Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet vaststelling van regelen betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging van uitspraken van het Benelux-Gerechtshof

Geldend van 01-07-2015 t/m heden

Wet van 6 oktober 1977, houdende vaststelling van regelen betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging van uitspraken van het Benelux-Gerechtshof die executoriale titel vormen

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is regelen te stellen betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging van uitspraken van het Benelux-Gerechtshof die executoriale titel vormen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De aanvraag tot het doen aanbrengen van de formule tot gedwongen tenuitvoerlegging van de uitspraken van het Benelux-Gerechtshof die ingevolge het Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie, kunnen worden tenuitvoergelegd, wordt in Nederland gericht tot Onze Minister van Justitie.

Artikel 2

  • 1 De aanvragende partij zendt aan Onze Minister van Justitie haar aanvraag en een exemplaar van de uitspraak.

  • 2 De uitspraak moet in de vorm van een authentieke expeditie worden toegezonden.

  • 3 Indien de utspraak in de Franse taal is gesteld, dient de toezending van een authentieke expeditie in die taal te geschieden. In dat geval wordt tevens een exemplaar in het Nederlands of een Nederlandse vertaling bijgevoegd, die door de griffier van het Benelux-Gerechtshof of door een overeenkomstig de Nederlandse bepalingen beëdigd vertaler voor eensluidend is verklaard.

  • 4 Onze Minister van Justitie zendt de genoemde stukken onverwijld aan de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden.

  • 5 De griffier geeft, binnen een week na de ontvangst van de stukken, na akkoordbevinding van de authenticiteit van de expeditie, aan de expeditie de vorm van een grosse. Hij doet zulks door de volgende formule aan het hoofd, terzijde of aan het slot van de expeditie te plaatsen: “In naam van de Koning”, gevolgd door de vermelding van de dagtekening en van zijn functie en door zijn handtekening. Indien de uitspraak in de Franse taal is gesteld, moet de formule worden geplaatst op de in die taal gestelde authentieke expeditie.

  • 6 De griffier geeft de grosse onverwijld af aan de in het eerste lid bedoelde partij.

  • 7 De grosse heeft dezelfde kracht als de grosse van een burgerlijk vonnis in Nederland gewezen en kan mitsdien worden tenuitvoergelegd op de voet en de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ten aanzien van de tenuitvoerlegging van zodanig vonnis voorgeschreven.

  • 9 Geschillen over de tenuitvoerlegging worden gebracht voor de rechter van de plaats van tenuitvoerlegging.

Artikel 3

De griffier van de Hoge Raad houdt in een afzonderlijk register aantekening van al hetgeen hij ingevolge deze wet ontvangt, verricht en afgeeft.

Artikel 4

Griffierechten zijn terzake van de toepassing van deze wet niet verschuldigd.

Artikel 5

Onze Minister van Justitie zendt een exemplaar van alle gegevens, die hij van het Benelux-Gerechtshof ontvangt, ter verificatie van de authenticiteit van expedities van genoemde uitspraken, onverwijld aan de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 6 oktober 1977

Juliana

De Minister van Justitie,

De Gaay Fortman

Uitgegeven de achttiende oktober 1977

De Minister van Justitie,

De Gaay Fortman