KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 22-02-2009
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1.Het buitenschoolse praktijkgedeelte wordt verzorgd door een bedrijf of organisatie, op grondslag van een leer-werkovereenkomst, gesloten door het bevoegd gezag, de betrokken leerling of diens wettelijk vertegenwoordiger, dat bedrijf of die organisatie, en het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, geregeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, dat daarmee verklaart:
a. dat het een bedrijf of organisatie betreft dat respectievelijk die voldoet aan de kwaliteitscriteria, genoemd in artikel 10b6, en
b. voor zover van toepassing, dat de gronden voor dat kwaliteitsoordeel nog steeds aanwezig zijn.
2.De leer-werkovereenkomst regelt de rechten en plichten van partijen en omvat ten minste bepalingen over:
a. inhoud, leerdoelen, duur, periode van en beoordelingsmaatstaven voor het buitenschoolse praktijkgedeelte,
b. de begeleiding van de leerling, en
c. de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden.
3.In afwijking van artikel 7:610, tweede lid tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek, is in geval van strijd als bedoeld in die volzin, artikel 10b3 van toepassing.