Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Wet milieubeheer

Geldend op 31-07-2009


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

    Bijlage behorend bij de artikelen 4.9, 8.40 en titel 5.2 van de Wet milieubeheer

    § 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

    Voorschrift 1.1

    Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

    • a. 350 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal vierentwintig maal per kalenderjaar mag worden overschreden;

    • b. 125 microgram per m3 als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal drie maal per kalenderjaar mag worden overschreden.

    Voorschrift 1.2

    Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

    • a. 20 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie;

    • b. 20 microgram per m3 als winterhalfjaargemiddelde concentratie.

    Voorschrift 1.3

    Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

    § 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

    Voorschrift 2.1

    • 1. Voor stikstofdioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

      • a. 200 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mag worden overschreden, en

      • b. 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie, uiterlijk op 1 januari 2010.

    • 2. Het eerste lid, onder a, is met ingang van 1 januari 2010 van toepassing bij wegen waarvan ten minste 40 000 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt verstaan onder motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde regels.

    • 3. Tot 1 januari 2010 geldt bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, voor stikstofdioxide een grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens van 290 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mag worden overschreden.

    • 4. Indien ten gevolge van maatregelen die door één of meer bestuursorganen zijn genomen met het oog op het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, in een kalenderjaar voor het jaar 2010 de grenswaarde wordt bereikt van 200 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie, met maximaal achttien overschrijdingen per kalenderjaar, geldt, in afwijking van het tweede en derde lid, deze grenswaarde met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de grenswaarde, bedoeld in de eerste volzin is bereikt.

    Voorschrift 2.2

    Voor stikstofdioxide gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

    • a. in 2005, 50 microgram per m3;

    • b. in 2006, 48 microgram per m3;

    • c. in 2007, 46 microgram per m3;

    • d. in 2008, 44 microgram per m3;

    • e. in 2009, 42 microgram per m3.

    Voorschrift 2.3

    Voor stikstofdioxide gelden bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, onder 2, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

    • a. in 2005, 250 microgram per m3;

    • b. in 2006, 240 microgram per m3;

    • c. in 2007, 230 microgram per m3;

    • d. in 2008, 220 microgram per m3;

    • e. e. in 2009, 210 microgram per m3.

    Voorschrift 2.4

    Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

    § 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

    Voorschrift 3.1

    Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

    § 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10)

    Voorschrift 4.1

    Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

    • a. 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie;

    • b. 50 microgram per m3 als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal vijfendertig maal per kalenderjaar mag worden overschreden.

    § 5. Grenswaarde voor lood

    Voorschrift 5.1

    Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

    § 6. Grenswaarde voor koolmonoxide

    Voorschrift 6.1

    Voor koolmonoxide geldt 10 000 microgram per m3 als acht-uurgemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

    § 7. Grenswaarden en plandrempels voor benzeen

    Voorschrift 7.1

    Voor benzeen gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

    • a. tot 1 januari 2010, 10 microgram per m3;

    • b. met ingang van 1 januari 2010, 5 microgram per m3.

    Voorschrift 7.2

    Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

    • a. in 2006, 9 microgram per m3;

    • b. in 2007, 8 microgram per m3;

    • c. in 2008, 7 microgram per m3;

    • d. in 2009, 6 microgram per m3.

    § 8. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon

    Voorschrift 8.1

    • a. Voor ozon geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die op 1 januari 2010 zoveel mogelijk is bereikt: 120 microgram per m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, waarbij geldt dat deze gemiddeld over drie jaar op maximaal vijfentwintig dagen per kalenderjaar mag worden overschreden.

    • b. Voor ozon geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die op 1 januari 2020 zoveel mogelijk is bereikt: 120 microgram per m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, gedurende een kalenderjaar.

    Voorschrift 8.2

    • a. Voor ozon geldt de volgende 18 000 (microgram per m3) • uur als AOT40-waarde voor de periode van 1 mei tot en met 31 juli, gemiddeld over vijf jaar, als richtwaarde die op 1 januari 2010 zoveel mogelijk is bereikt, ter bescherming van de vegetatie.

    • b. Voor ozon geldt 6 000 (microgram per m3) • uur als AOT40-waarde voor de periode van 1 mei tot en met 31 juli van een kalenderjaar als richtwaarde die op 1 januari 2020 zoveel mogelijk is bereikt, ter bescherming van de vegetatie.

    Voorschrift 8.3

    Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.

    Voorschrift 8.4

    Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.

    § 9. Richtwaarde voor arseen

    Voorschrift 9.1

    Voor arseen geldt 6 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte arseen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

    § 10. Richtwaarde voor cadmium

    Voorschrift 10.1

    Voor cadmium geldt 5 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte cadmium in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

    § 11. Richtwaarde voor nikkel

    Voorschrift 11.1

    Voor nikkel geldt 20 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte nikkel in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

    § 12. Richtwaarde voor benzo(a)pyreen

    Voorschrift 12.1

    Voor benzo(a)pyreen geldt 1 nanogram per m3 als jaargemiddelde concentratie, gedefinieerd als het totale gehalte benzo(a)pyreen in de PM10 fractie, als richtwaarde die op 1 januari 2013 zo veel mogelijk is bereikt, voor de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu.

    § 13. Gevallen als bedoeld in de artikelen 5.9, eerste lid, en 5.10, eerste lid, waarin een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd.

    Voorschrift 13.1

    De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:

    • a. plaatsen waar de in de voorschriften 2.2 en 2.3 genoemde plandrempels voor stikstofdioxide worden overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze voldaan zal worden aan de in de voorschriften 2.1.1, onder b, en 2.1.2 genoemde waarden;

    • b. plaatsen waar de in voorschrift 7.2 genoemde plandrempel voor benzeen wordt overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze voldaan zal worden aan de in voorschrift 7.1, onder b, genoemde waarde.

    Voorschrift 13.2

    De gevallen, bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, zijn: plaatsen waar de in voorschrift 8.1 genoemde richtwaarden voor ozon worden overschreden, waarbij geldt dat in het plan wordt aangegeven op welke wijze zo veel mogelijk voldaan zal worden aan die waarden binnen de daarvoor gestelde termijnen.