Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit bedrijfschap lederindustrie[Regeling vervallen per 09-03-2007.]

Geldend van 01-07-1965 t/m 08-03-2007

Besluit van 13 april 1965, houdende instelling van een bedrijfschap voor de lederindustrie

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Economische Zaken van 3 februari 1965, nr. 51.150, ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hoofdafdeling Bedrijfsorganisatie en Ondernemingsraden;

Overwegende dat het wenselijk is, overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 30 oktober 1964 uit eigen beweging daartoe uitgebrachte advies, over te gaan tot de instelling van een bedrijfschap voor de lederindustrie;

Gelet op de Wet op de Bedrijfsorganisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 1965, nr. 50);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretarissen van 5 april 1965, nr. 5/.223, ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, hoofdafdeling Bedrijfsorganisatie en Ondernemingsraden;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Er is een bedrijfschap voor de lederindustrie.

  • 2 Het bedrijfschap heeft zijn zetel in Tilburg.

Artikel 2 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin wordt uitgeoefend het bedrijf van het vervaardigen van leder uit al dan niet bewerkte dierenhuiden of -vellen.

  • 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt onder het vervaardigen van leder mede verstaan het bewerken van dierenhuiden en -vellen tot produkten die bestemd zijn om verder tot leder te worden bewerkt, alsmede het afwerken van leder.

Artikel 3 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling van de volgende onderwerpen:

    • a. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;

    • b. de aanstelling en het ontslag van personeel;

    • c. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden en daarmede verband houdende aangelegenheden;

    • d. de administratie van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voor zover de regeling van dit onderwerp nodig is voor het toezicht op de naleving van verordeningen betreffende de onder a en c genoemde onderwerpen;

    • e. de registratie van de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;

    • f. het verstrekken van gegevens ten behoeve van de uitvoering van en het toezicht op de naleving van verordeningen van het bedrijfschap, alsmede ten behoeve van het vaststellen van heffingen;

    • g. de inzage van boeken en bescheiden van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, voorzover de regeling van dit onderwerp nodig is voor het toezicht op de juistheid van verstrekte gegevens als bedoeld onder f, welke niet worden gestaafd door een verklaring van een deskundige die aan door het bestuur van het bedrijfschap te stellen eisen voldoet, of voor het verkrijgen van gegevens die in strijd met een verordening van het bedrijfschap niet zijn verstrekt.

  • 2 Een verordening betreffende het in het eerste lid, onder c, genoemde onderwerp wordt niet vastgesteld dan nadat een door het bestuur van het bedrijfschap in te stellen commissie in de gelegenheid is gesteld over het ontwerp der verordening van advies te dienen. Ten minste een maand vóór de instelling van de commissie maakt het bestuur zijn voornemen daartoe bekend in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie. Het bestuur draagt zorg, dat de verschillende groepen van afnemers van leder, die bij de voorgenomen regeling zijn betrokken, mede in de commissie zijn vertegenwoordigd. Van afwijkende gevoelens van een minderheid in de commissie wordt in het advies desverlangd melding gemaakt. Het advies wordt overgelegd bij het inzenden van de verordening ter goedkeuring.

Artikel 4 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Bij een verordening betreffende een der in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met d, f en g, genoemde onderwerpen, kan worden bepaald, dat de daarbij gestelde regelen mede degenen binden, die ondernemingen drijven waarin in de uitoefening van een ander dan het in artikel 2 genoemde bedrijf leder wordt vervaardigd, doch uitsluitend ten aanzien van de vervaardiging en de afzet van leder.

  • 2 Met betrekking tot een verordening betreffende een der in artikel 3, eerste lid, onder a en b, genoemde onderwerpen geldt een dergelijke bepaling niet voor degenen die ondernemingen drijven waarvoor een hoofdbedrijfschap of een ander bedrijfschap is ingesteld, indien dit ten aanzien van dat onderwerp voor het bij de vervaardiging of de afzet van leder betrokken personeel van die ondernemingen eveneens bindende regelen heeft gesteld.

Artikel 5 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Overtredingen van een op grond van artikel 3 vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten.

  • 2 Overtredingen, begaan door andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie bedoelde natuurlijke en rechtspersonen kunnen slechts als strafbare feiten worden aangewezen, indien dezelfde overtredingen, begaan door de in dat lid bedoelde personen, eveneens als zodanig worden aangewezen.

Artikel 6 [Vervallen per 09-03-2007]

Op overtreding van een op grond van artikel 3 vastgestelde verordening door personen, bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, kunnen, ook indien de overtreding als strafbaar feit is aangewezen, bij die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.

Artikel 7 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Behoudens het in het tweede en derde lid bepaalde worden de heffingen, bedoeld in artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie door het bedrijfschap opgelegd naar de volgende grondslagen:

    • a. het bij de uitoefening van het in artikel 2 genoemde bedrijf gedurende een bepaald tijdvak verloonde bedrag;

    • b. de gedurende een bepaald tijdvak bij de uitoefening van het in artikel 2 genoemde bedrijf bereikte omzet, uitgedrukt in geld,

    met dien verstande, dat zowel naar een van beide als naar beide grondslagen kan worden geheven.

  • 2 Als basisheffing kan een periodieke heffing worden opgelegd tot een bedrag dat voor allen die ondernemingen drijven waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.

  • 3 Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar de grondslag die het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.

Artikel 8 [Vervallen per 09-03-2007]

Dit besluit kan worden aangehaald als Instellingsbesluit bedrijfschap lederindustrie.

Artikel 9 [Vervallen per 09-03-2007]

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Onze Ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Economische Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 13 april 1965

JULIANA.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

J. F. G. M. DE MEIJER.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

J. A. BAKKER.

Uitgegeven de drieëntwintigste april 1965.

De Minister van Justitie,

SAMKALDEN.