KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 09-02-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 15.51 en 15.52 medewerking worden gevorderd van het bestuur van een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het stellen van nadere regels bij verordening, behoeft die verordening de goedkeuring van Onze Minister. Krachtens de verordening genomen besluiten behoeven, voor zover zulks bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, is bepaald, de goedkeuring van Onze Minister.
3. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen overtredingen van de verordening, bedoeld in het tweede lid, worden aangewezen als feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 kan worden opgelegd.
4. De artikelen 1, onderdeel b, 2, 3 tot en met 6, 15 tot en met 44, eerste lid, en 46 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 46 van die wet genoemde instemming dient te worden verkregen van Onze Minister.
5. Met het toezicht op de naleving van de verordening, bedoeld in het tweede lid, zijn belast de bij besluit van het bestuur van het op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfslichaam aangewezen personen. Dat besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister kan het bestuur van het bedrijfslichaam een aanwijzing geven omtrent het aanwijzen van toezichthouders en de wijze waarop toezicht wordt uitgeoefend.