Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet milieubeheer

Geldend op 27-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 17.4

    • 1. Indien dat door een ongewoon voorval nodig is, kunnen in het belang van de bescherming van het milieu een of meer van de volgende verplichtingen of het volgende verbod worden opgelegd aan degene bij wie afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die zijn aangewezen in de daartoe strekkende beschikking:

      • a. een verplichting die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden;

      • b. een verplichting die afvalstoffen gescheiden af te geven, wanneer zij zich daarvan ontdoen;

      • c. een verplichting die afvalstoffen ter plaatse waar zij zijn ontstaan, op een bij de beschikking aangegeven wijze nuttig toe te passen of te verwijderen;

      • d. een verbod die afvalstoffen langer onder zich te houden dan gedurende een bij de beschikking aangegeven termijn;

      • e. een verplichting die afvalstoffen af te geven aan een persoon behorende tot een bij de beschikking aangewezen categorie, of te brengen naar een daartoe aangewezen plaats.

    • 2. Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, kan worden opgelegd:

      • a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens artikel 8.40, door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in artikel 8.41, eerste lid, met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders;

      • b. in andere gevallen: door gedeputeerde staten.

    • 3. Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, kan bij zijn beschikking aangeven binnen welke termijn en op welke wijze de verplichting moet worden uitgevoerd.