Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit houdende instelling van een Sociaal en Cultureel Planbureau[Regeling vervallen per 01-04-2012.]

Geldend van 26-03-1992 t/m 31-03-2012

Besluit van 30 maart 1973, houdende instelling van een Sociaal en Cultureel Planbureau

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 23 maart 1973,

Stafbureau Onderzoek en Planning nr. U 1427;

handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers.

Overwegende:

-. dat het wenselijk is door een wetenschappelijke fundering en oriëntering een samenhangend en doelmatig overheidsbeleid, gericht op het sociaal en cultureel welzijn, te bevorderen;

-. dat daartoe kan worden bijgedragen door de instelling van een orgaan voor studie, te noemen Sociaal en Cultureel Planbureau;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-04-2012]

Dit besluit verstaat onder "Onze Ministers": Onze Minister van Algemene Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-2012]

Er is een Sociaal en Cultureel Planbureau, hierna te noemen, het Bureau, dat onder Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur ressorteert.

Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Aan het hoofd van het Bureau staat een directie, bestaande uit een directeur en een of meer onderdirecteuren. De directie is belast met de dagelijkse leiding van het Bureau.

  • 2 De directeur en de onderdirecteuren worden door Ons op voordracht van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, in overeenstemming met Onze in artikel 1 genoemde andere Ministers benoemd, geschorst en ontslagen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Het Bureau heeft tot taak:

    • a. wetenschappelijke verkenningen te verrichten met het doel te komen tot een samenhangende beschrijving van de situatie van het sociaal en cultureel welzijn hier te lande en van de op dit gebied te verwachten ontwikkelingen;

    • b. bij te dragen tot een verantwoorde keuze van beleidsdoeleinden, benevens het aangeven van de voor- en nadelen van de verschillende wegen om deze doeleinden te bereiken;

    • c. informaties te verwerven met betrekking tot de uitvoering van interdepartementaal beleid op het gebied van het sociaal en cultureel welzijn, teneinde de evaluatie van deze uitvoering mogelijk te maken.

  • 2 Het Bureau verricht zijn taak in het bijzonder waar problemen in het geding zijn, die het beleid van meer dan een departement raken.

Artikel 4a [Vervallen per 01-04-2012]

Naast de in artikel 4 genoemde taken kan het Bureau op verzoek van een van Onze Ministers de door deze gevraagde werkzaamheden verrichten.

Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Het Bureau steunt bij de uitvoering van zijn taak mede op uitkomsten van door andere instellingen verricht onderzoek en door andere instellingen verzamelde statistieken.

  • 2 Het Bureau kan zich rechtstreeks wenden tot overheidsdiensten, openbare en particuliere instellingen voor het verkrijgen van de informatie die het behoeft.

  • 3 Onze Ministers dragen er zorg voor dat het Bureau, voorzover dit dienstig is voor de uitoefening van zijn taak, tijdig in kennis wordt gesteld van beleidsveronderstellingen en beleidsvoornemens voor de lange termijn.

Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2012]

Het Bureau kan rechtstreeks in overleg treden met ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen. Voor de medewerking van ambtelijke deskundigen behoeft het de instemming van Onze betrokken Ministers.

Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur is als coördinerend Minister voor het sociaal en cultureel welzijn verantwoordelijk voor het door het Bureau te voeren beleid.

  • 2 Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur zal omtrent de hoofdzaken van het in het eerste lid bedoelde beleid in overleg treden met Onze in artikel 1 genoemde andere Ministers.

Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Er is een Begeleidingscollege, dat tot opdracht heeft het Bureau bij te staan en te adviseren bij het uitvoeren van zijn taak.

  • 2 Het Begeleidingscollege bestaat uit ten hoogste vijfentwintig leden die door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur worden benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 3 De benoeming geschiedt als volgt:

    • a. Onze Ministers doen een gezamenlijke voordracht voor de benoeming van drie niet-ambtelijke leden met een ruime kennis op het gebied van het sociaal en cultureel welzijn. Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt in overeenstemming met Onze in artikel 1 genoemde andere Ministers één van deze leden tot voorzitter.

    • b. Onze Ministers kunnen ieder een voordracht doen voor de benoeming van één ambtelijk lid. Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt in overeenstemming met Onze in artikel 1 genoemde andere Ministers één van deze leden tot vice-voorzitter.

    • c. Twee leden worden benoemd op voordracht van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen.

    • d. Drie leden, onderscheidenlijk afkomstig van het Centraal Planbureau, van de Rijksplanologische Dienst en van het Centraal Bureau voor de Statistiek, worden benoemd op voordracht van Onze betrokken Ministers.

    • e. Eén lid wordt benoemd op voordracht van het Interprovinciaal Overleg.

    • f. Eén lid wordt benoemd op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

    • g. Vijf leden worden benoemd op voordracht van de politiek-wetenschappelijke instituten van de politieke groeperingen die zijn vertegenwoordigd in de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur stelt een rooster vast, overeenkomstig welke telkens vijf van de politiek-wetenschappelijke instituten elk een voordracht kunnen doen voor de benoeming van één lid.

    De politiek-wetenschappelijke instituten van de politieke groeperingen waarvan meer dan vijfentwintig leden zitting hebben in de Tweede Kamer der Staten-Generaal komen onafgebroken op de rooster voor, de andere politiek-wetenschappelijke instituten beurtelings.

  • 4 Voor de in het derde lid, onder b en d, bedoelde leden kan Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur tevens op voordracht van Onze betrokken Minister een plaatsvervanger benoemen.

  • 5 De benoemingen van de in het derde lid, onder g, bedoelde leden die worden benoemd op voordracht van een politieke groepering waarvan vijfentwintig of minder leden zitting hebben in de Tweede Kamer der Staten-Generaal geschieden voor een tijdvak van twee jaren, de overige benoemingen krachtens het derde en het vierde lid geschieden voor een tijdvak van vier jaren.

    Onmiddellijke herbenoeming is in alle gevallen mogelijk.

    Hij die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

  • 6 Een lid of een plaatsvervangend lid wordt tussentijds ontslagen, indien:

    • a. hij dit verzoekt;

    • b. de instantie op wier voordracht hij werd benoemd, dit verzoekt;

    • c. hij niet langer voldoet aan de hoedanigheden op grond waarvan hij werd benoemd.

  • 7 De directeur van het Bureau is bevoegd de vergaderingen van het Begeleidingscollege bij te wonen.

  • 8 Het Bureau verzorgt het secretariaat van het Begeleidingscollege.

Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Het Bureau zal periodiek een Welzijnsrapport vervaardigen, dat een overzicht geeft van de stand van zaken op sociaal en cultureel terrein en dat tevens de veranderingen en toekomstige ontwikkeling weergeeft die zich daarin voltrekken.

  • 2 Het Welzijnsrapport wordt door tussenkomst van Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur uitgebracht aan de Raad van Ministers. Publikatie kan slechts plaatsvinden na verkregen instemming van genoemde Raad.

  • 3 Rapporten, die door het Bureau zijn vervaardigd op verzoek van een of meer van Onze Ministers, worden uitgebracht aan deze Minister(s). Publikatie kan slechts plaatsvinden na verkregen instemming van Onze daarbij betrokken Minister(s).

Artikel 10 [Vervallen per 01-04-2012]

Het Bureau en het Begeleidingscollege kunnen nadere regelen stellen voor hun werkwijze.

Artikel 11 [Vervallen per 01-04-2012]

  • 1 Voor de uitgaven ten behoeve van het Bureau en van het Begeleidingscollege wordt jaarlijks een afzonderlijk bedrag in de begroting van het departement van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur uitgetrokken.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4a, gedragen door de betrokken Minister.

Artikel 12 [Vervallen per 01-04-2012]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de dagtekening van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Soestdijk, 30 maart 1973

JULIANA.

De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk,

P. J. ENGELS.

Uitgegeven de tiende mei 1973.

De Minister van Justitie,

VAN AGT.