    • a. in een hoeveelheid, die met het oog op de verkoop van dat produkt in constante uniforme hoeveelheden is afgestemd op een in volume of in massa uitgedrukte en vooraf gekozen waarde, en

    • b. op zodanige wijze, dat de hoeveelheid van dat produkt niet kan worden gewijzigd zonder dat die verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht;

    serievoorverpakking: de zelfstandigheid, bestaande uit een in serie voorverpakt produkt en zijn verpakking;

    e-voorverpakking: een serievoorverpakking, waarop het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een produkt, dat van die serievoorverpakking deel uitmaakt, wordt gebezigd;

    vervaardiger van serievoorverpakkingen: degene, die in de uitoefening van een bedrijf door het afvullen of doen afvullen van verpakkingen serievoorverpakkingen vervaardigt en in de handel brengt of beoogt te brengen;

    vuller van serievoorverpakkingen: degene, die in de uitoefening van een bedrijf, in opdracht van een vervaardiger van serievoorverpakkingen, verpakkingen afvult met een bepaald produkt naar een vooraf gekozen waarde;

    importeur van serievoorverpakkingen: degene, die in de uitoefening van een bedrijf serievoorverpakkingen, nadat zij in Nederland zijn ingevoerd, in de handel brengt of beoogt te brengen;

    EEG-gebied: het gebied, waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van toepassing is;

    EER-gebied: de gebieden waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en voorts de grondgebieden van de Republiek Finland, met inachtneming van het tweede lid van artikel 126 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden;

    derde land: een land buiten het EEG-gebied en het EER-gebied;

    nominale hoeveelheid van een serievoorverpakking: de hoeveelheid van een in serie voorverpakt produkt, die een serievoorverpakking blijkens een met betrekking tot die voorverpakking gebezigde hoeveelheidsaanduiding wordt geacht te bevatten;

    werkelijke inhoud van een serievoorverpakking: de werkelijke hoeveelheid van een in serie voorverpakt produkt, aanwezig in een serievoorverpakking en - voor zover de nominale hoeveelheid van die serievoorverpakking in een meeteenheid van volume is uitgedrukt - bepaald bij de temperatuur waarbij het produkt ten verkoop voorhanden pleegt te worden gehouden, indien het betreft een in diepgevroren of bevroren toestand verkerend produkt, dan wel bepaald bij een temperatuur van 20°C, indien het betreft een in een andere toestand verkerend produkt;

    fout in minus van een serievoorverpakking: de hoeveelheid die de werkelijke inhoud van een serievoorverpakking kleiner is dan de nominale hoeveelheid van die voorverpakking;

    EEG-tapmaatfles: een tapmaatfles als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 75/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1974 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake flessen gebruikt als tapmaat (PbEG L 42) die is voorzien van het EEG-teken, bedoeld in artikel 2 van die richtlijn;

    voorverpakt produkt: een produkt, dat zich bevindt in een verpakking, bestemd of geschikt om daarin dat produkt aan een eindverbruiker of aan instellingen af te leveren en waarin dat produkt - alvorens in die verpakking in de handel te worden of te zijn gebracht - is aangebracht op zodanige wijze dat de in die verpakking aanwezige hoeveelheid van dat produkt niet kan worden gewijzigd zonder dat die verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht;

    instellingen: restaurants, ziekenhuizen, kantines en andere soortgelijke instellingen;

    voorverpakking: de zelfstandigheid, bestaande uit een voorverpakt produkt en zijn verpakking;

    opgietvloeistof: een al dan niet bevroren of diepgevroren vloeistof, voor zover deze slechts van ondergeschikt belang is ten opzichte van de essentiële bestanddelen van de betrokken waar en derhalve niet doorslaggevend is voor de aankoop;

    keuringsambtenaren: de ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Warenwet (Stb. 1935, 793);

    het hoofd van de bevoegde dienst: Hoofdinspecteur van de divisie Consument en veiligheid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

    metrologische instantie: de krachtens artikel 1a aangewezen rechtspersoon;

  • 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder een serievoorverpakking niet verstaan de zelfstandigheid, bestaande uit een aantal verpakte eenheden van een produkt die ook als afzonderlijke verkoopeenheden aan verbruikers plegen te worden verkocht, en de verpakking waarin die verpakte eenheden zich gezamenlijk bevinden.

  • 3 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden produkten, die van onderling verschillende samenstelling zijn en waarvoor hetzij overeenkomstig daarvoor geldende wettelijke bepalingen een zelfde benaming is gebezigd hetzij - bij ontstentenis van zodanige bepalingen - ingevolge het in Nederland algemeen geldende gebruik een zelfde benaming pleegt te worden gebezigd, aangemerkt als een zelfde produkt.

Artikel 1a [Vervallen per 01-01-2015]

Onze Minister van Economische Zaken wijst een rechtspersoon aan die tot taak heeft metrologische onderzoeken te verrichten ten behoeve van de uitvoering van dit besluit.

§ 2. Aanduiding met het EEG-teken in verband met hoeveelheidsaanduiding [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een verpakt produkt mag uitsluitend worden gebezigd voor een serievoorverpakking, waarvan dat produkt deel uitmaakt en

  • 2 Een e-voorverpakking, waarvan het land van herkomst een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap dan wel een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is, wordt aangemerkt als een voorverpakking, die voldoet aan de artikelen 3, onder a en b, en artikel 9, tweede lid, onder a, en ten aanzien waarvan de maatregelen als bedoeld in artikel 5 zijn genomen. Ten aanzien van een zodanige e-voorverpakking gelden de artikelen 4, eerste lid, en 6 niet.

  • 3 Het eerste lid, onder a en c, en het in het eerste lid, onder d, ten aanzien van de artikelen 6 en 9, tweede lid, onder a, bepaalde gelden niet ten aanzien van een e-voorverpakking, die ten verkoop voorhanden wordt gehouden of wordt afgeleverd door degene, aan wie die voorverpakking, voorzien van het EEG-teken, is afgeleverd en die niet is de vervaardiger of de importeur daarvan of de gemachtigde van laatstgenoemde.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

De e-voorverpakkingen, die vervaardigd zijn door eenzelfde vervaardiger, eenzelfde nominale hoeveelheid hebben en waarvan eenzelfde produkt deel uitmaakt, moeten zodanig zijn, dat:

  • a. de werkelijke inhoud van die e-voorverpakkingen gemiddeld niet kleiner is dan de nominale hoeveelheid daarvan,

  • b. het aantal e-voorverpakkingen met een fout in minus die groter is dan de toegelaten fout, bepaald in bijlage II van dit besluit, zodanig is, dat bij statistische controle als in artikel 4 bedoeld het toelaatbare aantal ondeugdelijke e-voorverpakkingen, behorende bij de toegepaste methode van onderzoek, niet wordt overschreden, en

  • c. geen enkele van die e-voorverpakkingen een fout in minus heeft, die groter is dan tweemaal de toegelaten fout als onder b bedoeld.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De e-voorverpakkingen als bedoeld in artikel 3, behorende tot een overeenkomstig punt 2.1.1. van bijlage III van dit besluit gevormde partij, worden geacht aan artikel 3, onder a en b, te voldoen, onderscheidenlijk niet te voldoen, indien bij een controle door keuringsambtenaren door middel van een feitelijk onderzoek van een uit die partij genomen steekproef met inachtneming van de in bedoelde bijlage vervatte regelen een resultaat wordt verkregen, overeenkomend met het in die bijlage aangegeven goedkeur- onderscheidenlijk afkeurcriterium.

  • 2 Een controle als bedoeld in het eerste lid wordt verricht bij de vervaardiger of de vuller van e-voorverpakkingen of de importeur van uit een derde land in Nederland ingevoerde e-voorverpakkingen of diens in Nederland gevestigde gemachtigde.

  • 3 Indien e-voorverpakkingen, behorende tot een partij, overeenkomstig het eerste lid worden geacht niet te voldoen aan artikel 3, onder a en b, is het eerste lid niet langer van toepassing ten aanzien van een e-voorverpakking, die tot die partij heeft behoord doch met betrekking waartoe de vervaardiger of de importeur daarvan kan aantonen, dat alsnog is voldaan aan artikel 3, onder a en b.

  • 4 Indien e-voorverpakkingen zich gezamenlijk bevinden in een verpakking, kan bij een controle ten behoeve van het feitelijk onderzoek van een steekproef als bedoeld in het eerste lid de verpakking, die de e-voorverpakkingen te zamen omgeeft, worden geopend.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Ten aanzien van e-voorverpakkingen, die in Nederland zijn vervaardigd of vanuit een derde land zijn ingevoerd moeten de nodige maatregelen, ertoe strekkende dat de werkelijke inhoud van die voorverpakkingen voldoet aan het bepaalde in artikel 3, door de vervaardiger onderscheidenlijk de importeur daarvan zijn genomen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde maatregelen zijn:

    • a. meting van de werkelijke inhoud van elke e-voorverpakking, tijdens het afvullen daarvan, door middel van een voor het doel geschikt, meetinstrument dat op grond van de Metrologiewet met goed gevolg een overeenstemmingsbeoordeling heeft ondergaan of

    • b. toepassing van een bedrijfscontrole - door middel van feitelijk onderzoek van steekproeven en met gebruikmaking van een voor dat doel geschikt meetinstrument dat, voorzover daarvoor ingevolge de Metrologiewet een overeenstemmingsbeoordeling openstaat aan de bij die overeenstemmingsbeoordeling geldende eisen voldoet - volgens een systeem, dat voor de betrokken vervaardiger of importeur met betrekking tot het desbetreffende produkt en de desbetreffende e-voorverpakking voorlopig of definitief is erkend door het hoofd van de bevoegde dienst.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde maatregelen moeten in Nederland zijn uitgevoerd.

  • 4 Ten aanzien van e-voorverpakkingen als in het eerste lid bedoeld dient de vervaardiger of de importeur daarvan in Nederland een administratie betreffende de toepassing van het voor hem voorlopig of definitief erkende bedrijfscontrolesysteem als bedoeld in het tweede lid, onder b, te voeren en de tot die administratie behorende bescheiden gedurende een jaar, te rekenen vanaf de datum van hun totstandkoming, te bewaren.

  • 5 Het tweede, het derde en het vierde lid gelden niet ten aanzien van in Nederland vanuit een derde land ingevoerde e-voorverpakkingen, met betrekking waartoe:

    • a. de importeur daarvan aan het hoofd van de bevoegde dienst naar het oordeel van laatstgenoemde, gehoord de metrologische instantie, met bescheiden genoegzaam heeft aangetoond, dat hij beschikt over de nodige waarborgen, dat de werkelijke inhoud van vorenbedoelde e-voorverpakkingen voldoet aan het bepaalde in artikel 3, en

    • b. het hoofd van de bevoegde dienst daarvan een schriftelijke verklaring aan de betrokken importeur heeft afgegeven.

  • 6 De bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, onder a, moeten zijn gericht aan: "Het hoofd van de bevoegde dienst" en moeten worden ingediend bij de metrologische instantie; uiterlijk veertien dagen na ontvangst van die bescheiden deelt de metrologische instantie schriftelijk aan de betrokkene mee, door het hoofd van welke bevoegde dienst een beslissing ter zake van de afgifte van de verklaring, bedoeld in het vijfde lid, onder b, zal worden genomen.

  • 7 De metrologische instantie is bevoegd het in het zevende lid bedoelde onderzoek te weigeren, dan wel te beëindigen, indien de betrokkene niet aan zijn financiële verplichtingen met betrekking tot dat onderzoek jegens de metrologische instantie voldoet.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

Vervaardigers en importeurs van e-voorverpakkingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, dienen aan de keuringsambtenaren alle medewerking, nodig ter controle of aan de artikelen 3 en 5 is voldaan, te verlenen voor het onderzoek door die ambtenaren van partijen e-voorverpakkingen alvorens deze in de handel worden gebracht en voor het inzien en het afschrift nemen door die ambtenaren van de bescheiden, bedoeld in artikel 5, vierde lid, of van de verklaring, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een bedrijfscontrolesysteem als in artikel 5, tweede lid, onder b, bedoeld wordt voor een vervaardiger of een importeur als in artikel 5, eerste lid, bedoeld, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag, inhoudende alle op zijn systeem betrekking hebbende gegevens, in tweevoud heeft gedaan, met betrekking tot een bepaald produkt en een bepaalde serievoorverpakking:

    • a. voorlopig erkend, indien op grond van een onderzoek van de tot de aanvraag behorende bescheiden naar het voorlopig oordeel van het hoofd van de bevoegde dienst redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat bij toepassing van dat systeem ten aanzien van de desbetreffende serievoorverpakkingen kan worden voldaan aan artikel 3;

    • b. definitief erkend, indien voor de betrokkene een voorlopige erkenning als onder a bedoeld geldt en op grond van een door de keuringsambtenaren ingesteld onderzoek van de bescheiden, bedoeld onder a, en naar de toepassing van het voorlopig erkende bedrijfscontrolesysteem naar het oordeel van het hoofd van de bevoegde dienst, door wie het betrokken bedrijfscontrolesysteem voorlopig is erkend, redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat bij toepassing van dat bedrijfscontrolesysteem ten aanzien van de desbetreffende e-voorverpakkingen kan worden voldaan aan artikel 3.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, moet zijn gericht aan: "Het hoofd van de bevoegde dienst" en moet worden ingediend bij de metrologische instantie; uiterlijk veertien dagen na ontvangst van de aanvraag deelt de metrologische instantie schriftelijk aan de betrokkene mede, door het hoofd van welke bevoegde dienst een beslissing op de aanvraag zal worden genomen.

  • 3 Alvorens het hoofd van de bevoegde dienst over een voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem beslist, wordt de metrologische instantie gehoord.

  • 4 Het hoofd van de bevoegde dienst deelt zijn besluit tot verlening of tot weigering van een voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem schriftelijk mede aan de betrokkene.

  • 5 Met ingang van de dagtekening van een besluit tot verlening of tot weigering van een definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem met betrekking tot een bepaald produkt en een bepaalde e-voorverpakking vervalt de voorlopige erkenning van dat systeem met betrekking tot dat produkt en die e-voorverpakking voor de betrokkene van rechtswege.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De voorlopige of de definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of de verklaring, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, kan door het hoofd van de bevoegde dienst, door wie die erkenning is verleend of die verklaring is afgegeven, worden ingetrokken, indien:

  • 2 De intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning of van de verklaring, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, vindt niet plaats dan nadat het hoofd van de bevoegde dienst van zijn voornemen daartoe bij aangetekende brief onder opgave van redenen heeft kennis gegeven aan de betrokkene en deze in de gelegenheid is gesteld binnen dertig dagen na dagtekening van die brief zijn bezwaren daartegen, gemotiveerd, schriftelijk bij eerstbedoeld hoofd in te dienen.

  • 3 Het hoofd van de bevoegde dienst geeft binnen dertig dagen na dagtekening van het bezwaarschrift, bedoeld in het tweede lid, daarop zijn beschikking.

  • 4 Het besluit tot intrekking van de voorlopige of definitieve erkenning van een bedrijfscontrolesysteem of van de verklaring bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder b, wordt de betrokkene bij aangetekende brief en onder opgave van redenen medegedeeld.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking moet zijn vermeld op de buitenzijde daarvan; in afwijking daarvan mag de nominale hoeveelheid tegen de binnenzijde van de verpakking zijn aangebracht, indien die verpakking ter plaatse helder doorzichtig is.

  • 2 Een e-voorverpakking, waarvan een EEG-tapmaatfles deel uitmaakt, wordt aangemerkt als te voldoen aan het eerste lid, voor zover:

    • a. die tapmaatfles overeenkomstig zijn bestemming is afgevuld en

    • b. de aanduiding van het nominaal volume van die tapmaatfles daarop zichtbaar is, wanneer de betrokken e-voorverpakking op de daarvoor gebruikelijke wijze te koop wordt aangeboden.

  • 3 De nominale hoeveelheid moet zijn uitgedrukt in:

    • a. liter, centiliter of milliliter, voor zover het betreft een vloeibaar produkt;

    • b. kilogram of gram, voor zover het betreft een vast produkt.

  • 4 De nominale hoeveelheid moet zijn weergegeven in cijfers, gevolgd door de naam of het symbool van de betrokken meeteenheid.

  • 5 De cijfers, bedoeld in het vierde lid, moeten bij een nominale hoeveelheid als hieronder is vermeld ten minste de hoogte hebben als achter die nominale hoeveelheid is aangegeven:

    Nominale hoeveelheid

    hoogte cijfers ten minste

    Groter dan:

    tot en met:

     

    -

    50 g of 5 cl

    2 mm

    50 g of 5 cl

    200 g of 20 cl

    3 mm

    200 g of 20 cl

    1000 g of 100 cl

    4 mm

    1000 g of 100 cl

    -

    6 mm

  • 6 Het derde lid, onder a, geldt niet voor een in serie voorverpakt produkt als in dat onderdeel bedoeld, waarvan de nominale hoeveelheid in kilogram of gram is uitgedrukt, en het derde lid, onder b, geldt niet voor een in serie voorverpakt produkt als in dat onderdeel bedoeld, waarvan de nominale hoeveelheid in liter, centiliter of milliliter is uitgedrukt:

    • a. voor zover het betreft een e-voorverpakking, die kennelijk is bestemd voor uitvoer naar een derde land,

    • b. voor zover het betreft een e-voorverpakking die kennelijk voor uitvoer is bestemd naar een land, behorende tot het EEG-gebied en EER-gebied, mits het uitdrukken van de nominale hoeveelheid in een der vorenbedoelde meeteenheden niet in strijd is met de wettelijke voorschriften van dat land of met het aldaar algemeen geldende handelsgebruik, of

    • c. voor zover het betreft een andere e-voorverpakking dan onder a of b bedoeld, mits het zodanig uitdrukken van de nominale hoeveelheid is voorgeschreven bij enig ander voor dat produkt geldend wettelijk voorschrift dan in de onderhavige paragraaf gegeven dan wel, bij het ontbreken van een wettelijk voorschrift, in overeenstemming is met het voor het betrokken produkt in Nederland geldend handelsgebruik.

  • 7 Indien de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking daarop tevens is uitgedrukt in een meeteenheid van het imperiale stelsel:

    • a. moet het resultaat van de omrekening van de in Nederland wettelijk erkende meeteenheid in de betrokken meeteenheid van het imperiale stelsel zijn verkregen met behulp van een der volgende omrekeningscoëfficiënten: 1 g = 0,0353 ounce (avoirdupois), 1 kg = 2,205 pound, 1 ml = 0,0352 fluid ounce, 1 l = 1,760 pint of 0,220 gallon;

    • b. mogen de afmetingen van letters en cijfers betreffende de aanduiding van de hoeveelheid, uitgedrukt in de betrokken meeteenheid van het imperiale stelsel, ten hoogste gelijk zijn aan die van de letters en cijfers betreffende de aanduiding van de hoeveelheid, uitgedrukt in de wettelijk erkende meeteenheid.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

De nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking moet gelijk zijn aan of groter zijn dan 5 gram of 5 milliliter en mag niet meer zijn dan 10 kilogram of 10 liter.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

Op een e-voorverpakking moet zijn vermeld een merkteken of een opschrift ter identificatie van de in het EEG-gebied en EER-gebied gevestigde vervaardiger of vuller dan wel, in geval de e-voorverpakking buiten het EEG-gebied en EER-gebied is vervaardigd, van degene, die de betrokken e-voorverpakking in het EEG-gebied en EER-gebied in het vrije verkeer heeft gebracht en in dat gebied is gevestigd.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

Het EEG-teken moet een hoogte hebben van ten minste 3 mm en moet op een e-voorverpakking zijn aangebracht op een der plaatsen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en in hetzelfde gezichtsveld als de in artikel 9, eerste en zevende lid, bedoelde aanduiding van de nominale hoeveelheid van die e-voorverpakking.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

De opschriften of tekens, bedoeld in de artikelen 9, 11 en 12, moeten onuitwisbaar en goed leesbaar zijn en goed zichtbaar zijn aangebracht.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2015]

Voor een produkt mag op de verpakking daarvan een aanduiding in woord of beeld, die met het EEG-teken kan worden verward, in samenhang met de aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt niet worden gebezigd.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2015]

Het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de hoeveelheid van een in serie voorverpakt produkt mag niet worden gebezigd op een serievoorverpakking, waarvan de daarvan deel uitmakende verpakking is geopend of gewijzigd.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2015]

Indien een e-voorverpakking of meer e-voorverpakkingen waarvan eenzelfde produkt deel uitmaakt en die ook als afzonderlijke verkoopeenheden aan verbruikers plegen te worden verkocht, zich al dan niet met andere produkten bevinden in een verpakking, die bestemd of geschikt is om met de inhoud aan een verbruiker te koop te worden aangeboden en te worden afgeleverd, mag in afwijking van artikel 2 voor eerstbedoeld produkt het EEG-teken in samenhang met een aanduiding van de totale hoeveelheid van dat produkt worden gebezigd, voor zover

  • a. die aanduiding aangeeft:

    • 1°. in een geval van één e-voorverpakking: de nominale hoeveelheid daarvan en het EEG-teken,

    • 2°. in een geval van meer e-voorverpakkingen: het aantal of de aantallen van de e-voorverpakkingen, die zijn voorzien van een aanduiding van eenzelfde, onderscheidenlijk een ten opzichte van elkaar verschillende, nominale hoeveelheid, telkens gevolgd zowel door de nominale hoeveelheid van een der tot het betrokken aantal behorende e-voorverpakkingen als door het EEG-teken,

  • b. de nominale hoeveelheid of nominale hoeveelheden, bedoeld onder a, 1° en 2°, zijn uitgedrukt en weergegeven overeenkomstig het ten aanzien van e-voorverpakkingen in artikel 9, derde, vierde, zesde en zevende lid, onder a, bepaalde,

  • c. de in de aanduiding voorkomende cijfers, waarin de nominale hoeveelheid of hoeveelheden zijn uitgedrukt, beantwoorden aan het ten aanzien van e-voorverpakkingen in artikel 9, vijfde en zevende lid, onder b, bepaalde,

  • d. het EEG-teken ten minste een hoogte van 3 mm heeft,

  • e. de aanduiding onuitwisbaar en goed leesbaar is en goed zichtbaar is aangebracht en

  • f. de onder a, 1° of 2° bedoelde aanduiding zodanig op of aan de gezamenlijke verpakking is aangebracht, dat het voor de koper duidelijk is op welk produkt deze betrekking heeft.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2015]

Indien voor een produkt bij een andere algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 14 of 14a van de Warenwet regelen met betrekking tot de aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, uitgedrukt in een eenheid van volume of van massa, zijn gesteld, gelden die regelen, behoudens het daarbij bepaalde omtrent het uitdrukken van de hoeveelheid van dat produkt in liter, centiliter of milliliter dan wel kilogram of gram, niet ten aanzien van een e-voorverpakking waarvan dat produkt deel uitmaakt.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2015]

De artikelen 2-16 gelden niet ten aanzien van een serievoorverpakking, waarvan deel uitmaakt een in serie voorverpakt produkt, met betrekking waartoe op grond van enige andere wettelijke regeling dan de Warenwet is voorzien in regelen ter zake van het in samenhang met een hoeveelheidsaanduiding uitsluitend mogen bezigen van het EEG-teken.

§ 3. Verplichte hoeveelheidsaanduiding [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2015]

De artikelen 20-28, 31 en 32 van dit besluit gelden, voor zover niet anders is bepaald, uitsluitend ten aanzien van produkten, die een eet- of drinkwaar, een kauwpreparaat, niet zijnde van tabak, of een in bijlage IV van dit besluit vermeld artikel zijn.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor een voorverpakt produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking, moet een aanduiding, die de hoeveelheid van dat produkt aangeeft, worden gebezigd.

  • 2 Ten aanzien van de aanduiding van de hoeveelheid van een voorverpakt produkt als in het eerste lid bedoeld, dat niet deel uitmaakt van een e-voorverpakking, is, voor zover in artikel 23 niet anders is bepaald, het in artikel 9, derde, vierde en zevende lid, onder a, met betrekking tot de nominale hoeveelheid van een e-voorverpakking bepaalde van overeenkomstige toepassing.

  • 3 In afwijking van het tweede lid juncto artikel 9, derde lid, mag de hoeveelheid van voorverpakte lijm worden uitgedrukt in kilogram of gram, indien die lijm een vloeibaar produkt is, of in liter, centiliter of milliliter, indien die lijm een vast produkt is, mits een zodanige hoeveelheidsaanduiding in overeenstemming is met het voor de betrokken lijm in Nederland geldende handelsgebruik.

  • 4 In afwijking van het tweede lid juncto artikel 9, derde lid, mag de hoeveelheid van een voorverpakt produkt, behorende tot een der hierna genoemde categorieën, zijn uitgedrukt in een aantal stuks:

    • a. beschuit;

    • b. bakkerswaren, die in de regel per stuk of aantal stuks worden verkocht, voor zover zij door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn aangewezen;

    • c. verse groente of verse vruchten, die ook onverpakt per stuk of aantal stuks plegen te worden verkocht;

    • d. eende- of ganzeëieren;

    • e. suikerwerk dat ook onverpakt per stuk of aantal stuks pleegt te worden verkocht.

  • 5 In afwijking van het tweede lid juncto artikel 9, derde lid:

    • a. wordt de hoeveelheid van voorverpakt consumptie-ijs uitgedrukt in kilogram (kg) of gram (g) indien de waar een nettogewicht heeft van ten minste 75 gram;

    • b. hoeft de hoeveelheid van voorverpakt consumptie-ijs niet vermeld te worden, indien de waar een nettogewicht heeft van minder dan 75 gram.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor een voorverpakt produkt als bedoeld in artikel 20, eerste lid, dat bestaat uit een vast bestanddeel en een opgietvloeistof, moet tevens een aanduiding worden gebezigd, die, voor zover in artikel 23 niet anders is bepaald, het uitlekgewicht van dat bestanddeel aangeeft; die aanduiding moet inhouden het woord "uitlekgewicht", gevolgd door de waarde van dat gewicht, met dien verstande, dat het woord "uitlekgewicht" mag worden vervangen door de benaming van het vaste bestanddeel, indien voor het voorverpakte produkt een benaming is gebezigd, waarvan de benaming van dat bestanddeel en van de opgietvloeistof deel uitmaakt.

  • 2 Opgietvloeistof moet bestaan uit een of meer van de hierna genoemde vloeistoffen:

    • - water, waterige oplossingen van zouten, voedingszuren, suikers, zoetstoffen, pekel of azijn;

    • - het sap van de betrokken groente of van het betrokken fruit, voorzover het hoofdbestanddeel van de waar verduurzaamde groente of verduurzaamd fruit is.

  • 4 Het bestuur van het Produktschap voor Groenten en Fruit, van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren, van het Produktschap voor Vee en Vlees, onderscheidenlijk van het Produktschap voor Vis en Visprodukten, kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepalen van het uitlekgewicht voor die eetwaren waarvoor een uitlekgewicht moet worden gebezigd en welke ressorteren onder het desbetreffende produktschap.

  • 5 De op grond van de in het vierde lid bedoelde verordening vastgestelde nadere voorschriften behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor een voorverpakt produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking in de vorm van een aantal verpakte eenheden die afzonderlijk niet als een verkoopeenheid aan verbruikers plegen te worden verkocht, moet, voor zover in artikel 23 niet anders is bepaald, tevens een aanduiding worden gebezigd, die het totale aantal van vorenbedoelde eenheden en de in de handel gebruikelijke benaming van die eenheden aangeeft.

  • 2 Het eerste lid geldt niet ten aanzien van suikerwerk, waarvan de hoeveelheid in elke verpakte eenheid ten hoogste 15 gram is.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien een voorverpakt produkt deel uitmaakt van een voorverpakking in de vorm van een aantal verpakte eenheden, die ook als afzonderlijke verkoopeenheden aan verbruikers plegen te worden verkocht en die elk een zelfde hoeveelheid van dat produkt bevatten, moet:

    • a. de aanduiding van de hoeveelheid van dat voorverpakte produkt aangeven het totale aantal van vorenbedoelde verpakte eenheden, gevolgd door de overeenkomstig artikel 20 uitgedrukte en weergegeven hoeveelheid van het produkt, die één verpakte eenheid bevat;

    • b. voor zover het betreft een voorverpakt produkt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, tevens een aanduiding van het uitlekgewicht van het vaste hoofdbestanddeel van het betrokken produkt in één verpakte eenheid worden gebezigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 21, eerste lid;

    • c. voor zover het betreft een voorverpakt produkt, dat zich in elk van die verpakte eenheden bevindt in de vorm van verpakte eenheden als bedoeld in artikel 22, eerste lid, tevens een aanduiding van het aantal verpakte eenheden van dat produkt, die één verpakte eenheid als in de aanhef bedoeld bevat, worden gebezigd.

  • 2 Het eerste lid, onder c, geldt niet ten aanzien van suikerwerk, waarvan de hoeveelheid in elke verpakte eenheid die afzonderlijk niet als een verkoopeenheid aan verbruikers pleegt te worden verkocht, ten hoogste 15 gram is.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2015]

In afwijking van artikel 20, eerste lid, mag voor een voorverpakt produkt, waarvan de hoeveelheid ingevolge artikel 20, vierde lid, in een aantal stuks mag zijn uitgedrukt, een zodanige hoeveelheidsaanduiding achterwege worden gelaten, indien het aantal stuks van dat produkt zonder opening van de verpakking, die deel uitmaakt van de betrokken voorverpakking, van buitenaf duidelijk kan worden gezien en gemakkelijk kan worden geteld.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De hoeveelheidsaanduidingen die ingevolge de artikelen 20 tot en met 23 moeten of mogen worden gebezigd, moeten duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar zijn aangebracht en mogen niet door vegen kunnen worden uitgewist. Zij moet voorkomen op de verpakking of op een daaraan gehecht etiket.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen moeten zodanig zijn aangebracht, dat zij zich bevinden in hetzelfde gezichtsveld als de beide hierna genoemde aanduidingen:

    • a. de benaming van het produkt;

    • b. de datum van minimale houdbaarheid, onderscheidenlijk de uiterste consumptiedatum, met dien verstande dat mag worden volstaan met de woorden "ten minste houdbaar tot", of "ten minste houdbaar tot einde", onderscheidenlijk "te gebruiken tot", mits deze aanduiding wordt gevolgd door een verwijzing naar de plaats op of aan de verpakking waar de datum voorkomt;

    • c. het alcoholgehalte.

  • 3 Het tweede lid geldt niet, indien de verpakking, die deel uitmaakt van de voorverpakking, bestaat uit een glazen fles, die is bestemd om opnieuw te worden gebruikt, in het glas waarvan een aanduiding van de hoeveelheid van het daarin voorverpakte produkt of de benaming van dat produkt is ingebrand of anderszins op duurzame wijze is ingebracht of aangebracht.

  • 4 Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen is artikel 13 van overeenkomstige toepassing.

  • 5 De in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen moeten begrijpelijk zijn geformuleerd en mogen niet van elkaar gescheiden zijn door andere aanduidingen in woord, beeld of cijfers; de woorden, voorkomende in de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen, met uitzondering van de benamingen van meeteenheden van het imperiale stelsel, moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld.

  • 6 In afwijking van het eerste lid, en van de artikelen 20, eerste lid, en 23 mogen voor een voorverpakt produkt als bedoeld in artikel 23 de in laatstgenoemd artikel bedoelde aanduidingen achterwege worden gelaten, indien:

    • a. het totale aantal verpakte eenheden als bedoeld in de aanhef van artikel 23 van buitenaf duidelijk kan worden gezien en gemakkelijk kan worden geteld,

    • b. elk van die verpakte eenheden is voorzien van de voor het betrokken voorverpakte produkt ingevolge de artikelen 20, 21 en 22 voorgeschreven aanduidingen en deze aanduidingen voldoen aan het eerste tot en met vijfde lid van het onderhavige artikel en

    • c. de onder b bedoelde aanduidingen op de verpakking van ten minste één eenheid van buitenaf duidelijk kunnen worden gezien.

  • 7 In afwijking van het eerste lid, behoeft de hoeveelheidsaanduiding slechts op de handelsdocumenten voor te komen, die de desbetreffende voorverpakte eet- of drinkwaren vergezellen of die tegelijkertijd met of voor de aflevering worden verzonden, voor zover

    • a. de desbetreffende waar, hoewel als zodanig bestemd voor de eindverbruiker niet zijnde een instelling, wordt verhandeld in een stadium voor de uiteindelijke aflevering;

    • b. de desbetreffende waar is bestemd om aan instellingen te worden afgeleverd om daar te worden toebereid, verwerkt, in porties verdeeld, of om daar in het kader van een maaltijdverstrekking te worden afgeleverd;

    mits op de buitenste verpakking waarin de waar wordt verhandeld, deze aanduiding wordt gebezigd.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien een produkt zich gezamenlijk met een of meer andere produkten, waarvoor de artikelen 20-25 al dan niet gelden, bevindt in een verpakking, die bestemd of geschikt is om met de inhoud aan een verbruiker te koop te worden aangeboden en te worden afgeleverd en waarin die produkten zijn aangebracht op zodanige wijze, dat de hoeveelheid van de in die gezamenlijke verpakking aanwezige produkten niet kan worden gewijzigd zonder dat die gezamenlijke verpakking is geopend of een aantoonbare wijziging in die verpakking is aangebracht, moeten voor elk van die produkten, waarvoor de artikelen 20-25 gelden, de hoeveelheidsaanduidingen worden gebezigd die ingevolge het bepaalde in de artikelen 20-23 voor het betrokken produkt, indien het deel zou uitmaken van een voorverpakking, moeten of mogen worden gebezigd.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen moeten voorkomen op de buitenzijde van de in dat lid bedoelde verpakking of op een daarop of daaraan gehecht etiket dan wel, indien de verpakking ter plaatse helder doorzichtig is, tegen de binnenzijde daarvan.

  • 4 De in het eerste lid bedoelde hoeveeheidsaanduidingen moeten zodanig zijn aangebracht, dat het voor de koper duidelijk is op welk produkt zij betrekking hebben.

  • 5 Ten aanzien van een produkt, dat zich bevindt in een verpakking als bedoeld in het eerste lid, geldt het tweede lid niet, indien:

    • a. dat produkt zich op zichzelf bevindt in een verpakking, die is voorzien van de in het eerste lid bedoelde hoeveelheidsaanduidingen,

    • b. de hoeveelheidsaanduidingen in overeenstemming zijn met het in artikel 25, eerste tot en met vijfde lid, ten aanzien van een voorverpakking bepaalde, en

    • c. de hoeveelheidsaanduidingen van buitenaf goed leesbaar en goed zichtbaar zijn.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De artikelen 20 tot en met 23 zijn niet van toepassing ten aanzien van:

    • a. voorverpakte eet- en drinkwaren die naar hun aard aanzienlijk aan volume of gewicht verliezen en

      • - hetzij per stuk worden verkocht,

      • - hetzij in aanwezigheid van de koper worden gewogen;

    • b. voorverpakte eet- en drinkwaren waarvan de netto-hoeveelheid in totaal

      • - hetzij minder dan 25 gram bedraagt in het geval van suikerwerk;

      • - hetzij minder dan 5 gram of 5 milliliter bedraagt in het geval van andere eet- of drinkwaren dan kruiden of specerijen; en

    • c. melk of melkprodukten die zijn verpakt in EEG-tapmaatflessen.

  • 2 Indien voor een voorverpakt produkt als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, op de voorverpakking waarvan dat produkt deel uitmaakt of op een op of aan de betrokken voorverpakking gehecht etiket een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt of een aanduiding, die de indruk kan wekken de hoeveelheid van dat produkt aan te geven, is gebezigd, gelden de artikelen 20, 21, 22 en 23 voor dat produkt onverkort.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor een produkt dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als bedoeld in de aanhef van artikel 26, eerste lid, mag niet worden gebezigd een aanduiding betreffende de hoeveelheid van dat produkt, de hoeveelheid of het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel van dat produkt of het aantal verpakte eenheden van dat produkt, die onjuist of misleidend is.

  • 2 Een in samenhang met het EEG-teken en in overeenstemming met de artikelen 2 of 16 gebezigde aanduiding van de hoeveelheid van een voorverpakt produkt wordt geacht niet in strijd te zijn met het eerste lid van het onderhavige artikel of met de artikelen 20, 23, onder a, of 26, eerste lid.

  • 3 Indien voor een produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als bedoeld in artikel 26, eerste lid, anders dan in samenhang met het EEG-teken een aanduiding is gebezigd, aangevende een hoeveelheid van dat produkt of een uitlekgewicht dan wel een aantal verpakte eenheden van dat produkt, kleiner dan respectievelijk de feitelijke hoeveelheid van dat produkt, het feitelijke uitlekgewicht of het feitelijke aantal verpakte eenheden, wordt die aanduiding geacht uit dien hoofde niet in strijd te zijn met het eerste lid of met de artikelen 20, 21, 22, 23 of 26, eerste lid.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2015]

Voor de beoordeling of een produkt dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als bedoeld in artikel 26, eerste lid, en waarvan de hoeveelheid is uitgedrukt in een meeteenheid van volume, voldoet aan de artikelen 20-28, geldt als hoeveelheid:

  • a. indien het betreft een in diepgevroren of bevroren toestand verkerend produkt, de hoeveelheid, bepaald bij de temperatuur waarbij het produkt ten verkoop voorhanden pleegt te worden gehouden;

  • b. indien het betreft een in een andere toestand dan onder a bedoeld verkerend produkt, de hoeveelheid bepaald bij een temperatuur van 20°C.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De artikelen 20-27 zijn niet van toepassing ten aanzien van een eet- of drinkwaar, die

    • a. op de plaats van verkoop aan particulieren op verzoek van een koper in zijn verpakking is aangebracht; of

    • b. in opdracht van een koper in zijn verpakking is aangebracht en bestemd is om door die koper in die verpakking in het kader van een maaltijdverstrekking te worden afgeleverd.

  • 2 Artikel 25, tweede lid, is niet van toepassing ten aanzien van een van een voorverpakking deel uitmakend voorverpakt produkt, waarvan de verpakking een fantasieverpakking is.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien ten aanzien van een produkt, dat deel uitmaakt van een voorverpakking of van een gezamenlijke verpakking als in artikel 26, eerste lid, bedoeld, ingevolge een ander wettelijk voorschrift dan de artikelen 9, 20-26 en 27, tweede lid, een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden van dat produkt moet worden gebezigd, is met betrekking tot zodanig produkt het in de artikelen 20-27 bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreft, niet van toepassing.

  • 2 Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste lid bedoeld ingevolge een ander wettelijk voorschrift dan artikel 28, eerste lid, een of meer der aanduidingen als in laatstgenoemde bepaling bedoeld niet mogen worden gebezigd, geldt met betrekking tot zodanig produkt het in artikel 28, eerste lid, bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreft, niet.

  • 3 Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste lid bedoeld in enig ander wettelijk voorschrift dan vervat in het onderhavige besluit een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden wordt genoemd, die ingevolge dat voorschrift mag worden gebezigd, is met betrekking tot dat produkt ten aanzien waarvan bedoelde aanduiding of aanduidingen zijn gebezigd, het in de artikelen 20, tweede lid - juncto artikel 9, derde lid -, derde en vierde lid, 21, 22, 23, 26, eerste lid, en 27, tweede lid, bepaalde voor zover de gebezigde aanduiding of aanduidingen betreffende, niet van toepassing.

  • 4 Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste lid bedoeld in enig ander wettelijk voorschrift dan vervat in het onderhavige besluit een aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden van dat produkt, wordt genoemd, die ingevolge dat voorschrift niet behoeft te worden gebezigd, is met betrekking tot dat produkt, het in de artikelen 20-26 en 27, tweede lid, bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreffende, niet van toepassing.

  • 5 Indien ten aanzien van een produkt als in het eerste bedoeld een vrijstelling of ontheffing is verleend van een ander wettelijk voorschrift dan vervat in het onderhavige besluit en betreffende de aanduiding van de hoeveelheid van dat produkt, van het uitlekgewicht van een vast hoofdbestanddeel daarvan of van het aantal verpakte eenheden van dat produkt, is het in de artikelen 20-26 en 27, tweede lid, bepaalde, voor zover die aanduiding of aanduidingen betreffende, niet van toepassing.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2015]

De artikelen 20-31 zijn niet van toepassing ten aanzien van voorverpakte produkten:

  • a. ten aanzien waarvan kan worden aangetoond dat zij voor 23 december 1982 in de desbetreffende verpakking zijn aangebracht, of

  • b. die kennelijk voor uitvoer bestemd zijn, voor zover zij niet aanwezig zijn op markten, in winkels of in andere voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 32a [Vervallen per 01-01-2015]

De volgende bepalingen van het onderhavige besluit komen te vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip:

§ 4. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 18 april 1980

Juliana

De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,

L. Ginjaar

De Minister van Landbouw en Visserij,

G. J. M. Braks

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Th. M. Hazekamp

Uitgegeven de tweeëntwintigste mei 1980

De Minister van Justitie,

J. de Ruiter

Bijlage I [Vervallen per 01-01-2015]

Vorm van de kleine letter e, bedoeld in artikel 1 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet).

Bijlage 1512.png

De aangegeven afmetingen zijn uitgedrukt in een getal, dat aangeeft welk deel de betrokken afmeting uitmaakt van de lengte van de middellijn van de omgeschreven cirkel van de letter e.

Bijlage II. Toegelaten fout, bedoeld in artikel 3, onder b, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) [Vervallen per 01-01-2015]

Nominale hoeveelheid Qn van een e-voorverpakking in gram of in milliliter

Toegelaten fout in minus

 

in % van Qn

in gram of milliliter

van   5 tot   50

9

van   50 tot  100

4,5

van  100 tot  200

4,5

van  200 tot  300

9

van  300 tot  500

3

van  500 tot 1 000

15

van 1 000 tot en met 10 000

1,5

Bij toepassing van de tabel worden de waarden, berekend in massa- of volume-eenheden op basis van de in % aangegeven toegelaten fouten in minus, naar boven afgerond op een tiende gram of milliliter.

Bijlage III [Vervallen per 01-01-2015]

Regelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), met betrekking tot de controle van partijen e-voorverpakkingen door middel van het onderzoek van steekproeven

1. De meting van de werkelijke inhoud van e-voorverpakkingen [Vervallen per 01-01-2015]

De werkelijke inhoud van e-voorverpakkingen wordt rechtstreeks gemeten met behulp van weegwerktuigen of van meetmiddelen voor inhoudsmeting of, bij vloeibare produkten, indirect door weging van het in de e-voorverpakking aanwezige produkt en bepaling van de volumieke massa daarvan.

Ongeacht de toegepaste methode mag de meetfout bij de bepaling van de werkelijke inhoud van een e-voorverpakking ten hoogste gelijk zijn aan een vijfde van de maximaal toelaatbare fout in minus geldend voor de nominale hoeveelheid van de e-voorverpakking.

2 . De controle van partijen e-voorverpakkingen [Vervallen per 01-01-2015]

De controle van e-voorverpakkingen geschiedt door middel van het onderzoek van steekproeven; dit onderzoek bestaat uit twee op elkaar volgende gedeelten:

  • a. een onderzoek naar de werkelijke inhoud van elke e-voorverpakking van de steekproef en vervolgens

  • b. een onderzoek naar de gemiddelde werkelijke inhoud van de e-voorverpakkingen van de steekproef.

Een partij e-voorverpakkingen wordt geacht aan artikel 3, onder a en b, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) te voldoen, indien bij elk der beide, hierboven onder a en b bedoelde onderzoeken aan de daarvoor in deze bijlage aangegeven goedkeurcriteria wordt voldaan.

Voor elk van de onder a en b bedoelde onderzoeken wordt, ter keuze van de betrokken keuringsambtenaar, gebruik gemaakt van één der volgende schema's:

  • - een schema voor niet-destructief onderzoek, waaronder wordt verstaan een onderzoek waarbij de verpakking niet wordt geopend,

  • - een schema voor destructief onderzoek, waaronder wordt verstaan een onderzoek waarbij de verpakking wordt geopend of vernield,

    een en ander met dien verstande, dat

  • - destructief onderzoek bij partijen van minder dan honderd e-voorverpakkingen nimmer wordt toegepast;

  • - destructief onderzoek bij partijen van 100 of meer e-voorverpakkingen uitsluitend wordt toegepast, indien om praktische of economische redenen een niet-destructief onderzoek bezwaarlijk zou zijn.

2.1. Partij e-voorverpakkingen; het trekken van de steekproef [Vervallen per 01-01-2015]

2.1.1. De grootte van de partij is ten hoogste gelijk aan:

  • - de maximale uurproduktie van de betrokken vulinstallatie, indien de controle van de e-voorverpakkingen aan het einde van de vulketen plaatsvindt;

  • - 10 000 e-voorverpakkingen in alle overige gevallen.

2.1.2. Voorafgaand aan de in de punten 2.2. en 2.3. bedoelde onderzoeken wordt uit de betrokken partij aselect een aantal e-voorverpakkingen getrokken, overeenkomend met het grootste aantal e-voorverpakkingen dat in verband met de grootte van de partij nodig kan zijn om het in punt 2.2. bedoelde onderzoek te verrichten.

2.1.3. Bij toepassing van een dubbel steekproefschema als bedoeld in punt 2.2.1. wordt de eerste steekproef verkregen door aselecte trekking van het benodigde aantal e-voorverpakkingen uit het onder punt 2.1.2. bedoelde aantal. De overige e-voorverpakkingen van dat aantal vormen de tweede steekproef.

2.1.4. De steekproef, waarop het onderzoek, bedoeld in punt 2.3., wordt toegepast, omvat de e-voorverpakkingen waarvan bij het verrichten van het onderzoek, bedoeld in punt 2.2., de werkelijke inhoud is bepaald.

2.1.5. Indien een partij minder dan 100 exemplaren omvat, is het aantal exemplaren van de steekproef in afwijking van de punten 2.1.2.-2.1.4., gelijk aan het aantal exemplaren van de partij.

2.2. Onderzoek naar de werkelijke inhoud van een e-voorverpakking [Vervallen per 01-01-2015]

De minimaal toelaatbare inhoud wordt verkregen door van de nominale hoeveelheid van de e-voorverpakking de met die hoeveelheid overeenkomende toegelaten fout in minus af te trekken.

De e-voorverpakkingen van een partij met een kleinere werkelijke inhoud dan de minimaal toelaatbare inhoud worden ondeugdelijk genoemd.

2.2.1. Niet-destructief onderzoek. [Vervallen per 01-01-2015]

Het niet-destructieve onderzoek wordt verricht volgens een dubbel steekproefschema weergegeven in onderstaande tabel.

De eerste steekproef, waarvan de werkelijke inhoud wordt bepaald, omvat het aantal exemplaren, dat in het onderstaande schema naar gelang van de grootte van de partij achter het in de kolom "Volgorde" voorkomende cijfer "1e" en onder de kolom "Steekproefgrootte" is opgenomen.

Indien het aantal ondeugdelijke voorverpakkingen uit de eerste steekproef kleiner is dan of gelijk is aan het eerste goedkeurcriterium, geldt dit criterium als goedkeurcriterium voor het onderzoek, bedoeld in punt 2, onder a.

Indien het aantal ondeugdelijke e-voorverpakkingen uit de eerste steekproef groter is dan of gelijk is aan het eerste afkeurcriterium, geldt dit criterium als afkeurcriterium voor het onderzoek, bedoeld in punt 2, onder a.

Indien het aantal ondeugdelijke e-voorverpakkingen uit de eerste steekproef ligt tussen het eerste goedkeurcriterium en het eerste afkeurcriterium, moet de tweede steekproef worden onderzocht.

De aantallen ondeugdelijke e-voorverpakkingen uit de eerste en uit de tweede steekproef moeten bij elkaar worden opgeteld.

Indien het opgetelde aantal ondeugdelijke e-voorverpakkingen minder bedraagt dan of gelijk is aan het tweede goedkeurcriterium, geldt dit criterium als goedkeurcriterium voor het onderzoek, bedoeld in punt 2, onder a.

Indien het opgetelde aantal ondeugdelijke e-voorverpakkingen groter is dan of gelijk is aan het tweede afkeurcriterium, geldt dit criterium als afkeurcriterium voor het onderzoek, bedoeld in punt 2, onder a.

Grootte van de partij

Volgorde

Steekproef

Aantal ondeugdelijke voorverpakkingen

   

Steekproefgrootte

Steekproefgrootte na optelling

Goedkeurcriterium

Afkeurcriterium

100 t/m 500

1e

30

30

1

3

 

2e

30

60

4

5

501 t/m 3200

1e

50

50

2

5

 

2e

50

100

6

7

3201 en meer

1e

80

80

3

7

 

2e

80

160

8

9

2.2.2. Destructief onderzoek [Vervallen per 01-01-2015]

Het destructieve onderzoek wordt verricht volgens onderstaand enkelvoudig steekproefschema.

Grootte van de partij

Steekproefgrootte

Aantal ondeugdelijke voorverpakkingen

   

Goedkeurcriterium

Afkeurcriterium

≥ 100

20

1

2

2.3. Onderzoek naar de gemiddelde werkelijke inhoud van e- voorverpakkingen [Vervallen per 01-01-2015]

2.3.1. Berekening van het steekproefgemiddelde (*) en van de schatting van de standaardafwijking(s).

Is *i het resultaat van de meting van het werkelijke volume van de i-de eenheid van de steekproef met n exemplaren, dan verkrijgt men:

2.3.1.1. het steekproefgemiddelde door berekening van:

Bijlage 1513.png

;

2.3.1.2. schatting van de standaardafwijking door berekening van:

  • - som van de kwadraten der meetresultaten: σ(xi)²

  • - kwadraat van de som der meetresultaten: (σxi)², vervolgens

    Bijlage 1514.png
  • - gecorrigeerde som

    Bijlage 1515.png
  • - de waarde

    Bijlage 1516.png

.

De schatting van de standaardafwijking is s = √ v .

2.3.2. Goedkeur- of afkeurcriterium voor dit onderzoek:

Steekproef-grootte

Goedkeurcriterium

Afkeurcriterium

20

x ≥ Qn - 0,640 s

x < Qn - 0,640 s

30

x ≥ Qn - 0,503 s

x < Qn - 0,503 s

50

x ≥ Qn - 0,379 s

x < Qn - 0,379 s

60

x ≥ Qn - 0,344 s

x < Qn - 0,344 s

80

x ≥ Qn - 0,296 s

x < Qn - 0,296 s

100

x ≥ Qn - 0,263 s

x < Qn - 0,263 s

160

x ≥ Qn - 0,204 s

x < Qn - 0,204 s

In deze formules is Qn de nominale hoeveelheid van de e-voorverpakking.

Bijlage IV [Vervallen per 01-01-2015]

Artikelen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet):

  • a. motorolie, antivriesmiddelen en middelen ter ontdooiing van delen van motorvoertuigen;

  • b. lijmen en andere plakmiddelen;

  • c. stopverf, kit, plamuur en dergelijke vulmiddelen;

  • d. verven, voor welke doeleinden dan ook, beits, vernissen en middelen voor het oplossen van verven, beitsen of vernissen;

  • e. voedingsmiddelen voor honden, katten, vogels, knaagdieren of aquarium- of terrariumdieren.

Bijlage V [Vervallen per 01-01-2015]

[Red: Vervallen.]

Bijlage VI [Vervallen per 01-01-2015]

[Red: Vervallen.]