KruimelpadGeldend op 09-09-2010
Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – waaronder mede wordt verstaan fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur met inbegrip van bosbouw;
visserij: het vangen of kweken van vissen, schaal- en schelpdieren;
produkten: alle voortbrengselen van de landbouw en de visserij, alsmede de bij be- of verwerking daarvan verkregen voortbrengselen, derivaten en afvallen;
bedrijfslichaam: een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie, ingesteld voor ondernemingen, die in het bedrijfsleven een functie vervullen ten aanzien van enig produkt;
landbouwkwaliteitsbesluit: een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2;
controle-instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, bedoeld in artikel 8;
verordening 510/2006: verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93);
geografische aanduiding: geografische aanduiding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van verordening 510/2006;
geografische oorsprongsbenaming: oorsprongsbenaming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van verordening 510/2006;
houder van een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die op grond van verordening 510/2006 gerechtigd is een geografische aanduiding of geografische oorsprongsbenaming te bezigen.