Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beschikking bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen[Regeling vervallen per 01-05-2004.]

Geldend van 01-01-1975 t/m 30-04-2004

Beschikking bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 7 van het Koninklijk besluit van 16 september 1965 (Stb. 414), houdende vaststelling van het bewijs van verzekering voor de niet-kentekenplichtige motorrijtuigen en enkele regelen met betrekking tot het bewijs van vrijstelling,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-05-2004]

Aan de bestuurders van motorrijtuigen, welke gewoonlijk zijn gestald in:

  • a. België;

  • b. Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van het Land Berlijn;

  • c. Denemarken;

  • d. Duitse Democratische Republiek;

  • e. Finland;

  • f. Frankrijk en Monaco;

  • g. Hongarije;

  • h. Ierland;

  • i. Italië, San Marino en Vaticaanstad;

  • j. Luxemburg;

  • k. Noorwegen;

  • l. Oostenrijk;

  • m. Tsjechoslowakije;

  • n. Verenigd Koninkrijk en Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Kanaal-Ellanden en het eiland Man, met uitzondering van Gibraltar;

  • o. Zweden;

  • p. Zwitserland en Liechtenstein wordt, behoudens het bepaalde in artikel 2, ontheffing verleend van de verplichting een bewijs van verzekering bij zich te hebben.

Artikel 2 [Vervallen per 01-05-2004]

De in artikel 1 bedoelde ontheffing geldt niet voor motorrijtuigen, die gewoonlijk zijn gestald in een der in artikel 1 genoemde landen en ten aanzien waarvan:

  • a. in dat land overeenkomstig artikel 4, onder b, van de Richtlijn van de Raad der Europese Gemeenschappen van 24 april 1972 (Pb. E.G. 2 mei 1972, L 103), gewijzigd bij Richtlijn van de Raad van 19 december 1972 (Pb. E.G. L 291 van 28 december 1972, rectificatie in Pb. E.G. L 75 van 23 maart 1973) van de bepalingen van artikel 3 van die Richtlijn is afgeweken, het zij

  • b. niet voldaan is aan de voorwaarde genoemd in artikel 7, tweede lid, van vorengenoemde Richtlijn.

Artikel 3 [Vervallen per 01-05-2004]

Zijn beschikking van 10 mei 1974, Directoraat-Generaal van het Verkeer, nr. A-2/V 23266, (Stcrt. 92), wordt ingetrokken.

Artikel 4 [Vervallen per 01-05-2004]

Deze beschikking wordt in de Nederlandse Staatscourant geplaatst en treedt met ingang van 1 januari 1975 in werking.

's-Gravenhage, 18 december 1974

De

Minister

voornoemd,

T. Westerterp