Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers

Geldend op 10-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 134

    • 1. De inkomsten die de belanghebbende geniet, worden bepaald overeenkomstig de regels van de Wet inkomstenbelasting 2001 en worden met de uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben.

    • 3. Voor de toepassing van de vorige leden worden mede als inkomsten aangemerkt:

      • a. de inkomsten wegens in het tweede lid bedoelde activiteiten ter hand genomen door de belanghebbende binnen één jaar, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van aftreden;

      • b. de inkomsten die worden genoten uit een betrekking waarin hij gedurende zijn zittingstijd als lid van gedeputeerde staten op non-activiteit was gesteld;

      • c. de vaste vergoeding die wordt genoten als lid van provinciale staten.

    • 4. Indien de belanghebbende op of na de dag bedoeld in het tweede lid inkomsten of hogere inkomsten, anders dan ten gevolge van algemene loonsverhogingen, verkrijgt uit in het tweede lid bedoelde activiteiten ter hand genomen voor de dag van aftreden, anders dan bedoeld in het derde lid, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van toepassing.

    • 5. De in het eerste lid bedoelde verrekening geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmede de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de laatstelijk genoten wedde, waarvan de uitkering is afgeleid, overschrijdt. Bij de verrekening wordt voor de hoogte van de uitkering de op grond van artikel 132c, eerste lid, opgelegde inhouding buiten beschouwing gelaten.

    • 6. Onder inkomsten bedoeld in de voorgaande leden wordt niet verstaan kinderbijslag alsmede de compensatie voor de premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet, welke in die inkomsten is of geacht kan worden te zijn begrepen. De vorige volzin is wat betreft de premiecompensatie slechts van toepassing voor zover de daar bedoelde inkomsten betrekking hebben of kunnen worden geacht betrekking te hebben op een tijdvak gelegen voor 1 juni 1985.