KruimelpadGeldend op 10-02-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. Een gewezen lid van gedeputeerde staten kan na afloop van de uitkeringsduur, bedoeld in artikel 132, eerste of tweede lid, de vanaf 1 augustus 2003 opgebouwde aanspraken op eigen pensioen omzetten in een aanspraak op nabestaandenpensioen bij overlijden voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
2. Voor de omzetting van het eigen pensioen, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister bij ministeriële regeling een leeftijdsafhankelijke ruilvoet vast.
3. Gedeputeerde staten informeert het gewezen lid van gedeputeerde staten binnen vier maanden voor het einde van de uitkering over de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid.
4. Het gewezen lid van gedeputeerde staten dient zijn keuze binnen zes weken na ontvangst van deze mededeling schriftelijk aan gedeputeerde staten mee te delen. Tot het moment van het eindigen van de termijn van zes weken, verkrijgt het gewezen lid van gedeputeerde staten een premievrije aanspraak op nabestaandenpensioen overeenkomstig de tijd tot het moment van aftreden van de minister.
5. Als omzetting als bedoeld in het eerste lid gevolgd wordt door een waardeoverdracht als bedoeld in artikel 160a, wordt de vermindering van het eigen pensioen aangepast. De aanspraak op nabestaandenpensioen als bedoeld in het eerste lid, wordt omgezet in een aanspraak op eigen pensioen met inachtneming van de ruilvoet, bedoeld in het tweede lid.
6. Als een gewezen lid van gedeputeerde staten op enig moment opnieuw lid van gedeputeerde staten wordt, wordt de vermindering van het eigen pensioen, bedoeld in het eerste lid, aangepast. De aanspraak op nabestaandenpensioen als bedoeld in het eerste lid, wordt omgezet in een aanspraak op eigen pensioen met inachtneming van de ruilvoet, bedoeld in het tweede lid, behorende bij de leeftijd van het lid van gedeputeerde staten op het moment dat hij opnieuw lid wordt van gedeputeerde staten.
7. Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing bij het einde van het huwelijk na aftreden van het lid van gedeputeerde staten en voor waardeoverdracht of voor het opnieuw lid worden van gedeputeerde staten.