Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit aanvang bekostiging W.V.O.[Regeling vervallen per 01-08-2008.]

Geldend van 08-03-2006 t/m 31-07-2008

Besluit van 13 januari 1969, houdende uitvoering van artikel 76 van de Wet op het voortgezet onderwijs

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, mede namens Onze minister van landbouw en visserij van 11 juni 1968, nr. 68101, afdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 76 van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1967, 387);

De Raad van State gehoord (advies van 26 juni 1968, nr. 42);

Gezien het nader rapport van de voornoemde staatssecretaris, mede namens Onze minister van landbouw en visserij van 2 december 1968, nr. 68226, afdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-08-2008]

Dit besluit verstaat onder:

"Onze minister": Onze minister van onderwijs en wetenschappen en voor het landbouwonderwijs Onze minister van onderwijs en wetenschappen in overleg met Onze minister van landbouw en visserij;

"Onze minister wie het aangaat": Onze minister van onderwijs en wetenschappen en voor het landbouwonderwijs Onze minister van landbouw en visserij;

«wet»: de Wet op het voortgezet onderwijs;

"school": een school als omschreven in artikel 64, eerste lid, van de wet;

"het bevoegd gezag": voor wat betreft

  • a. een gemeentelijke school: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen;

  • b. een bijzondere school: het schoolbestuur.

§ 2. Verzoeken om opneming in het plan [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 2 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een verzoek, als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de wet, om opneming in het plan wordt met de daarbij behorende prognose omtrent de te verwachten omvang van de school in zesvoud ingediend.

  • 2 In het verzoek wordt vermeld, of de aanvrager in het eerste van de drie kalenderjaren waarvoor het plan wordt vastgesteld, aanvang van de bekostiging voor de desbetreffende school wenst.

  • 3 Bij het verzoek worden, eveneens in zesvoud, onverminderd artikel 66, vierde lid, van de wet, de volgende gegevens overgelegd:

    • a. indien het verzoek wordt gedaan door een privaatrechtelijke rechtspersoon, een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt exemplaar van de geldende statuten, gegevens omtrent de samenstelling van het bestuur en een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt uittreksel uit de notulen van de vergadering waaruit blijkt, dat de beslissing om het verzoek te doen rechtsgeldig is genomen;

    • b. indien het verzoek wordt gedaan door een gemeenteraad, een afschrift van het desbetreffende raadsbesluit;

    • c. indien het verzoek wordt gedaan door een rechtspersoon in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aanduiding van het bestuursorgaan dat het verzoek doet, de tekst van de geldende gemeenschappelijke regeling en een afschrift van het besluit van het bevoegde orgaan om dat verzoek te doen;

    • d. indien het verzoek wordt ingediend namens een rechtspersoon als bedoeld onder a, b of c, een stuk waaruit blijkt, dat degene die het verzoek indient, hiertoe is gemachtigd, de gegevens die ingevolge dit lid voor overlegging in aanmerking zouden zijn gekomen, wanneer die rechtspersoon zelf de aanvraag zou hebben ingediend alsmede - indien de indiener rechtspersoon is - een door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt exemplaar van de geldende statuten van de indiener van het verzoek.

  • 4 Indien het verzoek een bijzondere school betreft die is of zal worden opgericht voordat zij in het plan is opgenomen, deelt de aanvrager dit onder vermelding van de datum van oprichting mede.

  • 5 Indien de in het derde en het vierde lid bedoelde gegevens reeds eerder zijn ingediend, kan naar die eerder overlegde gegevens worden verwezen, voor zover zij geen wijziging hebben ondergaan.

Artikel 3 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Bij de prognose, genoemd in artikel 2, eerste lid, die voor iedere school afzonderlijk wordt gemaakt, worden vermeld:

    • a. de naam van de aanvrager;

    • b. de aard van de school waarvan opneming in het plan wordt verzocht en, voor zover het een bijzondere school betreft, de richting waartoe zij behoort.

  • 2 Indien het verzoek in de vorm van een deelplan wordt ingediend, kan de prognose voor iedere school afzonderlijk een onderdeel vormen voor een voor het deelplan gemaakte totaalprognose waaraan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden toegevoegd.

Artikel 4 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De prognose heeft betrekking op het door de aanvrager vast te stellen rayon. Het rayon is het rekruteringsgebied van de school dat bestaat uit een of meer gemeenten en/of een of meer gemeentedelen. Bij de vaststelling van het rayon houdt de aanvrager rekening met bestaande of reeds in een plan van scholen opgenomen gelijksoortige scholen.

  • 2 Bij de prognose omtrent het aantal leerlingen dat de school zal gaan bezoeken wordt tevens vermeld:

    • a. het aantal leerlingen dat de door hen bezochte binnen redelijke afstand gevestigde gelijksoortige openbare school of bijzondere school van dezelfde richting zou verlaten;

    • b. of, en zo ja, hoeveel leerlingen zouden worden onttrokken aan een in een plan van scholen opgenomen binnen redelijke afstand te vestigen gelijksoortige openbare school of bijzondere school van dezelfde richting, voor zover met die leerlingen reeds rekening is gehouden bij de vaststelling van het desbetreffende plan.

  • 3 Onze minister deelt Nederland in in gebieden die bedoeld zijn om als rekeneenheid te dienen bij het opstellen van de prognoses. Hij kan aanwijzingen geven betreffende de wijze waarop de gegevens betreffende het rayon worden gerelateerd aan die van het gebied of de gebieden.

Artikel 5 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Onze minister bepaalt welke statistische gegevens dienen te worden geraadpleegd bij het maken van de prognoses.

  • 2 Onze minister kan bepalen op welke wijze het beschikbare statistische materiaal voor de prognoses dient te worden bewerkt.

  • 3 Indien de aanvrager van de in het tweede lid genoemde aanwijzingen is afgeweken, doet hij hiervan onder opgaaf van redenen mededeling in zijn verzoek.

Artikel 6 [Vervallen per 01-08-2008]

Bij de beoordeling van de verzoeken houdt Onze minister in gevallen, bedoeld in artikel 69, eerste lid onder a en b, van de wet, de inwonertallen aan volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek naar de toestand op 1 januari onmiddellijk voorafgaande aan de uiterste datum waarop het verzoek moet zijn ingediend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien zich in de gegevens of in de prognose wijzigingen hebben voorgedaan na het indienen van het verzoek en voor de plaatsing op het plan, doet de aanvrager hiervan mededeling aan Onze minister wie het aangaat.

§ 3. Bepalingen met betrekking tot het openbaar onderwijs [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 8 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Burgemeester en wethouders geven vóór 1 november van elk jaar naar de toestand van 1 september van dat jaar aan gedeputeerde staten op:

    • a. het aantal en de soort van de in de gemeente gevestigde rijksscholen en gemeentelijke scholen alsmede van de scholen die door de gemeente in samenwerking met een of meer andere gemeenten in stand worden gehouden;

    • b. de adressen van die scholen;

    • c. de aantallen leerlingen, verdeeld over de verschillende leerjaren aan elk van die scholen.

  • 2 De opgave, bedoeld in het eerste lid onder c, heeft, indien het een school betreft die door de gemeente in samenwerking met een of meer andere gemeenten in stand wordt gehouden, alleen betrekking op de uit de gemeente afkomstige leerlingen.

  • 3 In de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens vermeld:

    • a. of de gemeenteraad in het afgelopen cursusjaar, al dan niet in samenwerking met een of meer gemeenteraden, een verzoek om opneming in het plan heeft gedaan, welke school of scholen het betreft en het tijdstip met ingang waarvan bekostiging uit ’s Rijks kas is gevraagd;

    • b. of ouders, voogden en verzorgers van leerlingen de wens aan de gemeenteraad te kennen hebben gegeven een verzoek te doen om de school in een plan op te nemen en de beslissing van de gemeenteraad dienaangaande onder opgaaf van redenen.

  • 4 Onze minister kan nadere aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop de gegevens, genoemd in dit artikel, moeten worden verstrekt.

Artikel 9 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Om de drie jaar telkens voor 1 maart stellen gedeputeerde staten vast, of in de aan die datum voorafgaande drie kalenderjaren voldoende is voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen. Voor de eerste maal geschiedt dit over de periode van 1 augustus 1968 tot 1 januari 1971 voor 1 maart 1971.

  • 2 Bij de vaststelling, bedoeld in artikel 66, tweede lid, van de wet betrekken gedeputeerde staten mede in hun overwegingen de belangrijke veranderingen in het scholenbestand en in de leerlingenaantallen die zich in de verslagperiode aan de in de provincie gevestigde bijzondere scholen hebben voorgedaan.

  • 3 Gedeputeerde staten stellen Onze minister wie het aangaat, in kennis van de resultaten van het onderzoek. Zij delen hem tevens mede, welke maatregelen zij hebben genomen ten aanzien van die gemeenten waarin naar hun oordeel niet voldoende is voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen.

  • 4 Indien gedeputeerde staten een gemeenteraad opdragen een verzoek te richten tot Onze minister wie het aangaat, om opneming van een gemeentelijke school in het plan zenden zij hem een afschrift van hun desbetreffend besluit.

§ 4. Aanvang der feitelijke bekostiging [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Nadat de school in het plan is opgenomen, legt het bevoegd gezag aan Onze minister wie het aangaat, nadere gegevens over vóór een door hem te bepalen tijdstip.

  • 2 Onze minister beslist welke gegevens moeten worden overgelegd.

  • 3 Indien de in het tweede lid bedoelde gegevens door het bevoegd gezag reeds eerder zijn ingediend, kan naar die eerder overgelegde gegevens worden verwezen, voor zover zij geen wijziging hebben ondergaan.

Artikel 11 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien zich in de gegevens wijzigingen hebben voorgedaan, voordat de school is opgericht, doet het bevoegd gezag hiervan mededeling aan Onze minister wie het aangaat.

Artikel 12 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Uiterlijk drie maanden voordat de oprichting van de school zal zijn verwezenlijkt, geeft het bevoegd gezag daarvan kennis aan Onze minister wie het aangaat.

  • 2 Indien de termijn, genoemd in artikel 74, derde lid, van de wet, wordt of zal worden overschreden en het bevoegd gezag niettemin aanspraak op bekostiging wenst te behouden, doet het binnen twee jaren na het jaar waarin de bekostiging een aanvang had kunnen nemen een verzoek dienaangaande onder opgaaf van redenen, waarom de oprichting van de school niet eerder kan of kon worden verwezenlijkt.

§ 5. Cursussen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 13 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Onze minister wie het aangaat, kan voor de onderscheidene cursussen het tijdstip vaststellen, vóór hetwelk het verzoek om in aanmerking te komen voor bekostiging, bij hem wordt ingediend.

  • 2 Daarbij bepaalt hij tevens, welke gegevens moeten worden overgelegd.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 15 [Vervallen per 01-08-2008]

Aanwijzingen die Onze minister geeft op grond van de artikelen 4, derde lid, 5, eerste en tweede lid, 8, vierde lid, 13 en 14 alsmede de indeling van Nederland in gebieden, bedoeld in artikel 4, derde lid, maakt hij bekend in de Staatscourant.

Artikel 16 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit aanvang bekostiging W.V.O.".

  • 2 Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Onze ministers van onderwijs en wetenschappen en van landbouw en visserij zijn, ieder voor zoveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 13 januari 1969

JULIANA.

De staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen,

GROSHEIDE.

De minister van landbouw en visserij,

P. J. LARDINOIS.

Uitgegeven de dertigste januari 1969.

De Minister van Justitie,

C. H. F. POLAK.