Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling ex artikel 10 Richtlijn van de Raad van de EG

Geldend van 24-04-1978 t/m heden

Regeling ex artikel 10 Richtlijn van de Raad van de EG

De Minister van Justitie,

Gelet op het bepaalde in artikel 10, eerste, tweede en vierde lid, van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1976 houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden van verzekeringsagent en assurantiemakelaar (ex groep 630 CITI) en houdende met name overgangsmaatregelen voor deze werkzaamheden (nr. 77/92/EEG, Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1977, nr. L 26, blz. 14, van 31 januari 1977),

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt onder ‘Richtlijn’ verstaan: de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1976 houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden van verzekeringsagent en assurantiemakelaar (ex groep 630 CITI) en houdende met name overgangsmaatregelen voor deze werkzaamheden (nr. 77/92/EEG, Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1977, nr. L 26, blz. 14 van 31 januari 1977).

Artikel 2

De burgemeester wordt aangewezen als de instantie die bevoegd is tot afgifte van een bewijs van betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn. Als bewijs van betrouwbaarheid dient de verklaring omtrent het bedrag, afgegeven ingevolge de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Stb. 1955, 395).

Artikel 3

Ter vervanging van het in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn bedoelde document dat dient tot het bewijs dat geen faillissement heeft plaatsgehad, wordt aangewezen een door een notaris afgegeven afschrift van een authentieke akte, waarin het afleggen van een verklaring als bedoeld in het tweede lid van voornoemd artikel is geconstateerd.

Artikel 4

Dit besluit zal in de Nederlandse Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 6 maart 1978

De

Minister

voornoemd,

J. de Ruiter