Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbeschikking Innovatiecommissie Middenschool[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 27-12-1973 t/m 30-12-2004

Instellingsbeschikking Innovatiecommissie Middenschool

De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Ingesteld wordt een Innovatiecommissie voor geintegreerd onderwijs voor de leeftijdscategorie van ca. 12–15-jarigen.

  • 2 De commissie krijgt op een nader te bepalen tijdstip een plaats in de te ontwikkelen vernieuwings- en planningsstructuur, hetgeen aanpassing van deze beschikking tot gevolg kan hebben.

  • 3 De commissie wordt aangeduid als de Innovatiecommissie Middenschool.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

De commissie heeft binnen de door de Minister aan te geven lijnen tot taak:

  • a. het nader uitwerken van de beleidsdoelen van de beoogde vernieuwing en het voorleggen van voorstellen dienaangaande aan de minister;

  • b. het, op grond van het onder a. vermelde, opstellen van de uitgangspunten voor het landelijk experimenteerplan, in overleg met de experimenteerscholen;

  • c. het, na goedkeuring door de minister van de uitgangspunten, in b, bedoeld, in samenwerking met het bevoegd gezag van de experimenteerscholen, uitwerken van een landelijk experimenteerplan, dat als kader zal dienen voor het bevoegd gezag van de experimenteerscholen waarbinnen de door hen opgestelde schoolwerkplannen zullen moeten functioneren;

    dit landelijk experimenteerplan dient in de tijd gezien faseringen te bevatten;

  • d. het adviseren aan de minister omtrent een goede ondersteuning van de scholen bij het opstellen van hun experimenteerschoolwerkplannen;

  • e. het toetsen van de door de scholen ontworpen schoolwerkplannen aan het landelijk experimenteerplan en het adviseren aan de minister met betrekking tot de goedkeuring van deze schoolwerkplannen;

  • f. het, na overleg met het bevoegd gezag van de scholen, doen van voorstellen aan de minister ten aanzien van de samenstelling en de taakstelling van begeleidingsgroepen, die deze scholen bij de realisering van de experimenten ten aanzien van onderwijsmaterialen, werkmethoden en samenwerkingspatronen ten dienste zullen staan, alsmede ten aanzien van de onderzoeksgroepen die enerzijds onderzoek ten behoeve van de experimenteerscholen verrichten en anderzijds de wetenschappelijke evaluatie van het experiment tot taak hebben;

  • g. het adviseren aan de minister omtrent de wijze waarop de evaluatie van de experimenten dient te geschieden;

  • h. het doen van voorstellen ten aanzien van een diffusieplan voor de verdere voortgang en uitbreiding van de experimenten, voor de toepassing van de resultaten op andere scholen, voor een zo goed mogelijke informatie van alle betrokkenen over de voortgang en de resultaten van de vernieuwing en voor een geleidelijke invoering van de vernieuwde onderwijs (deel)structuur in het Nederlandse onderwijsbestel.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De commissie houdt tijdens haar werkzaamheden voortdurend contact met de Departementale innovatieprojectgroep middenschool.

  • 2 De voorzitter is bevoegd, indien en voor zover hij dit in het belang van de uitvoering van de opdracht nodig acht:

    • a. andere commissies, instanties en personen te raadplegen;

    • b. uit de commissie sub-commissies of werkgroepen aan te wijzen.

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De vergaderingen van de commissie worden bijgewoond door twee door de minister aan te wijzen ambtenaren.

  • 2 Ten minste eenmaal in de twee maanden wordt een vergadering gehouden, waartoe worden uitgenodigd:

    • a. vertegenwoordigers van de deelnemende experimenterende scholen;

    • b. vertegenwoordigers van de begeleidings- en onderzoeksgroepen.

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister benoemt de voorzitter en de leden van de commissie voor een termijn van ten hoogste drie jaren. Zij kunnen opnieuw worden benoemd.

  • 2 Door de zorg van de minister zal worden voorzien in het secretariaat van de commissie.

  • 3 Bij opheffing van de commissie wordt het archief overgedragen aan de Centrale Archiefbewaarplaats van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

Deze beschikking zal in de Nederlandse Staatscourant worden geplaatst. Zij treedt in werking met ingang van de datum van haar dagtekening.

's-Gravenhage, 20 december 1973

De

Minister

van Onderwijs en Wetenschappen,

J. A. van Kemenade