KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 10-02-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1.Bij verordening kan worden bepaald dat de pensioenen van gewezen leden van gedeputeerde staten zomede die van de weduwen en wezen van leden, gewezen leden of gepensioneerde leden van gedeputeerde staten, voor zover het recht daarop niet is vervallen, met ingang van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, worden herberekend overeenkomstig de artikelen 90 en 92.
2.De verordeningen vastgesteld op grond van de wet van 1 augustus 1956, Stb. 455, behouden hun rechtskracht gedurende twee jaren na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet voor zover zij niet eerder door andere verordeningen overeenkomstig deze wet zijn vervangen.
In laatstbedoelde verordeningen kunnen zo nodig overeenkomstige overgangsbepalingen worden opgenomen als vermeld in de hoofdstukken 8 en 15, en in artikel 124.
3.Artikel 134, derde lid, vindt geen toepassing ten aanzien van uitkeringen toegekend ter zake van een aftreden voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet.