Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit aanvullingen van opschriften op vaandels en standaarden van regimenten van [...] voormalige Nederlands-Indië gedurende de jaren 1945-1949

Geldend van 29-12-1980 t/m heden

Besluit van 16 december 1977, houdende aanvullingen van opschriften op vaandels en standaarden van regimenten van de Koninklijke landmacht voor krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië gedurende de jaren 1945-1949

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 2 december 1977, Landmachtstaf, nr. 456.108 D;

Overwegende de wenselijkheid de vaandel-, c.q. standaardopschriften van regimenten van de Koninklijke landmacht aan te vullen met de krijgsverrichtingen van de stamonderdelen in het voormalige Nederlands-Indië gedurende de jaren 1945-1949;

Gelet op de Koninklijke besluiten van: 7 augustus 1896, nr. 41 en 42; 14 juli 1909, nr. 82; 3 november 1913, nr. 70; 17 april 1919, nr. 24; 29 maart 1927, nr. 24; 3 juli 1945, nr. 28; 1 februari 1947, nr. 70;

alsmede op Onze besluiten van: 13 juli 1949, nr. 42; 4 september 1951, nr. 27; 1 september 1955, nr. 25;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Het vaandel van het GARDEREGIMENT GRENADIERS wordt aangevuld met de opschriften:

WEST-JAVA 1946-1949

OOST-JAVA 1947-1949

wegens:

het deelnemen van vijf bataljons van het Regiment - later Garderegiment - Grenadiers aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

4e bataljon op Oost-Java van 1947 tot 1949;

5e bataljon op de kleine Soenda-eilanden van 1947 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 411e Bataljon Infanterie, op West- en Midden-Java van 1948 tot 1949;

7e bataljon, ook genaamd 431e Bataljon Infanterie, op West- en Midden-Java in 1949.

Hierbij heeft het 3e bataljon zich bijzonder onderscheiden op West-Java en het 4e bataljon op Oost-Java (onder meer te Kediri).

Artikel 2

Het vaandel van het GARDEREGIMENT JAGERS wordt aangevuld met de opschriften:

WEST-JAVA 1946-1949

OOST-JAVA 1947-1949

wegens:

het deelnemen van vijf bataljons van het Regiment - later Garderegiment - Jagers aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

1e bataljon op West-Java en rond Padang (Sumatra's Westkust) van 1946 tot 1948;

3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

4e bataljon op Oost-Java van 1947 tot 1949;

5e bataljon op Celebes en Oost-Java van 1947 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 421e Bataljon Infanterie, op Oost-Java in 1949.

Hierbij hebben het 1e en 3e bataljon zich bijzonder onderscheiden op West-Java (het 3e onder meer in Bantam) en het 4e bataljon op Oost-Java.

Artikel 3

Het vaandel van het GARDEREGIMENT FUSELIERS "PRINSES IRENE" wordt aangevuld met de opschriften:

WEST-JAVA 1946-1949

OOST-JAVA 1947-1949

wegens:

het deelnemen van vijf bataljons van het Regiment - later Garderegiment - "Prinses Irene" aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

4e bataljon op Oost-Java van 1947 tot 1949;

5e bataljon op Sumatra's Westkust van 1947 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 412e Bataljon Infanterie op West-Java van 1948 tot 1949;

7e bataljon, ook genaamd 434e Bataljon Infanterie, op Oost-Java in 1949.

Hierbij heeft het 3e bataljon zich bijzonder onderscheiden op West-Java en het 4e bataljon op Oost-Java (onder meer te Blitar).

Artikel 4

Het vaandel van het REGIMENT STOOTTROEPEN wordt aangevuld met de opschriften:

WEST- EN MIDDEN-JAVA 1946-1949

MIDDEN-SUMATRA 1947-1949

wegens:

het deelnemen van acht bataljons van het Regiment Stoottroepen aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

1e bataljon op Midden-Java van 1946 tot 1948;

3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

4e bataljon op Midden-Sumatra van 1947 tot 1949;

5e bataljon op Midden-Java van 1947 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 401e Bataljon Infanterie, op West-Java van 1948 tot 1949;

7e (voormalige 3e) bataljon op Bangka, te Batavia en op Zuid-Sumatra van 1946 tot 1948;

7e bataljon, ook genaamd 435e Bataljon Infanterie op Zuid-Sumatra in 1949;

8e (voormalige 4e) bataljon op West-Java van 1946 tot 1948.

Hierbij heeft het 1e bataljon zich bijzonder onderscheiden op Midden-Java (onder meer te Semarang), het 3e bataljon op West-Java (onder meer te Garoet), het 4e bataljon op Midden-Sumatra en het 5e bataljon op Midden-Java (onder meer te Djocjakarta).

Artikel 5

Het vaandel van het REGIMENT INFANTERIE JOHAN WILLEM FRISO wordt aangevuld met het opschrift:

JAVA EN SUMATRA 1946-1949

wegens:

  • A. het deelnemen van zes bataljons van het 1e Regiment Infanterie, waarvan het Regiment infanterie Johan Willem Friso de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    1e bataljon op Oost-Java en Noord-Sumatra van 1946 tot 1948;

    3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

    4e bataljon in de residentie Palembang (Sumatra) van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op Midden-Sumatra van 1947 tot 1949;

    6e bataljon, ook genaamd 403e Bataljon Infanterie op Midden-Java van 1948 tot 1949;

    7e bataljon, ook genaamd 432e Bataljon Infanterie op West-Java in 1949;

  • B. het deelnemen van vier bataljons van het 9e Regiment Infanterie, dat in 1903 is voortgekomen uit het 1e Regiment Infanterie en waarvan het Regiment infanterie Johan Willem Friso de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    1e bataljon op West-Java van 1946 tot 1948;

    3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

    4e bataljon op West- en Midden-Java van 1947 tot 1949;

    5e bataljon in de residentie Palembang (Sumatra) van 1948 tot 1949.

    Hierbij hebben zich bijzonder onderscheiden:

    • a. van het 1e Regiment Infanterie:

      het 1e bataljon op Oost-Java (onder meer te Soerabaja) en Noord-Sumatra;

      het 4e bataljon op Zuid-Sumatra;

      het 5e bataljon op Midden-Sumatra;

    • b. van het 9e Regiment Infanterie:

      het 1e bataljon op West-Java (onder meer te Bandoeng);

      het 4e bataljon op Midden-Java;

      het 5e bataljon op Zuid-Sumatra.

Artikel 6

Het vaandel van het REGIMENT LIMBURGSE JAGERS wordt aangevuld met de opschriften:

WEST- EN MIDDEN-JAVA 1946-1949

NOORD-SUMATRA 1947-1949

wegens:

  • A. het deelnemen van vijf bataljons van het 2e Regiment Infanterie waarvan het Regiment Limburgse Jagers de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

    4e bataljon op Noord-Sumatra van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op Celebes van 1947 tot 1949;

    6e bataljon, ook genaamd 402e Bataljon Infanterie, op Midden-Java van 1948 tot 1949;

    7e bataljon, ook genaamd 433e Bataljon Infanterie, op West-Java in 1949;

  • B. het deelnemen van vier bataljons van het 11e Regiment Infanterie, dat in 1905 uit het 2e Regiment Infanterie is voortgekomen en waarvan het Regiment Limburgse Jagers eveneens de voortzetting is aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    1e bataljon op West-Java van 1946 tot 1948;

    3e bataljon op Celebes, Borneo, West- en Midden-Java van 1946 tot 1949;

    4e bataljon op West-Java van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op Noord-Sumatra van 1947 tot 1949;

  • C. het deelnemen van één bataljon van het 13e Regiment Infanterie, dat in 1913 uit het 2e Regiment Infanterie is voortgekomen en waarvan de traditie op 1 februari 1947 weer is overgegaan op dat regiment, waarvan het Regiment Limburgse Jagers de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    2e bataljon op Midden-Java van 1946 tot 1948.

    Hierbij hebben zich bijzonder onderscheiden:

    • a. van het 2e Regiment Infanterie:

      het 3e bataljon op West-Java (onder meer te Tjiamis en Tasikmalaja);

      het 4e bataljon op Noord-Sumatra;

    • b. van het 11e Regiment Infanterie:

      het 1e bataljon op West-Java (onder meer te Batavia);

      het 3e bataljon op Midden-Java;

      het 5e bataljon op Noord-Sumatra;

    • c. van het 13e Regiment Infanterie:

      het 2e bataljon op Midden-Java (onder meer te Semarang).

Artikel 7

Het vaandel van het REGIMENT INFANTERIE MENNO VAN COEHOORN wordt aangevuld met de opschriften:

WEST-JAVA 1946-1948

ZUID-SUMATRA 1948-1949

wegens:

het deelnemen van zes bataljons van het 3e Regiment Infanterie, waarvan het Regiment infanterie Menno van Coehoorn de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

1e bataljon op West-Java van 1946 tot 1948;

3e bataljon op Noord-Sumatra van 1945 tot 1949;

4e bataljon op West-Java van 1947 tot 1949;

5e bataljon op Zuid-Sumatra van 1948 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 413e Bataljon Infanterie, op West-Java van 1948 tot 1949;

7e bataljon, ook genaamd 436e Bataljon Infanterie, op Noord-Sumatra in 1949.

Hierbij heeft het 1e bataljon zich bijzonder onderscheiden op West-Java (onder meer te Bandoeng) en het 5e bataljon op Zuid-Sumatra (onder meer te Djambi).

Artikel 8

Het vaandel van het REGIMENT INFANTERIE ORANJE-GELDERLAND aan te vullen met het opschrift:

JAVA 1946-1949

wegens:

het deelnemen van zes bataljons van het 5e Regiment Infanterie, waarvan het Regiment infanterie Oranje-Gelderland de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

1e bataljon op West-Java van 1946 tot 1948;

2e bataljon op Oost-Java van 1946 tot 1948;

3e bataljon op Oost-Java van 1946 tot 1949;

4e bataljon op Oost-Java van 1947 tot 1949;

5e bataljon op Midden-Java van 1948 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 423e Bataljon Infanterie, op Oost-Java in 1949.

Hierbij heeft het 1e bataljon zich bijzonder onderscheiden op West-Java (onder meer te Bandoeng), het 2e bataljon op Oost-Java (onder meer te Soerabaja) en het 5e bataljon op Midden-Java (onder meer te Djocjakarta).

Artikel 9

Het vaandel van het REGIMENT INFANTERIE CHASSÉ wordt aangevuld met de opschriften:

MIDDEN-JAVA 1946-1949

ZUID-SUMATRA 1947-1949

wegens:

  • A. het deelnemen van vijf bataljons van het 7e Regiment Infanterie, waarvan het Regiment infanterie Chassé de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    2e bataljon op Midden-Java van 1946 tot 1948;

    3e bataljon op Midden-Java van 1946 tot 1949;

    4e bataljon op Sumatra van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op West- en Oost-Java van 1948 tot 1949;

    6e bataljon, ook genaamd 424e Bataljon Infanterie, op Noord-Sumatra in 1949;

  • B. het deelnemen van vier bataljons van het 10e Regiment Infanterie, dat in 1904 uit het 7e Regiment Infanterie is voortgekomen en waarvan het Regiment infanterie Chassé eveneens de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    2e bataljon op Oost-Java van 1946 tot 1949;

    3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

    4e bataljon op West-Java van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op Noord-Sumatra van 1948 tot 1949.

    Hierbij hebben zich bijzonder onderscheiden:

    van het 7e Regiment Infanterie:

    het 2e bataljon op Midden-Java (onder meer te Semarang);

    het 4e bataljon op Zuid-Sumatra (onder meer te Djambi).

Artikel 10

Het vaandel van het voormalige 4e REGIMENT INFANTERIE (bij het wederom in gebruik nemen) wordt aangevuld met de opschriften:

JAVA 1946-1949

NOORD-SUMATRA 1948-1949

wegens:

  • A. het deelnemen van vijf bataljons van het voormalige 4e Regiment Infanterie aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    1e bataljon op West-Java van 1946 tot 1948;

    2e bataljon op West-Java van 1946 tot 1948;

    4e bataljon in de residentie Palembang (Sumatra) van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op Zuid-Borneo van 1947 tot 1949;

    6e bataljon, ook genaamd 426e Bataljon Infanterie, op Midden-Java in 1949;

  • B. het deelnemen van twee bataljons van het 12e Regiment Infanterie dat op 17 maart 1947 werd verdoopt tot 4e Regiment Infanterie, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    1e bataljon op Oost-Java van 1946 tot 1948,

    3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

  • C. het deelnemen van drie bataljons van het 15e Regiment Infanterie, dat in 1913 uit het 4e Regiment Infanterie is voortgekomen en waarvan de traditie op 1 februari 1947 weer is overgegaan op dat regiment, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    1e bataljon op Midden-Java van 1948 tot 1949;

    2e bataljon op Oost-Java van 1948 tot 1949;

    3e bataljon op Noord-Sumatra van 1948 tot 1949.

    Hierbij hebben zich bijzonder onderscheiden:

    • a. van het 12e Regiment Infanterie:

      het 1e bataljon op Oost-Java (onder meer te Soerabaja);

      het 3e bataljon op West-Java (onder meer te Bantam);

    • b. van het 15e Regiment Infanterie:

      het 1e bataljon op Midden-Java (onder meer te Djocjakarta);

      het 3e bataljon op Noord-Sumatra.

Artikel 11

Het vaandel van het voormalige 6e REGIMENT INFANTERIE (bij het wederom in gebruik nemen) wordt aangevuld met het opschrift:

WEST- EN MIDDEN-JAVA 1946-1949

wegens:

  • A. het deelnemen van vier bataljons van het voormalige 6e Regiment Infanterie aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    2e bataljon op Midden-Java van 1946 tot 1948;

    4e bataljon op Midden-Java van 1947 tot 1949;

    5e bataljon op Midden-Java van 1948 tot 1949;

    6e bataljon, ook genaamd 425e Bataljon Infanterie, op Midden- en Oost-Java van 1948 tot 1949;

  • B. het deelnemen van twee bataljons van het 14e Regiment Infanterie dat op 17 maart 1947 werd verdoopt tot 6e Regiment Infanterie, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

    2e bataljon op West-Java en Midden-Sumatra van 1946 tot 1948;

    3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949.

    Hierbij hebben zich bijzonder onderscheiden:

    • a. van het 6e Regiment Infanterie:

      het 2e bataljon op Midden-Java (onder meer te Semarang);

    • b. van het 14e Regiment Infanterie:

      het 2e bataljon op West-Java (onder meer te Batavia);

      het 3e bataljon op West-Java (onder meer te Soekaboemi).

Artikel 12

Het vaandel van het voormalige 8e REGIMENT INFANTERIE wordt aangevuld met het opschrift:

WEST-JAVA 1946-1949

wegens:

het deelnemen van vijf bataljons van het voormalige 8e Regiment Infanterie aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië:

1e bataljon op West-Java en Midden-Sumatra van 1946 tot 1948;

3e bataljon op West-Java van 1946 tot 1949;

4e bataljon op West-Java van 1947 tot 1949;

5e bataljon op Zuid-Sumatra van 1948 tot 1949;

6e bataljon, ook genaamd 422e Bataljon Infanterie, op Oost-Java in 1949.

Hierbij hebben het 1e en het 4e bataljon zich bijzonder onderscheiden op West-Java (het 1e onder meer te Batavia).

Artikel 13

De standaard van het REGIMENT HUZAREN VAN BOREEL wordt aangevuld met het opschrift:

JAVA EN SUMATRA 1946-1949

wegens:

het deelnemen van twee verkenningsregimenten en dertien zelfstandige eskadrons van het Regiment huzaren van Boreel aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië.

1e Verkenningsregiment op West-Java van 1946 tot 1949;

2e Afdeling op Oost-Java van 1947 tot 1949;

1e Eskadron pantserwagens op Noord-Sumatra van 1946 tot 1949;

2e Eskadron pantserwagens op Midden-Java van 1946 tot 1949;

3e Eskadron pantserwagens op Zuid-Sumatra van 1946 tot 1949;

4e Eskadron pantserwagens op Midden-Java van 1947 tot 1949;

5e Eskadron pantserwagens op Midden-Sumatra van 1947 tot 1949;

6e Eskadron pantserwagens op Midden-Java van 1947 tot 1949;

41e Verkenningseskadron op West-Java van 1948 tot 1949;

42e Verkenningseskadron op Oost-Java in 1949;

43e Verkenningseskadron op West-Java in 1949;

5e Eskadron vechtwagens op Noord-Sumatra van 1948 tot 1949;

6e Eskadron vechtwagens op Midden-Java van 1948 tot 1949;

7e Eskadron vechtwagens op Midden-Java van 1948 tot 1949;

8e Eskadron vechtwagens op Oost-Java van 1948 tot 1949.

Hierbij heeft het 1e Verkenningsregiment zich bijzonder onderscheiden op West-Java (onder meer te Garoet en in Bantam), de 2e Afdeling op Oost-Java, het 1e, 3e en 5e Eskadron pantserwagens op Sumatra, het 2e, 4e en 6e Eskadron pantserwagens op Midden-Java, het 41e Verkenningseskadron op West-Java en het 6e Eskadron vechtwagens op Midden-Java (onder meer te Soerakarta).

Artikel 14

Het vaandel van het REGIMENT GENIETROEPEN wordt aangevuld met het opschrift:

JAVA EN SUMATRA 1946 tot 1949

wegens:

het deelnemen van 21 compagnieën van het 1e Regiment Pioniers, waarvan het Regiment genietroepen de voortzetting is, aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië.

Hierbij hebben deze compagnieën zich op Java en Sumatra voortdurend onderscheiden door het aanleggen en herstellen van wegen, bruggen, spoorlijnen, veerponten, vliegvelden, waterleidingen, verlichtingsinstallaties en kampementen, het ruimen van landmijnen en het verwijderen van springladingen, zonder welke werkzaamheden geen militaire acties van enige omvang mogelijk waren, terwijl de door hen gesteunde eenheden dikwijls geen of onvoldoende beveiliging konden geven bij hun vaak zeer gevaarlijke opdrachten.

Artikel 15

Het REGIMENT AAN- EN AFVOERTROEPEN wordt het Vaandelopschrift toegekend:

JAVA EN SUMATRA 1946-1949

wegens:

het deelnemen van 25 compagnieën van het Regiment aan- en afvoertroepen aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië.

Hierbij hebben deze compagnieën zich op Java en Sumatra voortdurend onderscheiden door, ongeacht de slechte toestand van de wegen en de beschietingen waaraan deze onderdelen tijdens menig convooi - vaak onvoldoende beschermd - blootgesteld waren, de aanvoer van alles wat de troepen nodig hadden volledig te vervoeren, alsmede door troepenvervoer de opmars over grote afstanden mogelijk te maken en gedurende lange tijd ook het transport te verzorgen van alle goederen die de bevolking in geïsoleerde gebieden nodig had.

Artikel 16

Het vaandel van het Korps Commandotroepen wordt aangevuld met de opschriften:

DJOKJAKARTA 1948

MIDDEN-SUMATRA 1948-1949

wegens:

het deelnemen van vier compagnieën van het Regiment Speciale Troepen aan krijgsverrichtingen in het voormalige Nederlands-Indië.

Hierbij hebben deze compagnieën zich bijzonder onderscheiden bij de vermeestering van Djokjakarta en op Midden-Sumatra (onder meer te Djambi, Sawah Loento, Pakan Baroe, Rengat en Ajer Molek)

Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan Onze Adjudant-Generaal, tevens Chef van Ons Militaire Huis.

Soestdijk, 16 december 1977

Juliana

De Minister van Defensie,

A. Stemerdink

Uitgegeven de twaalfde januari 1978

De Minister van Justitie,

J. de Ruiter