KruimelpadGeldend op 09-02-2012
Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Onze Minister van Justitie van 3 juni 1975, no. 675/319 W.J.A., gehoord de Commissie Uitvoeringsvoorschriften Colportagewet, door de Sociaal-Economische Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22);
Gelet op de artikelen 24, tweede lid, onder b, en 25, derde lid, van de Colportagewet (Stb. 1973, 438);
De Raad van State gehoord (advies van 25 juni 1975, no. 10);
Gezien het nader rapport van voornoemde Staatssecretaris en Onze voornoemde Minister van 9 juli 1975, no. 675/375 W.J.A.;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Indien voor een overeenkomst overeenkomstig artikel 24, eerste lid, van de Colportagewet (Stb. 1992, 71) een akte vereist is, dient door de bij de overeenkomst partij zijnde eigenaar of eigenaren van de onderneming, waarin, onderscheidenlijk voor rekening waarvan, de colporteur werkzaam is, te worden zorggedragen, dat:
a. in de akte wordt vermeld:
1. de naam en het adres van de colporteur;
2. indien de onderneming in Nederland is gevestigd, de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waarbij de onderneming is ingeschreven en het nummer, waaronder die inschrijving is geschied;
3. het totaal van de betalingen, ingevolge de overeenkomst of het goederenkrediet door de in artikel 25, eerste lid, van de Colportagewet bedoelde partij te verrichten;
4. de datum waarop de overeenkomst wordt aangegaan;
b. het gedeelte van de akte, dat begint na de plaats, die bestemd is voor het plaatsen van de handtekeningen, wordt opgemaakt overeenkomstig een door Onze Ministers van Economische Zaken en van Justitie vastgesteld model;
c. de inhoud van de akte duidelijk leesbaar is;
d. de akte ten hoogste de volgende afmetingen heeft:
297 mm bij 210 mm (A4).
Onze Ministers van Economische Zaken en van Justitie stellen het in artikel 1, onder b, bedoelde model aldus vast, dat:
a. daarin wordt vermeld:
1. de in artikel 25, eerste lid, van de Colportagewet bedoelde mogelijkheid tot ontbinding van de overeenkomst;
2. het adres, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onder a, van de Colportagewet;
3. de Kamer van Koophandel en Fabrieken, die de akte kan voorzien van een gewaarmerkte dagtekening als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Colportagewet;
4. de in artikel 25, zesde lid, van de Colportagewet vervatte regeling;
b. daarin de onder a, ten eerste, bedoelde mogelijkheid nader wordt toegelicht;
c. het tevens omvat een formulier, door middel waarvan de in artikel 25, eerste lid, van de Colportagewet bedoelde mededeling kan worden gedaan.
1.De in artikel 25, derde lid, van de Colportagewet bedoelde dagtekening van een akte vindt niet plaats alvorens degene, die deze verlangt, een bedrag van € 2,35 heeft betaald.
2.Zodanige dagtekening vindt voorts niet plaats, indien niet tevens een afschrift van de akte, van gelijke grootte als de akte zelf, aan de Kamer wordt verstrekt.
Dit besluit treedt in werking op het in artikel 35, eerste lid, van de Colportagewet bedoelde tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Juliana
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Th.M. Hazekamp
De Minister van Justitie,
Van Agt
De Minister van Justitie a.i.,
De Gaay Fortman