Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren[Regeling vervallen per 08-11-2002.]

Geldend van 26-11-1999 t/m 07-11-2002

Besluit van 19 oktober 1978, houdende regelen betreffende bepaalde produktiemethoden van eieren

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Economische Zaken (Th. M. Hazekamp) van 18 mei 1978 (Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, nr. J 1717);

Gehoord het Landbouwschap, het Produktschap voor Pluimvee en Eieren, het Bedrijfschap voor de Groothandel in Eieren, het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Melk en Melk- en Zuivelprodukten, de Consumentenbond, het Konsumenten Kontakt, de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren en de Belangengroep "Rechten voor al wat leeft";

Overwegende dat, ter bevordering van de afzet, regelen moeten worden gesteld met betrekking tot de aanduiding en produktiewijze van scharreleieren;

Gelet op de artikelen 2, 3, 6, 7, 8, 9 en 12, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371);

De Raad van State gehoord (advies van 19 juli 1978, nr. 18);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Economische Zaken (Th. M. Hazekamp) van 6 oktober 1978 (Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, nr. J 2740);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 08-11-2002]

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

"wet": Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371);

"eieren": kippeëieren in de schaal;

"verhandelen": bedrijfsmatig voorhanden hebben, te koop aanbieden, verkopen of afleveren;

EEG-verordening: verordening (EEG) nr. 1274/91 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 mei 1991 houdende bepalingen ter toepassing van de Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PbEG L 121);

produktschap: Produktschap voor Pluimvee en Eieren.

in- of uitvoer: in- of uitvoer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de In- en uitvoerwet.

Artikel 2 [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 Op kleine verpakkingen met eieren van klasse A mag, ter aanduiding van de produktiemethode, een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

    • a. eieren van hennen met vrije uitloop-extensief systeem;

    • b. eieren van hennen met vrije uitloop;

    • c. scharreleieren;

    • d. eieren van in volières gehouden hennen,

    welke vermelding in geval van uitvoer naar, onderscheidenlijk invoer uit een Lid-Staat van de Europese Unie mag zijn aangebracht in een of meer talen van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de EEG-verordening.

  • 2 Het is, bij het verhandelen van eieren, verboden op of bij eieren dan wel op of bij de verpakking ervan:

    • a. de vermeldingen als bedoeld in het eerste lid aan te brengen of te bezigen, tenzij met betrekking tot deze eieren is voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 3 en 4 van dit besluit bepaalde;

    • b. andere dan de in het eerste lid bedoelde vermeldingen ter aanduiding van de produktiemethode van eieren aan te brengen of te bezigen, met uitzondering van de vermelding, genoemd in artikel 18, eerste lid, onderdeel e, van de EEG-verordening, of afbeeldingen aan te brengen of te bezigen die misleidend zijn of kunnen zijn met betrekking tot de produktiemethode.

  • 3 Het verbod van het tweede lid, onderdeel a, geldt niet voor uit een andere lid-staat van de Europese Unie ingevoerde eieren die geproduceerd zijn op bedrijven die voldoen aan de in bijlage II bij de EEG-verordening vermelde minimumvoorwaarden.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing op goederen die op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer en die nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douaneregelingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, d of f, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302).

Artikel 3 [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 Onze Minister stelt voor eieren, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, regelen met betrekking tot:

    • a. de hoedanigheid, de sortering, de verzorging, de verpakking en de aanduiding;

    • b. de inrichting en het gebruik van de ruimte bestemd voor de kippen, die deze eieren voortbrengen;

    • c. de voeding, drenking en verzorging van de kippen, die deze eieren voortbrengen;

    • d. de kippen die deze eieren voortbrengen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen verschillen naar gelang van de soort, de oorsprong, de herkomst en de geografische bestemming van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde eieren.

Artikel 3a [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 Onze Minister kan bepalen dat de in artikel 3, eerste lid, bedoelde regelen bij verordening worden gesteld door het bestuur van het produktschap.

  • 2 Onze Minister kan bepalen dat krachtens verordening, als bedoeld in het eerste lid, genomen besluiten de goedkeuring behoeven van een door hem aangewezen autoriteit.

Artikel 4 [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 Onze Minister kan bepalen dat met betrekking tot eieren, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een keuring, als bedoeld in artikel 7 van de wet, plaatsvindt volgens door hem te stellen regelen.

  • 2 Onze Minister kan voor eieren, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, merken, tekenen en bewijsstukken, als bedoeld in artikel 7 van de wet, vaststellen.

  • 3 Onze Minister kan regelen stellen inzake de gebruikmaking van de in het tweede lid bedoelde merken, tekenen of bewijsstukken.

  • 4 Onze Minister kan regelen stellen betreffende het vervaardigen, voorhanden en in voorraad hebben, zomede het afleveren en gebruiken van de in het tweede lid bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken, en van de clichés, stempels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die merken, tekenen en bewijsstukken.

Artikel 5 [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 Het is verboden de in artikel 4 bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken te bezigen in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde.

  • 2 Het is verboden voor eieren dan wel de verpakking ervan aanduidingen te bezigen welke sterk gelijken op de in artikel 4 bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken.

Artikel 6 [Vervallen per 08-11-2002]

De Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten is ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde eieren:

  • - belast met het toezicht op de naleving door de bij haar aangeslotenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen;

  • - belast met de keuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

  • - bevoegd tot het uitreiken van de in artikel 4 bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken.

Artikel 6a [Vervallen per 08-11-2002]

Producenten van eieren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, alsmede pakstations waar in Nederland geproduceerde eieren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden gesorteerd of verpakt, dienen aangesloten te zijn bij die in artikel 6 genoemde controle-instelling.

Artikel 7 [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 De voorzitter van de in artikel 6 genoemde instelling wordt door Onze Minister telkens voor ten hoogste vier jaar benoemd. Hij is terstond wederbenoembaar.

  • 2 Het bestuur van de in artikel 6 genoemde instelling doet aan Onze Minister een voordracht voor de benoeming.

  • 3 De voorzitter mag niet rechtstreeks betrokken zijn bij de produktie van of handel in eieren.

Artikel 8 [Vervallen per 08-11-2002]

Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën plaatsen aanwijzen, waarop ten in- of uitvoer bestemde eieren, als bedoeld in dit besluit, moeten worden aangeboden ten invoer, onderscheidenlijk ten uitvoer.

Artikel 9 [Vervallen per 08-11-2002]

  • 1 Onze Minister kan vrijstelling en, op aanvraag, ontheffing verlenen van het bij of krachtens dit besluit bepaalde.

  • 2 Onze Minister kan bepalen dat een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in het eerste lid door het produktschap wordt verleend. Hij kan voorts bepalen dat een besluit, waarbij een zodanige vrijstelling of ontheffing wordt verleend, de goedkeuring behoeft van een door hem aangewezen autoriteit.

Artikel 10 [Vervallen per 08-11-2002]

Dit besluit kan worden aangehaald als "Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren".

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk , 19 oktober 1978

Juliana

De Minister van Landbouw en Visserij,

Van der Stee

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Th. M. Hazekamp

Uitgegeven de achtentwintigste december 1978

De Minister van Justitie a.i.,

H. Wiegel