Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling inrichting rassenlijst bosbouwgewassen[Regeling vervallen per 01-11-2003.]

Geldend van 01-01-1994 t/m 31-10-2003

Regeling inrichting rassenlijst bosbouwgewassen

De Minister van Landbouw en Visserij,

Gelet op artikel 79 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-11-2003]

Deze regeling verstaat onder:

a. Richtlijn:

Richtlijn 66/404/EEG van de Raad van de Europese Gemeen schappen van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (Pb E.G. no. L. 125) zoals deze is of zal worden gewijzigd;

b. rassenlijst:

rassenlijst bedoeld in het Besluit Aanbevelende Rassenlijst Bosbouwgewassen (Stb. 1971, 72);

c. commissie:

Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Bosbouwgewassen bedoeld in artikel 2 van het onder b genoemde besluit;

d. verbeterde teeltwaarde:

genetische eigenschappen die, als een geheel genomen, ten opzichte van de overeenkomstig bijlage II van de Richtlijn gekozen standaarden, in het algemeen of ten minste voor de teelt in het gebied waar deze standaarden worden gebruikt, een duidelijke verbetering voor de bosbouw betekenen;

e. zaadtuin:

aanplanting van uitgezochte klonen of nakomelingen, die afgeschermd is tegen bestuiving van buiten, dan wel is aangelegd om een dergelijke bestuiving te voorkomen of te beperken en die wordt geëxploiteerd ter verkrijging van veelvuldige, overvloedige en gemakkelijke oogsten;

f. uitgangsmateriaal:

voor generatief teeltmateriaal: opstanden en zaadtuinen;

voor vegetatief teeltmateriaal: klonen en mengsels van klonen, waarvan de samenstellende bestanddelen zijn aangegeven.

Artikel 2 [Vervallen per 01-11-2003]

In de rassenlijst wordt, althans ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, van de Richtlijn bedoelde gewassen, uitgangsmateriaal in één van de navolgende rubrieken vermeld, indien en voor zolang is voldaan aan het in de artikelen 3 en 4 met betrekking tot de rubricering bepaalde:

  • a. bestemd voor de produktie van geselecteerd teeltmateriaal;

  • b. bestemd voor de produktie van getoetst teeltmateriaal.

Artikel 3 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 De commissie gaat slechts tot vermelding in de rassenlijst in de rubriek ‘bestemd voor de produktie van geselecteerd teeltmateriaal’ over indien:

    • a. het uitgangsmateriaal wegens zijn kwaliteit geschikt lijkt voor vermeerdering en er geen vermoeden bestaat dat het ongunstige eigenschappen met het oog op de bosbouw in Nederland heeft;

    • b. met betrekking tot de beoordeling van het uitgangsmateriaal de in bijlage I van de Richtlijn vervatte eisen in acht genomen zijn.

  • 2 Van uitgangsmateriaal, bestemd voor de produktie van geselecteerd teeltmateriaal, wordt in de rassenlijst het herkomstgebied vermeld.

  • 3 Een herkomstgebied is voor een bepaalde soort, ondersoort of variëteit een gebied of een geheel van gebieden waarin de ecologische omstandigheden gelijk of nagenoeg gelijk zijn en waarin zich opstanden bevinden met overeenkomstige fenotypische of genetische eigenschappen.

  • 4 Indien het uitgangsmateriaal een zaadtuin betreft, is het herkomstgebied dat van het uitgangsmateriaal, dat voor de aanleg van de zaadtuin is gebruikt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 De commissie gaat slechts tot vermelding in de rassenlijst in de rubriek ‘bestemd voor de produktie van getoetst teeltmateriaal’ over indien uit het uitgangsmateriaal teeltmateriaal is verkregen met verbeterde teeltwaarde, die is gebleken uit vergelijkende proeven, uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage II van de Richtlijn vervatte eisen.

  • 2 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde gaat de commissie eveneens, voor ten hoogste tien jaren, tot vermelding in de in het eerste lid bedoelde rubriek van de rassenlijst over indien de voorlopige resultaten van de in het eerste lid bedoelde proeven doen vermoeden dat het uitgangsmateriaal na afloop van deze proeven in deze rubriek van de rassenlijst kan worden vermeld.

  • 3 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kan tot 1 juli 1987 eveneens uitgangsmateriaal door de commissie in de rassenlijst zijn vermeld in de in het eerste lid bedoelde rubriek indien uit vergelijkende proeven, die niet zijn uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage II van de Richtlijn vervatte eisen en voor zover die voor 1 juli 1977 zijn aangevangen, is gebleken dat uit dit uitgangsmateriaal teeltmateriaal met verbeterde teeltwaarde is verkregen.

  • 4 Bij vermelding in de rassenlijst in de in het eerste lid bedoelde rubriek kan worden aangegeven of zulks geschiedt naar aanleiding van het in het eerste, tweede dan wel derde lid bepaalde.

Artikel 5 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 De commissie draagt zorg voor de bewaring van het dossier waarop een in artikel 3 of 4 bedoelde vermelding berust. Zodanig dossier bevat alle feiten en gegevens welke uit het deskundig onderzoek zijn voortgekomen alsmede de beschrijvingen van de groeiplaatsen waar de in artikel 4 bedoelde vergelijkende proeven hebben plaatsgevonden.

  • 2 De commissie stelt slechts diegene in de gelegenheid kennis te nemen van een in het eerste lid bedoeld dossier, die heeft aangetoond daarbij een gerechtvaardigd belang te hebben en zich tegenover de commissie verbindt het ter inzage gegevene uitsluitend voor persoonlijk gebruik te zullen aanwenden.

Artikel 6 [Vervallen per 01-11-2003]

Bij de op de rassenlijst geplaatste rassen wordt zo mogelijk de naam van de kweker en diens woonplaats vermeld.

Artikel 7 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 Indien en voor zolang met betrekking tot een ras kwekersrecht is verleend, wordt hiervan melding gemaakt door de aanduiding ‘Kw.r.’ met vermelding van het jaar van toekenning van het recht.

  • 2 Indien en voor zolang met betrekking tot een ras een aanvrage tot verlening van kwekersrecht tot de Raad voor het Kwekersrecht is gericht, wordt hiervan melding gemaakt met vermelding van de datum waarop van de aanvrage aantekening in het Nederlands Rassenregister is gedaan.

Artikel 8 [Vervallen per 01-11-2003]

De Commissie beslist op een verzoek als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet binnen 8 weken nadat het onderzoek bedoeld in het derde lid van evenvermeld artikel is voltooid.

Artikel 9 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 Indien in het Nederlands Rassenregister ingeschreven rassen op de rassenlijst worden geplaatst, wordt naast de overige aanduidingen de ingeschreven benaming vermeld.

  • 2 Voor zover het ras niet in het Nederlands Rassenregister is ingeschreven, wordt en blijft de door de kweker aan de commissie opgegeven benaming van het ras opgenomen, indien en voor zolang deze door een ieder vrijelijk kan worden gebruikt en overigens naar het oordeel van de commissie niet verwarrend is in verband met de identificatie van het ras.

Artikel 10 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 Van de door de commissie op verzoek of ambtshalve genomen beslissingen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 2 Deze mededeling bevat in ieder geval de benaming van de rassen of groepen van planten, alsmede de daarbij behorende rubricering en vermeldt tevens de wijze, waarop nadere inlichtingen over de hoedanigheid en andere gegevens van de rassen of groepen van planten kunnen worden verkregen, voordat de in artikel 11 bedoelde eerstvolgende uitgave van de rassenlijst verschijnt.

Artikel 11 [Vervallen per 01-11-2003]

  • 1 De commissie draagt zorg voor de uitgave van de rassenlijst. De volledige rassenlijst wordt als regel een keer in een tijdvak van drie jaar uitgegeven. Tussentijds kunnen wijzigingen worden uitgegeven.

  • 2 De volledige rassenlijst alsmede de wijzigingen daarvan worden tegen betaling van de geldende prijs algemeen verkrijgbaar gesteld bij de boekhandel of na schriftelijk verzoek bij het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO), Postbus 16, 6700 AA Wageningen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-11-2003]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 20 september 1977

De

Minister

van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De

secretaris-generaal

Van Setten