Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op de loonbelasting 1964

Geldend op 30-11-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 32bc

    • 1. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt een door een inhoudingsplichtige ter zake van een loonstijging aan een werknemer toegekende aanspraak ingevolge een op een eindloonstelsel gebaseerde pensioenregeling, aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 15%. De waarde van de ter zake van de loonstijging toegekende aanspraak wordt hierbij gesteld op het viervoud van de verhoging van het pensioengevend loon ten gevolge van die loonstijging.

    • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een aanspraak ingevolge een op een eindloonstelsel gebaseerde pensioenregeling wordt toegekend ter zake van het verschil tussen het op het tijdstip van toekenning geldende pensioengevend loon en het pensioengevend loon in een eerdere dienstbetrekking van de werknemer op het tijdstip van beëindiging van die dienstbetrekking. De waarde van de ter zake van dit verschil toegekende aanspraak wordt hierbij gesteld op het viervoud van dit verschil.

    • 3. Voor de toepassing van dit artikel blijven loonstijgingen en verschillen in pensioengevend loon buiten beschouwing voor zover de loonstijging onderscheidenlijk het verschil in pensioengevend loon niet leidt tot een ingevolge een op een eindloonstelsel gebaseerde pensioenregeling in aanmerking genomen pensioengevend loon van meer dan € 519 000.

    • 4. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het derde lid genoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.