Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet milieubeheer

Geldend op 27-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 16.32

    • 1. Dit artikel is van toepassing indien in het nationale toewijzingsplan broeikasgasemissierechten beschikbaar worden gehouden voor toewijzing voor inrichtingen als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder a.

    • 2. Onze Ministers beslissen gezamenlijk, op verzoek van degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid drijft, over de toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid voor de desbetreffende planperiode.

    • 3. Bij het nemen van een besluit krachtens het tweede lid nemen Onze Ministers het betrokken nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft het in artikel 16.25, eerste lid, onder b, bedoelde onderdeel, alsmede het betrokken nationale toewijzingsbesluit, voorzover het betreft het in artikel 16.29, eerste lid, onder d, bedoelde onderdeel in acht.

    • 4. Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen voorzover door toewijzing van die rechten het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de toewijzing aan de in het betrokken nationale toewijzingsplan aangegeven categorie van inrichtingen als bedoeld in het eerste lid waartoe de inrichting behoort, in de betrokken planperiode ten hoogste beschikbaar is, zou worden overschreden.

    • 5. Een verzoek om toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in het eerste lid kan worden afgewezen indien:

    • 6. Broeikasgasemissierechten worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de inrichting in werking is gesteld. Een besluit als bedoeld in tweede lid bevat een aanduiding van het gedeelte van het aantal broeikasgasemissierechten dat per kalenderjaar in de betrokken planperiode overeenkomstig artikel 16.35, tweede lid, zal worden verleend.