Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit uitoefening artsenijbereidkunst[Regeling vervallen per 01-07-2007.]

Geldend van 29-11-2006 t/m 30-06-2007

Besluit van 1 maart 1963, houdende voorschriften, als bedoeld in artikel 26, onder a, b, c en d van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 3 december 1962, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming, No. 19047;

Gelet op artikel 26, onder a, b, c en d, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (Stb. 1958, 408);

De Raad van State gehoord (advies van 16 januari 1963, no. 36);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 20 februari 1963, no. 51269, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Definities [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2007]

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

§ 2. Inschrijving [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 Bij een verzoek tot inschrijving als gevestigd apotheker moeten door de verzoeker worden overgelegd:

    • a. opgave van het perceel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet;

    • b. een plattegrond van de apotheek met vermelding van de bestemming der ruimten en/of lokalen;

    • c. opgave van het perceel, waar de verzoeker woont, benevens een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van de betreffende gemeente;

    • d. een door de verzoeker ondertekende verklaring, waaruit moet blijken, of hij de artsenijbereidkunst al dan niet in dienstbetrekking, maatschap of andere vorm van associatie met derden zal uitoefenen;

    • e. ingeval de verzoeker een persoon is, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder c-f, een door de werkgever ondertekende verklaring, waaruit ten genoegen van de inspecteur moet blijken, dat de verzoeker in staat wordt gesteld de artsenijbereidkunst in onafhankelijkheid en naar behoren uit te oefenen.

  • 2 Indien het verzoek strekt tot inschrijving voor een in een ziekenhuis ondergebrachte apotheek, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wet of voor een apotheek, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder b, van dit besluit, moeten door de verzoeker worden overgelegd:

    • a. een opgave en een bewijs, als bedoeld in het eerste lid onder c;

    • b. een door de werkgever ondertekende verklaring, als bedoeld in het eerste lid, onder f.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 Bij een verzoek tot inschrijving als waarnemend apotheker, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, moeten door de verzoeker worden overgelegd:

    • a. opgave van de apotheek, waarop het verzoek tot waarneming betrekking heeft;

    • b. een verklaring, waarin door of namens de apotheker, in wiens apotheek de uitoefening der artsenijbereidkunst zal worden waargenomen, of door of namens diens rechtverkrijgenden, wordt medegedeeld, dat en om welke reden waarneming wordt gewenst;

  • 2 Indien de inspecteur de in artikel 21 van de wet bedoelde toestemming verleent, schrijft hij de verzoeker in.

Artikel 4 [Vervallen per 01-07-2007]

Bij een verzoek tot inschrijving als tweede apotheker moeten door de verzoeker worden overgelegd:

  • a. opgave van de apotheek, waarin door hem de artsenijbereidkunst zal worden uitgeoefend;

  • b. indien een overeenkomst bestaat, als bedoeld in artikel 20 van de wet, een door hem en de gevestigde apotheker ondertekend afschrift van die overeenkomst.

Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2007]

Bij een verzoek tot inschrijving als apotheekhoudend geneeskundige moeten door de verzoeker worden overgelegd:

  • a. opgave van het perceel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet;

  • b. een plattegrond van de apotheek met vermelding van de bestemming der ruimten en/of lokalen;

  • c. opgave van het perceel, waar de geneeskundige woont, benevens een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van de betreffende gemeente;

  • d. ingeval een vergunning als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de wet, is verleend, een gewaarmerkt afschrift van deze vergunning;

  • e. een door de verzoeker ondertekende verklaring, dat de apotheek uitsluitend aan hem toebehoort.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2007]

Bij een verzoek tot inschrijving als apotheekhoudende arts op een schip legt de verzoeker een opgave van de namen van de reder en van het schip over.

Artikel 7 [Vervallen per 01-07-2007]

Bij een verzoek tot inschrijving als apothekers-assistent moeten door de verzoeker worden overgelegd:

  • a. het diploma van apothekers-assistent of, ingeval artikel 2a of artikel 2c van de wet is toegepast, het desbetreffende besluit van Onze Minister;

  • b. opgave van de apotheek, waarin door hem de artsenijbereidkunst zal worden uitgeoefend;

  • c. een schriftelijke verklaring van de apotheker of apotheekhoudende arts, aangevende op welke datum de apothekers-assistent zijn werkzaamheden aanvangt.

Artikel 8 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 Indien de volgorde van inschrijving door de inspecteur van invloed kan zijn op het door de inschrijving te verkrijgen recht om gebruik te maken van de bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunst, heeft die inschrijving de voorrang, waarvan het verzoek, zulks blijkende uit de datum der verzending, het eerst aan de inspecteur is verzonden.

  • 2 Wanneer meer dan één verzoek op dezelfde datum aan de inspecteur is verzonden, beslist deze omtrent de voorrang.

Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De inspecteur verricht een inschrijving, zodra hem de daarvoor vereiste gegevens zijn verstrekt en indien er geen gronden, als bedoeld in artikel 15 van de wet, voor weigering der inschrijving zijn. Hij zendt aan de ingeschrevene een bewijs van inschrijving, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.

  • 2 Indien het in het voorgaande lid bedoelde bewijs een inschrijving als tweede apotheker betreft en het bepaalde in de laatste zinsnede van artikel 20 van de wet van toepassing is, doet de inspecteur, tegelijk met de bekendmaking van het bewijs, aan belanghebbenden de in het genoemde artikel bedoelde mededeling.

Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2007]

De bekendmaking van een intrekking van een inschrijving ingevolge artikel 16, tweede lid, van de wet vermeldt de datum waarop de intrekking van kracht wordt.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 12 [Vervallen per 01-07-2007]

Bij wijziging in de gegevens, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, onder a tot en met d, tweede lid, onder a en b, 4, onder b, en 5, onder a tot en met d, is de betrokken apotheker of apotheekhoudende arts verplicht daarvan terstond kennis te geven aan de inspecteur.

Artikel 13 [Vervallen per 01-07-2007]

De inschrijving geschiedt in een register, waarvan de vorm door Onze Minister wordt vastgesteld. Onze Minister kan de wijze van inschrijving regelen.

Artikel 14 [Vervallen per 01-07-2007]

De kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de wet, dient schriftelijk te geschieden, onder vermelding van de datum, waarop de werkzaamheden van de betrokkenen zullen ophouden.

§ 3. Algemene voorschriften betreffende de uitoefening der artsenijbereidkunst door apothekers, apotheekhoudende artsen en apothekersassistenten [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 15 [Vervallen per 29-01-1999]

Artikel 16 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 Het is anderen dan degenen, die gebruik mogen maken van hun bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunst, verboden op enigerlei wijze aankondigingen te bezigen, welke de indruk wekken of zouden kunnen wekken, dat zij de artsenijbereidkunst uitoefenen.

  • 2 Het is anderen dan gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen verboden een ruimte of lokaal op zodanige wijze aan derden kenbaar te maken, dat daardoor de indruk wordt of zou kunnen worden gewekt, dat het een apotheek is.

  • 3 Het is anderen dan apothekers verboden in het openbaar een titel of benaming te voeren, welke hen aan derden als apotheker aanwijst of zou kunnen aanwijzen.

Artikel 17 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De gevestigde apotheker is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn naam en hoedanigheid met duidelijke letters staan vermeld op of boven of terzijde van elke buitendeur, welke aan het publiek toegang kan geven tot de apotheek, waarvoor hij is ingeschreven. Deze vermelding dient te worden verwijderd, zodra de inschrijving is vervallen of ingetrokken.

  • 2 In afwijking van het in het voorgaande lid bepaalde, mag ingeval van waarneming na het overlijden van de gevestigde apotheker de in het voorgaande lid bedoelde vermelding gehandhaafd blijven. De rechtverkrijgenden zijn verplicht de vermelding te doen verwijderen, zodra de waarneming is geëindigd.

Artikel 18 [Vervallen per 01-07-2007]

Het is de apotheker en de apotheekhoudende arts verboden met een arts, een tandarts of een verloskundige, rechtstreeks of zijdelings, enige overeenkomst hoe ook genaamd, betreffende het leveren van geneesmiddelen aan derden aan te gaan.

Artikel 19 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 Alle geneesmiddelen, welke de apotheker en de apotheekhoudende arts afleveren, moeten op de juiste wijze en uit deugdelijke bestanddelen zijn bereid. Zij dragen er zorg voor dat de aflevering geschiedt door terhandstelling.

  • 2 De in hun apotheek aanwezige geneesmiddelen moeten deugdelijk zijn en op deugdelijke wijze worden bewaard.

  • 3 Zij kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid, dat een door hen afgeleverd geneesmiddel niet in hun apotheek kon worden bereid, tenzij zij aantonen te hebben gedaan, wat redelijkerwijs mogelijk was om aan hun verantwoordelijkheid krachtens de voorgaande leden te voldoen.

  • 4 Geneesmiddelen, welke zijn bereid of, blijkens een door Onze Minister vastgesteld of goedgekeurd waarmerk, zijn onderzocht en deugdelijk bevonden door een rijksinstelling of daarmede voor het onderzoek door Onze Minister gelijkgestelde inrichting, worden geacht deugdelijk te zijn, onverminderd de verplichting tot deugdelijke bewaring.

Artikel 19a [Vervallen per 01-07-2007]

De apotheker en de apotheekhoudende arts zijn verplicht met betrekking tot de aan hen afgeleverde farmaceutische producten een administratie te voeren, welke zo is ingericht dat daaruit duidelijk blijkt op welke datum welke farmaceutische producten van welke leverancier zijn betrokken.

Artikel 20 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De apotheker is verplicht de uitkomsten van de onderzoekingen van door hem of in zijn opdracht onderzochte geneesmiddelen aan te tekenen in een uitsluitend daartoe bestemd register of kaartsysteem, dat in zijn apotheek aanwezig moet zijn.

  • 2 De apotheker en de apotheekhoudende arts dragen zorg dat met betrekking tot de door hen of onder hun toezicht anders dan op recept bereide geneesmiddelen in een uitsluitend daartoe bestemd register of kaartsysteem, dat in hun apotheek aanwezig moet zijn, worden aangetekend:

    • a. de voor de bereiding gebruikte hoeveelheden werkzame bestanddelen en hulpstoffen;

    • b. het uit de hoeveelheden, onder a, bedoeld, verkregen aantal eenheden en een nummer ter kenmerking daarvan;

    • c. de wijze van bereiding.

  • 3 In geval voor een in het tweede lid bedoelde bereiding een vergift, aangewezen ingevolge artikel 1, eerste lid, onder b, van het Besluit vergiften in apotheken en ziekenhuizen 1973 (Stb. 1973, 55), als bestanddeel wordt gebruikt, dragen de apotheker en de apotheekhoudende arts zorg dat:

    • a. de met de bereiding verband houdende berekeningen worden aangetekend in het in het tweede lid bedoelde register of kaartsysteem;

    • b. in geval de onder a bedoelde berekeningen door een apothekers-assistent zijn gemaakt, geen aanvang met de bereiding wordt gemaakt alvorens die berekeningen door hen zijn gecontroleerd en na akkoordbevinding door hen zijn geparafeerd;

    • c. in geval de afweging van een voor de bereiding benodigde hoeveelheid vergift wordt verricht door een apothekers-assistent, op die afweging door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent controle wordt uitgeoefend en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent in het register onderscheidenlijk kaartsysteem een paraaf wordt geplaatst onmiddellijk bij de berekende hoeveelheid vergift;

    • d. zij na beëindiging van de bereiding in het register onderscheidenlijk kaartsysteem bij het in het tweede lid, onder b, bedoelde nummer hun paraaf plaatsen.

  • 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing in geval voor een in het tweede lid bedoelde bereiding als uitgangsmassa een verwrijving of een verdunning van een in het derde lid, aanhef, bedoeld vergift wordt gebruikt.

  • 5 De apotheker onderscheidenlijk de apotheekhoudende arts draagt zorg dat op het voorwerp of de voorwerpen, waarin het in het tweede lid, onder b, bedoelde aantal eenheden zich bevindt, het in dat onderdeel bedoelde nummer wordt vermeld.

  • 6 Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven omtrent de in dit artikel genoemde verplichtingen.

Artikel 21 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De apotheker en de apotheekhoudende arts zijn verplicht zorg te dragen, dat de in hun apotheek werkzame personen de bepalingen naleven, vastgesteld bij of krachtens de wet, door het houden van behoorlijk toezicht op de verrichtingen van de in de apotheek werkzame personen, zomede door het verstrekken van de nodige instructies aan deze personen.

  • 2 Zij zijn voor overtredingen der bepalingen, in het voorgaande lid bedoeld, niet aansprakelijk, voor zover zij kunnen aantonen te hebben gedaan, wat redelijkerwijze mogelijk was om overtreding te voorkomen.

Artikel 22 [Vervallen per 01-07-2007]

De tweede apothekers zijn verantwoordelijk voor hetgeen door hen in hun functie wordt gedaan of nagelaten. Zij zijn verplicht de door de gevestigde apotheker gegeven aanwijzingen, welke voortvloeien uit de op de gevestigde apotheker rustende wettelijke verplichtingen, verband houdende met de uitoefening der artsenijbereidkunst, op te volgen.

Artikel 23 [Vervallen per 01-07-2007]

De apothekers-assistenten mogen in een apotheek slechts onder toezicht van een apotheker of apotheekhoudende arts werkzaam zijn. Zij zijn verantwoordelijk voor hetgeen door hen tijdens de uitoefening hunner bevoegdheid in een apotheek wordt gedaan of nagelaten. Zij zijn verplicht de door de gevestigde apotheker of een tweede apotheker, dan wel de apotheekhoudende arts, gegeven aanwijzingen, welke voortvloeien uit de op deze rustende wettelijke verplichtingen, verband houdende met de uitoefening der artsenijbereidkunst, op te volgen.

Artikel 24 [Vervallen per 01-07-2007]

Gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen mogen werkzaamheden, verband houdende met de uitoefening der artsenijbereidkunst, doen verrichten door anderen dan tweede apothekers en apothekers-assistenten, mits deze werkzaamheden worden verricht onder hun persoonlijk toezicht en verantwoordelijkheid, dan wel onder persoonlijk toezicht en verantwoordelijkheid van een tweede apotheker of een door de gevestigde apotheker of apotheekhoudende arts aangewezen apothekers-assistent.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-1978]

Artikel 26 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 2 De overdracht geschiedt niet dan na schriftelijke kennisgeving van het voornemen daartoe aan de inspecteur. De kennisgeving wordt de inspecteur ten minste vijf dagen voor de overdracht toegezonden.

  • 3 De inspecteur is bevoegd een termijn te stellen, binnen welke de substanties, die in een apotheek, waarin de artsenijbereidkunst niet meer wordt uitgeoefend, al dan niet als geneesmiddel aanwezig waren, moeten zijn overgedragen, onverminderd zijn bevoegdheid, als bedoeld in artikel 39. Na afloop van de gestelde termijn beslist de inspecteur omtrent hetgeen met de bedoelde zelfstandigheden moet geschieden. De rechthebbende op deze zelfstandigheden is gehouden overeenkomstig de beslissing van de inspecteur te handelen.

§ 4. Aflevering van geneesmiddelen op recept [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 26a [Vervallen per 01-07-2007]

De apotheker en de apotheekhoudende arts dragen zorg dat de bereiding van een op een recept voorgeschreven geneesmiddel nauwkeurig volgens het recept geschiedt en terstond na de bereiding op het recept de paraaf van degeen of degenen die het geneesmiddel heeft of hebben bereid wordt geplaatst.

Artikel 26b [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De apotheker en de apotheekhoudende arts dragen zorg dat:

    • a. op een recept, op grond waarvan een geneesmiddel met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel wordt bereid, of op een aan dat recept vastgehecht papier de met de bereiding verband houdende berekeningen worden vermeld;

    • b. in geval de onder a bedoelde berekeningen zijn gemaakt door een apothekers-assistent, geen aanvang met de bereiding wordt gemaakt alvorens die berekeningen door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent zijn gecontroleerd en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent zijn geparafeerd;

    • c. in geval de afweging van de voor de bereiding benodigde hoeveelheid vergift wordt verricht door een apothekers-assistent, op die afweging door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent controle wordt uitgeoefend en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent op het recept onderscheidenlijk het aan het recept vastgehechte papier onmiddellijk bij de berekende hoeveelheid vergift een paraaf wordt geplaatst;

    • d. een onder a bedoeld geneesmiddel niet wordt afgeleverd dan nadat is voldaan aan het bepaalde onder a-c en het recept door hen is geparafeerd.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval voor een in dat lid, onder a, bedoelde bereiding als uitgangsmassa een verwrijving of een verdunning van een aldaar bedoeld vergift wordt gebruikt. In zodanig geval moet met betrekking tot die verwrijving of verdunning op het recept het in artikel 20, tweede lid, onder b, bedoelde nummer worden vermeld.

  • 3 De apotheker onderscheidenlijk de apotheekhoudende arts draagt zorg dat in geval een geneesmiddel, met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel, uit een hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onder b, van dat artikel wordt afgeleverd, op het desbetreffende recept wordt vermeld: "uit voorraad", gevolgd door het aldaar bedoelde nummer. Uit een in de eerste volzin bedoelde hoeveelheid mag niet worden afgeleverd indien de op die hoeveelheid betrekking hebbende paraaf, bedoeld in artikel 20, derde lid, onder d, ontbreekt.

  • 4 De leden 1-3 zijn ten aanzien van de apotheker van overeenkomstige toepassing in geval een geneesmiddel met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel wordt afgeleverd op grond van een schriftelijk verzoek van:

    • a. een arts, een tandarts of een verloskundige ten behoeve van de uitoefening van hun praktijk;

    • b. een instelling van wetenschap of onderzoek voor het verrichten van onderzoekingen.

Artikel 27 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De apotheker en de apotheekhoudende arts dragen zorg, dat op het voorwerp, waarin zij een geneesmiddel op recept afleveren, een etiket is aangebracht, waarop hun naam, de naam van de persoon, te wiens behoeve het recept is afgegeven, dan wel het cijfer of de letter, waarmede deze persoon op het recept is aangeduid, alsmede de wijze van gebruik en de datum en het jaar der aflevering staan vermeld. De etiketten moeten bij geneesmiddelen, welker wijze van toediening erop is gericht, dat zij door mondholte en slokdarm de maag bereiken, van ongekleurd papier zijn. Bij andere toedieningswijzen moeten etiketten worden gebezigd, welke aan de bovenzijde zijn voorzien hetzij van een baan van lichtbestendig blauw papier, vermeldende in drukletters de woorden "niet om in te nemen", hetzij van een baan van lichtbestendig gekleurd papier, waarop de wijze van toediening in drukletters zo is aangegeven, dat zij niet kan worden misverstaan. Onze Minister is bevoegd nadere regelen te stellen ten aanzien van de bij de verschillende toedieningswijzen te gebruiken kleur.

  • 2 Indien de in het voorgaande lid bedoelde geneesmiddelen zijn bestemd voor gebruik in een ziekenhuis, dan wel zijn bestemd voor de uitoefening van de geneeskundige praktijk door een arts, behoeven, voor zover het recept niet anders aangeeft, op het etiket slechts de naam en/of de samenstelling van het geneesmiddel, de datum en het jaar der aflevering en de naam van de apotheker te worden vermeld.

  • 3 Indien de aard van het geneesmiddel zulks noodzakelijk en mogelijk maakt, draagt de apotheker of apotheekhoudende arts zorg, dat op het etiket een aanduiding wordt geplaatst met betrekking tot de beperkte houdbaarheid en/of de wijze van bewaring van het desbetreffende geneesmiddel.

  • 4 [Red: Vervallen.]

  • 5 De apotheker en de apotheekhoudend arts dragen zorg dat bij de aflevering van farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten de zich in de verpakking daarvan bevindende bijsluiter met het geneesmiddel wordt afgeleverd.

  • 6 Het is verboden geneesmiddelen, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet, alsmede geneesmiddelen, welker aflevering reeds het op het recept aangegeven aantal malen is herhaald, op een afschrift van recept af te leveren.

Artikel 28 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 Bij herhaling van een aflevering op recept dragen de apotheker en de apotheekhoudende arts zorg dat op de achterkant van het recept of op een daartoe gemaakt afschrift, vastgehecht aan dat recept:

    • a. van de herhaling aantekening wordt gedaan, onder vermelding van de datum der herhaling;

    • b. in geval het geneesmiddel door hen is bereid, de in artikel 26a bedoelde paraaf wordt geplaatst onmiddellijk achter de onder a. bedoelde datum;

    • c. in geval het een recept als bedoeld in artikel 26b eerste lid, onder a, betreft, de in genoemd artikellid, onder c en d, bedoelde parafen en de in het tweede en derde lid van dat artikel bedoelde aanduidingen worden geplaatst onmiddellijk onder de onder a bedoelde datum.

  • 2 De aflevering van een op recept voorgeschreven hoeveelheid geneesmiddelen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet, mag alleen worden herhaald overeenkomstig de door Onze Minister gegeven voorschriften.

Artikel 29 [Vervallen per 01-07-2007]

Indien de apotheker of de apotheekhoudende arts in een hem aangeboden recept een vergissing vermoedt, of indien het recept onvolledig, onleesbaar of verminkt is, geeft hij daarvan terstond kennis aan degene, die het recept voorschreef. Hij gaat niet tot aflevering over, voordat hij omtrent het voorgeschrevene de nodige zekerheid heeft verkregen.

Artikel 30 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De apotheker en de apotheekhoudende arts behouden de recepten, waarop in hun apotheek geneesmidddelen worden geleverd.

  • 2 Zij zijn verplicht de in het voorgaande lid bedoelde recepten gedurende ten minste zes jaren op geordende en overzichtelijke wijze te bewaren.

  • 3 Bij het vervallen of de intrekking van de inschrijving van een gevestigde apotheker of van een apotheekhoudende arts draagt deze zorg, dat de recepten, bedoeld in het tweede lid, aan zijn opvolger worden overgedragen. Bij zijn overlijden rust deze verplichting op de erfgenamen.

  • 4 Indien er geen opvolger is, draagt de apotheker of de apotheekhoudende arts zorg, dat de recepten bedoeld in het tweede lid, op geordende en overzichtelijke wijze verpakt aan de inspecteur worden overgegeven. Bij overlijden van de apotheker of apotheekhoudende arts rust deze verplichting op de erfgenamen.

Artikel 31 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De apotheker en de apotheekhoudende arts mogen, behoudens het in het zevende lid bepaalde, een recept aan niemand ter inzage geven, noch afschrift daarvan verstrekken, noch op andere wijze de inhoud bekend maken dan aan:

    • a. degene, die het voorschreef;

    • b. degene, te wiens behoeve het is voorgeschreven of zijn wettelijke vertegenwoordiger;

    • c. de arts, die degene, te wiens behoeve het is voorgeschreven, behandelt;

    • d. de personen, bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet;

    • e. een apotheker of apotheekhoudende arts, ter bereiding en/of aflevering.

  • 2 De apotheker en apotheekhoudende arts zijn desgevraagd verplicht éénmaal een afschrift van een recept af te geven aan ieder der personen, bedoeld in het voorgaande lid, gedurende het tijdvak, bedoeld in artikel 30, tweede lid. Indien de aanvrager behoort tot de personen, bedoeld in het voorgaande lid, onder a of d, wordt het afschrift zonder vergoeding verstrekt.

  • 3 Het afschrift wordt gesteld op een formulier, voorzien van het woord "afschrift" en moet een nauwkeurige en volledige weergave bevatten van het recept, alsmede het adres van de apotheek en naam en handtekening van de apotheker of apotheekhoudende arts of namens deze van degene, die het afschrift heeft gemaakt.

  • 4 Op de afschriften van recepten, welke betrekking hebben op geneesmiddelen, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet of op geneesmiddelen, welker aflevering reeds het op het recept aangegeven aantal malen is herhaald, moet bovendien duidelijk zijn vermeld "Uitsluitend ter inlichting".

  • 5 Indien op het recept is aangegeven, dat het voorschrift slechts een bepaald aantal malen mag worden herhaald, moet op het afschrift tevens worden aangegeven, hoeveel malen de aflevering heeft plaatsgevonden, terwijl op het origineel dient te worden vermeld, dat en op welke datum een afschrift is afgegeven.

  • 6 De apotheker en de apotheekhoudende arts geven, wanneer het door een der personen, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verlangd, een gespecificeerde rekening der afgeleverde geneesmiddelen, welke rekening de navolgende gegevens bevat:

    • a. naam en adres van de patiënt;

    • b. naam en woonplaats van degene, die de geneesmiddelen heeft voorgeschreven;

    • c. de datum van aflevering der geneesmiddelen;

    • d. de vorm, waarin de geneesmiddelen zijn afgeleverd;

    • e. de prijzen der afgeleverde geneesmiddelen.

  • 7 De apotheker en de apotheekhoudende arts zijn bevoegd aan de met controle belaste artsen, apothekers en apothekers-assistenten van een door het openbaar gezag of krachtens een wet ingesteld of toegelaten lichaam, van naamloze vennootschappen, wederkerige verzekerings- of waarborgmaatschappijen, coöperatieve of andere rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen of van stichtingen, voor welker rekening aan verzekerden, leden of niet-leden, geneesmiddelen worden verstrekt, een gespecificeerde rekening der voor hun rekening geleverde geneesmiddelen en inzage of afschrift der recepten te geven. In dit geval is het bepaalde in het vierde lid niet van toepassing.

  • 8 De met controle belaste artsen, apothekers en apothekers-assistenten en het aan hen toegevoegde personeel, werkzaam bij de in het voorgaande lid bedoelde lichamen, vennootschappen, maatschappijen, verenigingen of stichtingen, mogen de gespecificeerde rekeningen en recepten of de afschriften der recepten aan niemand ter inzage geven of op andere wijze de inhoud bekend maken dan aan de in het eerste lid genoemde personen en, voor zover het recepten en afschriften daarvan betreft, slechts met toestemming van de apotheker of apotheekhoudende arts, aan wie de recepten behoren of die de afschriften heeft gemaakt. Zij zijn voorts verplicht te zorgen, dat de recepten, welke ter inzage zijn verstrekt, op generlei wijze worden gewijzigd of geschonden, noch van opschriften, met uitzondering van de kostenberekening, worden voorzien en op veilige wijze worden bewaard.

  • 9 Uiterlijk vier weken na de indiening moeten de recepten of de afschriften daarvan desgevraagd aan de apotheker of apotheekhoudende arts worden teruggegeven.

  • 10 Het bepaalde in het zevende, achtste en negende lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de bestuurders en het met controle belaste personeel van de instellingen of stichtingen, welke zich ten doel stellen rekeningen voor afgeleverde geneesmiddelen te controleren en/of de geldswaarde van recepten te berekenen.

§ 5. Weegwerktuigen [Vervallen per 29-11-2006]

Artikel 32 [Vervallen per 29-11-2006]

Artikel 33 [Vervallen per 12-06-2002]

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-1996]

§ 6. Vernietiging en onbruikbaarmaking [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 39 [Vervallen per 01-07-2007]

  • 1 De inspecteur is bevoegd ondeugdelijke geneesmiddelen en voorwerpen ten gebruike bij de uitoefening der artsenijbereidkunst, welke niet voldoen aan de eisen, voortvloeiende uit de functie van deze voorwerpen, zonder schadeloosstelling te vernietigen of onbruikbaar te maken, dan wel te doen vernietigen of onbruikbaar maken.

  • 2 Belanghebbende kan tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid beroep instellen bij Onze Minister. De werking van de beschikking wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

§ 6A. Geneeskundigen aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de wet, is verleend [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 39A [Vervallen per 01-07-2007]

De artikelen 18 en 19, eerste lid, alsmede de artikelen 20 en 26a-31, voor zover deze een verplichting voor apotheekhoudende artsen bevatten, zijn mede van toepassing op artsen aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de wet, is verleend.

§ 7. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-07-2007]

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-1996]

Artikel 43 [Vervallen per 01-07-2007]

Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel: "Besluit uitoefening artsenijbereidkunst".

Artikel 44 [Vervallen per 01-07-2007]

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk , 1 maart 1963

JULIANA.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

G. M. J. VELDKAMP.

Uitgegeven de eenentwintigste maart 1963.

De Minister van Justitie,

A. C. W. BEERMAN.