KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 30-12-2009
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De op grond van artikel 12.21 bevoegde instanties verstrekken de in de artikelen 12.20, eerste lid, en 12.20a, eerste lid, bedoelde gegevens waarvan zij overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de EG-verordening PRTR de kwaliteit hebben beoordeeld, aan Onze Minister. De verstrekking vindt plaats in elektronische vorm telkens uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
a. op gegevens, opgenomen in een PRTR-verslag ten aanzien waarvan een verklaring als bedoeld in artikel 12.23, eerste lid, is afgegeven, en
b. indien een verklaring als bedoeld in artikel 12.23, vijfde lid, is afgegeven,
in welke gevallen de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip aan Onze Minister meldt dat een verklaring als bedoeld onder a onderscheidenlijk b is afgegeven.
3. De bevoegde instantie kan op verzoek van degene die de inrichting drijft, of ambtshalve bepalen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister worden verstrekt. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin wordt ingediend gelijktijdig met het toezenden van het PRTR-verslag, doch uiterlijk op 31 maart van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar. Een ambtshalve bepaling als bedoeld in de eerste volzin vindt plaats uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, deelt de bevoegde instantie uiterlijk op het in het eerste lid, tweede volzin, genoemde tijdstip aan Onze Minister mee:
a. welk type informatie geheim is gehouden;
b. op welke grond tot geheimhouding is besloten.
5. In afwijking van het eerste lid worden gegevens ten aanzien waarvan een verzoek als bedoeld in het derde lid is afgewezen, niet eerder verstrekt dan nadat het betrokken besluit ingevolge artikel 20.3 in werking is getreden. Artikel 20.5 is niet van toepassing.
6. In afwijking van het tweede lid worden verklaringen als bedoeld in artikel 12.23 niet eerder gemeld dan nadat het betrokken besluit ingevolge artikel 20.3 in werking is getreden. Artikel 20.5 is niet van toepassing.