KruimelpadGeldend op 09-09-2010
1.Het Instituut heeft tot taak:
a. het verrichten van onderzoek en het anderszins verzamelen van kennis inzake echtheid en samenstelling, en de fysische, chemische, sensorische en biologische aspecten van de navolgende produkten:
de produkten bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371), alsmede produkten van welke die produkten deel uitmaken, voedermiddelen, meststoffen, bij de bereiding van vorenbedoelde produkten gebezigde toevoegingen, grond- en hulpstoffen, andere stoffen, welke in die produkten aanwezig kunnen zijn, materialen waarmee die produkten in aanraking kunnen komen:
b. het verwerken van de verkregen kennis, in a. bedoeld, met het oog op toepassing in de praktijk;
c. het verrichten van alle andere werkzaamheden, welke door of namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan het Instituut worden opgedragen.
2.De in het eerste lid, onder a. en b., genoemde werkzaamheden kunnen zelfstandig of in samenwerking met derden worden verricht.
1.Er is een Wetenschappelijke Adviescommissie, welke wordt voorgezeten door de Algemeen Directeur Agrarische Produktie, Verwerking en Afzet of een door hem aangewezen plaatsvervanger.
2.De leden van de in het eerste lid genoemde commissie worden aangewezen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
3.De in het eerste lid genoemde commissie heeft tot taak de directeur van het Instituut bij te staan in zijn beleid inzake een doeltreffende taakvervulling van het Instituut.