Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 25-11-2007 t/m 31-12-2008

Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren

De Minister van Landbouw en Visserij,

Gelet op artikel 3 en 4 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 (Stb. 666);

Na overleg met het Produktschap voor Vis en Visprodukten, het Visserijschap, het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven, het Centraal Nederlands Hengelaars Verbond en de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a. ‘visserijzone’:

de in artikel 1, vierde lid, onder a, van de Visserijwet 1968 (Stb. 312) bedoelde zone;

b. ‘zeegebied’:

de als zodanig bij het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 (Stb. 176) aangewezen wateren;

c. ‘kustwateren’:

de als zodanig bij het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 aangewezen wateren.

d. ‘Minister’:

minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

e. ‘rapen’:

het vergaren, niet zijnde het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van schelpdieren;

f. ‘handmatig’:

met de hand, zonder gebruikmaking van enig hulpmiddel, dan wel louter met gebruikmaking van een riek of een spade.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het is verboden in het zeegebied en de kustwateren te vissen met:

    • a. de harpoen, de elger, de aalschaar, of enig ander vistuig, hetwelk geëigend is de vis te verwonden, met uitzondering van het hoekwant, de reep, de dobber, de zetangel of fleur, de hengel of spieringtuig;

    • b. een visnet waarvan het netwerk van metaalgaas is vervaardigd, met uitzondering van de kreeftenkorf en enig ander net, bestemd of mede bestemd tot het vangen van schaal- en schelpdieren, zeesterren en zee- of koraalmos.

  • 3 Het is verboden in de kustwateren genoemd in artikel 2, derde tot en met zevende lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 met de hierna genoemde vistuigen te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan het aantal millimeters, vermeld achter het desbetreffende vistuig:

    • a. de ankerkuil 13 mm

    • b. het staande ansjovisnet, de fuik van een ansjovisweer 15 mm

    • c. het kuilnet 17 mm

    • d. de zegen 20 mm

    • e. het spieringdrijfnet 25 mm

    • f. het schutnet, het staande botnet, de fuik aan een botweer 80 mm

  • 4 Het is verboden in de kustwateren te vissen met een vistuig, waarvoor een minimummaaswijdte is vastgesteld, indien met betrekking tot dat vistuig enige handeling is verricht of enig middel is aangewend, waardoor het ontsnappen van vis kan worden bemoeilijkt of belet.

  • 5 Onder spieringdrijfnet, als bedoeld in het derde lid, onderdeel e, wordt verstaan, ieder een- of meerwandig wargaren, hetwelk bij gebruik door de stroom wordt voortbewogen, met een maaswijdte van 45 mm of minder.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het is verboden in het zeegebied en de kustwateren te vissen met een palingfuik, staand want, hoekwant, aalkub, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig.

  • 2 Het is verboden in de kustwateren te vissen met een zegen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

Het is verboden te vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van schelpdieren in:

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

Het is verboden te vissen met:

  • a. sleepnetten al dan niet met wekkerkettingen in de Oosterschelde ten oosten van de Oosterscheldekering en in het gebied genoemd in bijlage 4;

  • b. sleepnetten met wekkerkettingen in de gebieden genoemd in bijlage 1.

Artikel 6 [Vervallen per 02-01-2004]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon crangon) is in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren met uitzondering van de Westerschelde verboden.

  • 2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor degene, die anders dan met behulp van een vaartuig op garnalen vist.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het is verboden schelpdieren te rapen in:

    • a. de gebieden, bedoeld in bijlage 1, bijlage 2 en bijlage 4, en

    • b. andere gesloten gebieden die alszodanig door de Minister in de Staatscourant bekend zijn gemaakt, voor de duur dat deze andere gebieden door hem gesloten zijn verklaard.

  • 2 Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt vrijstelling verleend aan:

    • a. degene die handmatig schelpdieren raapt en die:

      • -

        visrechthebbende is op de desbetreffende schelpdierpercelen, gelegen in de in het eerste lid bedoelde gebieden, dan wel

      • -

        van de visrechthebbende vooraf schriftelijke toestemming heeft gekregen handmatig schelpdieren te rapen op die percelen;

    • b. degene die handmatig schelpdieren raapt voor eigen gebruik, tot ten hoogste tien kg. per dag.

  • 3 De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor het vissen in het gebied genoemd in bijlage 4.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden, is het verboden in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren schaal- en schelpdieren te rapen tussen één uur na zonsondergang en één uur vóór zonsopgang.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het is verboden in de visserijzone, het zeegebied en de kustwateren schelpdieren uit te zaaien of uit te zetten.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het uitzetten of uitzaaien van:

    • a. mosselen in de Waddenzee, indien deze afkomstig zijn uit het Nederlandse gedeelte van de Waddenzee;

    • b. mosselen en oesters in de Oosterschelde, indien deze afkomstig zijn uit de Oosterschelde.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het is verboden op of in de nabijheid van enig in artikel 1 bedoeld water een vistuig voorhanden te hebben, indien een voor zover het gebruik van dat vistuig in dat water ingevolge het bepaalde in de vorige artikelen verboden is.

  • 2 Het verbod geldt niet indien het vistuig zodanig is verpakt of in zodanige toestand is, dat dadelijk gebruik daarvan niet mogelijk is.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt niet verleend voor:

    • a. het vissen in het gebied genoemd in bijlage 4;

    • b. het vissen met vistuigen geschikt voor het vangen van schelpdieren in de gebieden genoemd in bijlage 1.

  • 3 In afwijking van het eerste lid is het verboden om van vrijdag 12.00 uur tot de daaropvolgende zondag 24.00 uur buiten de haven te zijn met een vaartuig dat enig vistuig aan boord heeft geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon crangon).

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing, indien het vissen wordt uitgevoerd als toeristische activiteit met een daarvoor geschikt vaartuig en de vangst niet op de markt wordt gebracht.

  • 5 In afwijking van het derde lid is het toegestaan om buiten de Nederlandse wateren tijdens opeenvolgende tijdvakken van twee weken telkens ten hoogste negen etmalen buiten de haven te zijn met een vaartuig dat enig vistuig aan boord heeft geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon crangon). Het eerste tijdvak begint op de eerste zondag in oktober om 24.00 uur en loopt twee weken later op zondag om 24.00 uur af.

  • 6 Een vergunning als bedoeld in het eerste lid bestemd voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon, crangon) in de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren bevat met ingang van 1 januari 2002 de volgende gegevens:

  • 7 Een vergunning als bedoeld in het zesde lid wordt ten aanzien van een vissersvaartuig slechts verleend indien:

    • a. het vissersvaartuig dient ter vervanging van een vissersvaartuig of vissersvaartuigen ten aanzien waarvan een vergunning als bedoeld in het zesde lid is verleend en de vergunninghouder afstand heeft gedaan van zijn gehele vergunning ten gunste van de aanvrager van de vergunning en het totaal verleende aantal vergunningen als bedoeld in het zesde lid niet toeneemt;

    • b. het motorvermogen van dat vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen;

    • c. het vissersvaartuig ten aanzien waarvan de vergunning wordt aangevraagd behoort tot hetzelfde segment als het vaartuig ten aanzien waarvan de vergunning laatstelijk is verleend;

    • d. het vissersvaartuig voldoet aan de voorwaarden van artikel 29 van Verordening (EG) 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PbEG L 125), en

    • e. de aanvrager een meetrapport van een onafhankelijk meetbureau als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Regeling visvergunning overlegt dat niet ouder is dan twee maanden en waaruit het motorvermogen blijkt van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is aangevraagd.

  • 8 Onderdeel a van het zevende lid is niet van toepassing indien een vergunning als bedoeld in het zesde lid wordt aangevraagd door een aanvrager die op grond van artikel 11b, derde lid, de vergunning heeft gereserveerd.

  • 9 De vergunning, bedoeld in het zesde lid, wordt ingetrokken indien:

    • a. de vergunninghouder afstand van de vergunning heeft gedaan als bedoeld in het zevende lid, onderdeel a;

    • b. de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig definitief worden beëindigd als bedoeld in artikel 23 van verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PbEU L223) en ten aanzien van de beëindiging door de Minister of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verleend.

  • 10 De minister kan de vergunning, bedoeld in het zesde lid voor een periode van twee weken schorsen, indien naar het oordeel van de minister met het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is toegekend is gehandeld in strijd met het derde of vijfde lid. Indien binnen een jaar na afloop van de schorsing naar het oordeel van de minister nogmaals met het vaartuig in strijd met het derde of vijfde lid wordt gehandeld, kan de minister de vergunning voor een periode van vier weken schorsen.

Artikel 11a [Vervallen per 01-01-2009]

Het is verboden de visserij uit te oefenen met een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen groter is dan het motorvermogen dat staat vermeld op de ten behoeve van dat vissersvaartuig verleende vergunning als bedoeld in artikel 11, derde lid.

Artikel 11b [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De houder van een vergunning bestemd voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon, crangon) als bedoeld in artikel 11 overlegt uiterlijk op 19 augustus 2006 aan de minister een meetrapport van een onafhankelijk meetbureau als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Regeling visvergunning waaruit het motorvermogen blijkt van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de vergunning is verleend.

  • 2 Het meetrapport, bedoeld in het eerste lid, is opgemaakt na 1 juni 2005.

  • 3 In afwijking van het eerste lid kan de vergunninghouder uiterlijk op 19 augustus 2006 de vergunning bestemd voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon, crangon) inleveren bij de minister met het verzoek de vergunning in te trekken en voor hem te reserveren.

  • 4 De minister kan de visvergunning schorsen indien naar het oordeel van de minister niet aan het eerste, tweede of derde lid is voldaan.

  • 5 De minister kan de schorsing van de visvergunning, bedoeld in het vierde lid, beëindigen op het moment dat naar het oordeel van de minister blijkt dat na 19 augustus 2006 alsnog wordt voldaan aan het eerste en het tweede lid of aan het derde lid.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in deze beschikking.

  • 2 Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, wordt niet verleend voor het vissen in het gebied genoemd in bijlage 4.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aan ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen, als bedoeld in de vorige artikelen kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen ook onder beperkingen worden verleend. Zij kunnen worden ingetrokken.

  • 2 Niet naleven van beperkingen of voorschriften als bedoeld in het eerst lid wordt aangemerkt als handelen zonder ontheffing, vrijstelling of vergunning als bedoeld in de artikelen 11 en 12.

Artikel 13a [Vervallen per 01-01-2009]

Bij het verlenen van ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen, als bedoeld in de artikelen 11 en 12 voor kustwateren alsmede bij het daaraan verbinden van voorschriften en het verlenen onder beperkingen, als bedoeld in artikel 13, wordt mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

De volgende beschikkingen worden ingetrokken:

  • a. de Beschikking van 27 april 1970 (Stcrt. 82) betreffende verboden vistuigen in de kustwateren;

  • b. de Beschikking van 21 mei 1974 (Stcrt. 99) betreffende het vissen met enig vistuig bestemd tot het vangen van kokkels/kokhanen (Cardium Edule L.);

  • c. de Beschikking regeling garnalenvangst 1975 (Stcrt. 197).

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1978. Zij kan worden aangehaald als ‘Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren’.

's-Gravenhage, 29 december 1977

De

Minister

van Landbouw en Visserij,

A.P.J.M.M. van der Stee

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Gebied I (Balgzand en Breehorn) [Vervallen per 01-01-2009]

In het westen en het zuiden begrensd door de kust van Noord-Holland vanaf het sectorlicht op de dijk achter de Berghaven te Den Helder tot de noordelijke dam van de haveningang van Den Oever.

In het noorden begrensd door een lijn vanaf het eerdergenoemde sectorlicht naar de ton M3 en vandaar via de lichtboeien en tonnen van het Malzwin, genummerd M5, M7, M9, M11, M13, (punt 1: 52°59.1426' NB en 04°⁠56.3244' OL) en vervolgens over de punten 2 (52°⁠57.1285' NB en 04°56.1595' OL), 3 (52°56.1395' NB en 04°56.6405' OL), 4 (52°56.3055' NB en 04°57.4365' OL), 5 (52°56.6285' NB en 04°57.3615' OL), 6 (52°56.6985' NB en 04°58.2335' OL), 7 (52°56.8845' NB en 04°58.4945' OL) en vandaar in oostelijke richting over de lijn van gemiddeld LLWS naar het havenhoofd van Den Oever.

Gebied II (Terschellingerwad en Jacobsruggen) [Vervallen per 01-01-2009]

In het noordoosten en het oosten begrensd door een lijn vanaf de Noordkaap op de Boschplaat van Terschelling naar de ton O96, vervolgens langs de tonnen en drijfbakens van het Oosterom (even nummers aflopend O96 t/m O42) naar de percelen van de Noorderbalgen.

In het zuidoosten begrensd door de bovenlijn aan de Terschellingerzijde van de percelen van de Noorderbalgen (NB 43–45, NB 1–7, NB 8–30) en vandaar langs de lichtboeien, tonnen en drijfbakens van de Noordoost-Meep en de West-Meep, genummerd R1/ NOM 10a, NOM 10, NOM8, NOM6, NOM4/S5, NOM2, WM6 en WM4.

In het zuidwesten begrensd door een lijn tussen de lichtboeien en tonnen van de Vlieree, genummerd SG2, VL2a, VL4, VL6, VL8, VL10 en WM4.

In het noorden en noordwesten begrensd door een lijn tussen lichtboeien van het Schuitengat, genummerd SG2, SG4, SG6, SG8, SG 10 en vandaar in noordelijke richting naar de kust van Terschelling en langs de kust in hoofdzakelijk noordoostelijke richting tot het snijpunt met de lijn tussen de eerdergenoemde Noordkaap en de ton O96.

Gebied III (Piet Scheveplaat) [Vervallen per 01-01-2009]

In het noordwesten begrensd door een lijn tussen het scheidingsbaken DG10/KG1 en de lichtboei KG11.

In het noordoosten begrensd door lijnen tussen de lichtopstanden, lichtboeien, tonnen en drijfbakens van de groene zijde van het Kikkertgat, genummerd KG11 t/m KG39.

In het zuidwesten en zuidoosten begrensd door de drijf- en steekbakens van het Dantziggat, genummerd DGI0/KG1 t/m DG36 en vervolgens in rechte lijn naar de lichtopstand KG39.

Gebied IV (Groningerwad) [Vervallen per 01-01-2009]

In het noorden begrensd door de basislijn van de territoriale zee van Nederland tussen het baken op de Boschplaat van Rottumerplaat (53°31.4456' NB en 06°⁠27. 3456' OL) en de Grote Kaap op de Rottumeroog (53°32.3477' NB en 06°⁠34.3118' OL).

In het oosten begrensd door lijnen getrokken tussen de Grote Kaap te Rottumeroog en de tonnen H15 en A1b/H17 in het Horsborngat, van laatstgenoemde ton naar de lichtopstand op het Horsbornzand (ca. 53°31.2367' NB en 06°⁠39,4219' OL), vervolgens via de scheidingston VR naar het westelijk havenhoofd van de Eemshaven.

In het zuiden begrensd door de kust van de provincie Groningen, van het westelijk havenhoofd van de Eemshaven tot de vissershaven van Noordpolderzijl.

In het westen door lijnen getrokken tussen het baken op de Boschplaat van Rottumerplaat en de tonnen en drijfbakens in de Zuidoost Lauwers, achtereenvolgens genummerd: ZOL1, ZOL3, ZOL5, ZOL6, ZOL7, ZOL9, ZOL11, ZOL8, ZOL10, ZOL12, ZOL14, ZOL16, ZOL17, ZOL19, ZOL18, ZOL20, ZOL22, ZOL24, ZOL26, VN2, VN1 en vervolgens langs de steekbakens van de haveningang naar de haven van Noordpolderzijl.

Gebied V (De Hond en de Paap in de Eems) [Vervallen per 01-01-2009]

Het volgens de nieuwste uitgave van de hydrografische kaart nr. 1812.6 droogvallende gebied van de Hond en de Paap, inclusief de geultjes en prielen.

Gebied VI (Noordelijke tak van de Oosterschelde) [Vervallen per 01-01-2009]

Het gebied in het zuidwesten begrensd door een lijn tussen de sectorlichten van de Hoek van Ouwerkerk (51°36.8664' NB en 03°58.2515' OL); en de haven van Stavenisse (51'35.6824' NB en 04°⁠00.2696' OL) en ten noordwesten van de lijn begrensd door de kusten van Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint-Philipsland, alsmede de Grevelingendam en de Philipsdam. Onder het gesloten gebied zijn het Slaak en de Krabbenkreek mede begrepen.

Gebied VII (Westelijk deel van de Roggenplaat) [Vervallen per 01-01-2009]

In het oosten begrensd door een lijn tussen punt 1 gelegen op 51°40.7364' NB en 03°46.5961' OL in de Hammen en punt 2 gelegen op 51°38.8313' NB en 03°46.6712' OL in de Geul van de Roggenplaat. Deze lijn raait op de Plompetoren op de kust van Schouwen.

In het zuiden begrensd door een lijn die loopt tussen punt 2 en punt 3 gelegen op 51°38.9013' NB en 03°43.1611' OL op de Oosterscheldekering, tot het snijpunt met de grens van het verboden vaargebied van de Oosterscheldekering in het Schaar van de Roggenplaat en vandaar in noordwestelijke richting naar de havendam van de Roggenplaathaven.

In het westen begrensd door de havendam van de Roggenplaathaven en de grens van. het verboden vaargebied van de Oosterscheldekering in het stroomgat Hammen, naar de kust van Schouwen.

In het noorden begrensd door de kust van Schouwen, de Westbout en de havendam van Burghsluis tot punt 4 gelegen op 51°⁠40.3513' NB en 03°⁠45.1211' OL, vandaar in zuidoostelijke richting naar punt 5 gelegen op 51°⁠40.0513' NB en 03°⁠45.4711' OL en vervolgens in overwegend noordoostelijke richting naar punt 1.

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2009]

1. Het op grond van de Natuurbeschermingswet gesloten gebied rondom de Griend, zoals aangegeven op de nieuwste uitgave van de hydrografische kaart nr. 1811.4.

2. Het gebied tussen de vaste wal van Vlieland en de lijn lopend door de volgende punten (volgens de nieuwste uitgave van de hydrografische kaart 1811.4):

– de coördinaten:

53°12.9550' NB en 04°55.4200' OL

53°13.7050' NB en 04°59.4200' OL

53°16.2052' NB en 05°01.9200' OL

– de dubbele meetpaal west van de haven van Oost-Vlieland (Oc.10 8s).

3. Het gebied tussen de vaste wal van Ameland en de lijn lopend door de volgende punten (volgens de nieuwste uitgave van de hydrografische kaarten nrs. 1811.6 en 1812.2):

– de kerktoren van Hollum

– de boeien WA 16, MG 6, MG 10, MG 12, MG 16, MG 18, MG 20, MG 22/BB 1, MG 24, MG 17/KG 10 en KG 14

– de coördinaten:

53°26.4561' NB en 05°55.9210' OL

53°27.4561' NB en 05°57.9210' OL

4. Het gebied tussen de vaste wal van Schiermonnikoog en de lijn lopend door de volgende punten (volgens de nieuwste uitgave van de hydrografische kaarten nrs. 1812.3 en 1812.4):

– de vuurtoren van Schiermonnikoog

– de boeien Z4, GvS 10, GvS 12, GvS 14, GvS 16, GS 2, GS 4 en GS 8

– de kop van de veersteiger

– de coördinaten:

53°27.2063' NB en 06°11.9214' OL

53°28.9564' NB en 06°18.9215' OL

53°30.2065' NB en 06°20.9215' OL.

Bijlage 3. behorend bij artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

Gebied 1 (het Friese Front) [Vervallen per 01-01-2009]

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

D_1_D:

3° 38’ 8”

OL

55° 38’ 41”

NB

D_2_D:

4° 15’ 36”

OL

55° 21’ 54”

NB

D_3_GB:

2° 45’ 44,6”

OL

54° 22’ 38”

NB

D_4_GB:

2° 53’ 48,4”

OL

54° 37’ 15,4”

NB

D_5_GB:

3° 12’ 26,9”

OL

55° 22’ 51,7”

NB

Gebied 2 (de Doggersbank) [Vervallen per 01-01-2009]

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

FF_1

5° 14’ 1,4”

OL

54° 13’ 23,9”

NB

FF_2

5° 13’ 37,6”

OL

53° 49’ 47,1”

NB

FF_3

4° 12’ 57,6”

OL

53° 24’ 59,3”

NB

FF_4

4° 12’ 53,9”

OL

53° 47’ 59,4”

NB

Gebied 3 (de Klaverbank) [Vervallen per 01-01-2009]

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

KB_1

3° 18’ 57”

OL

54° 11’ 57,8”

NB

KB_2

3° 19’ 3,6”

OL

53° 49’ 47,1”

NB

KB_3_GB

2° 54’ 14”

OL

53° 50’ 11,2”

NB

KB_4_GB

2° 51’ 54,9”

OL

53° 57’ 45,3”

NB

KB_5_GB

2° 48’ 22,5”

OL

54° 12’ 5,2”

NB

Bijlage 4. behorend bij de artikelen 5, 8, 11 en 12 [Vervallen per 01-01-2009]

Het gebied dat wordt begrensd door de lijn lopend door de volgende coördinaten:

53°29.7110' NB en 06°36.8450' OL

53°31.9450' NB en 06°37.2260' OL

53°32.4210' NB en 06°37.0408' OL

53°32.5704' NB en 06°36.9446' OL

53°32.9445' NB en 06°36.5232' OL

53°32.5774' NB en 06°31.1897' OL

53°33.2763' NB en 06°28.9006' OL

53°33.4951' NB en 06°27.3228' OL

53°32.9249' NB en 06°26.3971' OL

53°32.2225' NB en 06°27.2745' OL

53°31.8188' NB en 06°27.5629' OL

53°31.1084' NB en 06°27.7142' OL

53°30.8232' NB en 06°27.8172' OL

53°30.5652' NB en 06°27.8245' OL

53°30.2091' NB en 06°27.8895' OL

53°29.9693' NB en 06°27.9813' OL

53°29.4464' NB en 06°28.0920' OL

53°28.5000' NB en 06°29.1850' OL