Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Adviesraad Defensie Aangelegenheden

Geldend van 16-06-1975 t/m heden

Instelling Adviesraad Defensie Aangelegenheden

De Minister van Defensie,

Besluit:

1

Ingesteld wordt met ingang van 20 mei 1975 de Adviesraad Defensie Aangelegenheden (A.D.A.), hierna te noemen: de raad.

2

De raad heeft tot taak de Minister van Defensie op verzoek of eigener beweging van advies te dienen over vraagstukken inzake de defensie, in het bijzonder over tactische en strategische aangelegenheden, het materiaal alsmede over technische, organisatorische en financiƫle problemen.

De raad dient, indien bij zich bezighoudt met de buitenlands-politieke aspecten van de defensie, ter wille van een doelmatige werkverdeling via de Minister van Defensie contact te onderhouden met overeenkomstige commissies en instituten welke de Minister van Buitenlandse Zaken ter zake adviseren. Voorts dient de raad indien hij zich begeeft op het beleidsterrein van andere ministers en daarover overleg wil voeren, dit voornemen kenbaar te maken aan de Minister van Defensie, Deze pleegt alsdan overleg met de betrokken minister.

3

De Minister van Defensie draagt binnen een termijn van drie weken zorg voor de openbaarmaking van de aan hem uitgebrachte adviezen tenzij zulks om redenen van geheimhouding niet mogelijk wordt geacht in welk geval bedoelde adviezen ter vertrouwelijke kennisneming zullen worden gezonden aan de voorzitters van de vaste commissies voor Defensie en Buitenlandse Zaken van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

4

De raad is bevoegd werkgroepen in te stellen voor het bestuderen van bepaalde onderwerpen. In deze werkgroepen kunnen ook ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen die geen lid zijn van de raad als adviseurs worden opgenomen. De raad is bevoegd bepaalde studies te doen verrichten door daarvoor geƫigende instituten of instellingen. Alvorens daartoe over te gaan pleegt de raad overleg met de Minister van Defensie. Deze pleegt hierover in voorkomend geval overleg met de betrokken minister.

5

De leden van de raad worden door de Minister van Defensie benoemd voor een periode van twee jaar. Zij zijn terstond opnieuw benoembaar.

6

De leden van de raad verbinden zich geheimhouding te betrachten met betrekking tot vertrouwelijke informatie die hun uit hoofde van hun lid maatschap ter kennis komt. Zij ondertekenen hiertoe een verklaring.

7

De bepalingen van artikel 6 zijn van overeenkomstige toepassing op al degenen die aan de werkzaamheden van de raad deelnemen op grond van het bepaalde in artikel 4 en artikel 9 van deze beschikking.

8

De Minister en de Staatssecretarissen van Defensie kunnen de vergaderingen van de raad bijwonen.

9

Aan de raad worden door de Minister van Defensie, zonodig in overeenstemming met de desbetreffende Minister, adviserende leden toegevoegd. De voorzitter is bevoegd ambtelijke of met-ambtelijke deskundigen uit te nodigen de vergaderingen van de raad bij te wonen.

10

Aan de raad wordt door de Minister van Defensie een secretaris toegevoegd.

11

Aan de voorzitter, de leden en de niet-ambtelijke deskundigen wordt een vacatiegeld toegekend.

12

Deze beschikking zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en worden toegezonden aan de voorzitter van de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage, 14 mei 1975

De

Minister

voornoemd,

H. Vredeling