Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Destructiewet[Regeling vervallen per 01-01-2008.]

Geldend van 01-01-2006 t/m 31-12-2007

Wet van 21 februari 1957, tot regeling van het door verwerking tot nuttige produkten onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter voorkoming van gevaar, schade of hinder voor de openbare gezondheid regelen vast te stellen omtrent het door verwerking tot nuttige producten onschadelijkmaken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2008]

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b. slachtdieren: eenhoevige dieren, runderen, schapen, geiten, varkens en pluimvee;

  • c. dierlijk afval: niet voor menselijke consumptie bestemde dode dieren, vis daaronder begrepen, of delen daarvan, en producten van dierlijke oorsprong, met uitzondering van dierlijke uitwerpselen, keukenafval en etensresten;

  • d. destructiemateriaal: laag-, hoog-, en gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2;

  • e. verwerking:

    • 1°. het verwerken van laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten in een verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal,

    • 2°. het onschadelijk maken van hoog-risico-materiaal door het te verwerken tot nuttige producten in een verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal, dan wel,

    • 3°. het onschadelijk maken van gespecificeerd hoog-risicomateriaal op andere wijze dan onder 1° en 2° in, door of onder verantwoordelijkheid van een verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risico-materiaal;

  • f. gezelschapsdieren: andere dieren dan slachtdieren, welke niet zijn bestemd of worden gehouden voor dierlijke of andere productie, en door de mens in of rond het huis worden gehouden en verzorgd;

  • g. diervoeder: voeder voor andere dieren dan gezelschapsdieren, met uitzondering van vismeel;

  • h. verwerkingsbedrijf voor laag-risico-materiaal: bedrijf waar laag-risico-materiaal wordt verwerkt tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren dan wel tot technische of farmaceutische producten;

  • i. verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal: inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het onschadelijkmaken van hoog-risico-materiaal door dit te verwerken tot nuttige producten;

  • j. verwerkingsbedrijf voor gespecificeerd hoog-risicomateriaal: inrichting, geschikt voor de verwerking van gespecificeerd hoog-risico-materiaal;

  • k. ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke een vergunning, als bedoeld in artikel 5, is verleend ter zake van de verwerking van hoog- of specifiek hoog-risicomateriaal;

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder hoog-risico-materiaal dierlijk afval, voor zover het betreft:

    • a. gestorven slachtdieren, alsmede gestorven voor de landbouwproduktie gehouden dieren, met inbegrip van doodgeboren dieren en onvoldragen vruchten;

    • b. dieren die in het kader van ziektebestrijdingsmaatregelen zijn gedood;

    • c. dierlijk afval, dat ingevolge verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226) of de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren onbruikbaar moet worden gemaakt voor voedsel voor mens en dier, alsmede alle pluimvee - of delen daarvan -, dat ingevolge de Landbouwwet ongeschikt is verklaard voor menselijke consumptie;

    • d. alle delen van een geslacht dier, die niet aan de keuring na het slachten zijn onderworpen, met uitzondering van huiden, vellen, hoeven, veren, wol, hoornen en andere soortgelijke delen;

    • e. alle vlees, met inbegrip van vlees van pluimvee, alsmede vis en wild, en alle levensmiddelen van dierlijke oorsprong, die zijn bedorven en derhalve een gevaar voor de gezondheid van mens en dier inhouden;

    • f. van buiten de lid-staten van de Europese Gemeenschap of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ter invoer aangeboden dieren, vers vlees, daaronder begrepen vlees van pluimvee en wild, vis, vlees- en zuivelprodukten, die tijdens de voorgeschreven controle niet blijken te voldoen aan de veterinaire voorschriften voor invoer in de Europese Gemeenschap en de andere Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tenzij zij worden teruggevoerd naar het land van herkomst dan wel invoer ervan is toegestaan op beperkende voorwaarden die in bepalingen van de Europese Gemeenschap of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn vastgesteld;

    • g. dode honden en katten;

    • h. dierlijk afval dat residuen van stoffen bevat, die gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van mens of dier, daaronder mede begrepen melk, vlees of produkten van dierlijke oorsprong, die door de aanwezigheid van deze residuen niet geschikt zijn voor menselijke consumptie;

    • i. vissen met klinische verschijnselen van op de mens of op vissen overdraagbare ziekten.

  • 2 Onze Minister kan ander dan het in het eerste lid bedoelde dierlijk afval aanwijzen als hoog-risico-materiaal. Daarbij kan ten aanzien van categorieën van het dierlijk afval, bedoeld in de eerste volzin, worden bepaald dat de artikelen 17, eerste en derde lid, en 20, derde lid, van overeenkomstige toepassing zijn.

  • 3 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder laag-risico-materiaal dierlijk afval van de in het eerste lid bedoelde dieren en vis, dat niet ingevolge het eerste lid als hoog-risico-materiaal wordt aangemerkt, met dien verstande dat de ingevolge onderdeel d van dat lid daarvan uitgezonderde produkten slechts als laag-risico-materiaal worden aangemerkt, voor zover deze worden gebruikt bij de vervaardiging van ingrediënten van diervoeder.

  • 4 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden onder laag-risico-materiaal tevens verstaan niet voor menselijke consumptie bestemde poten en koppen, uitsluitend afkomstig van pluimvee waarbij noch bij de keuring voor het slachten overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage 1 bij Richtlijn 71/118/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van de produktie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee (PbEG 1993, L 62), noch bij de keuring van het karkas na het slachten overeenkomstig hoofdstuk VIII van die bijlage, klinische verschijnselen van op mens of dier overdraagbare ziekten zijn vastgesteld.

  • 5 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden al de in open zee voor de produktie van vismeel gevangen vis, alsmede al het vers visafval, afkomstig van bedrijven die voor de menselijke consumptie bestemde visprodukten vervaardigen, in afwijking van het eerste lid, aangemerkt als laag-risico-materiaal.

  • 6 Mengsels van hoog-risico-materiaal en laag-risico-materiaal worden voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde aangemerkt als hoog-risico-materiaal.

  • 7 Bij regeling van Onze Minister kan als gespecificeerd hoog-risico-materiaal worden aangewezen:

    • a. slachtdieren, of delen daarvan;

    • b. dierlijk afval.

  • 8 Mengsels van hoog-risico-materiaal en gespecificeerd hoog-risico-materiaal, dan wel van laag-risico-materiaal en gespecificeerd hoog-risico-materiaal worden aangemerkt als gespecificeerd hoog-risico-materiaal.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Hoog-risico-materiaal wordt onschadelijk gemaakt volgens het bij of krachtens deze wet bepaalde.

  • 2 Laag-risico-materiaal wordt volgens het bij of krachtens deze wet bepaalde verwerkt tot ingrediënten van diervoeder of vismeel, tot voeder voor gezelschapsdieren of tot technische of farmaceutische produkten, dan wel op dezelfde wijze als hoog-risico-materiaal onschadelijk gemaakt.

  • 3 Bij regeling van Onze Minister wordt aangegeven op welke wijze gespecificeerd hoog-risico-materiaal wordt verwerkt en onschadelijk gemaakt.

  • 4 [Red: Vervallen.]

  • 6 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij stelt eisen met betrekking tot begraven en verbranden als bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het is verboden destructiemateriaal aan verwerking te onttrekken.

  • 2 Het is verboden gespecificeerd hoog-risico-materiaal voor welk doel dan ook te gebruiken.

  • 3 Het is verboden destructiemateriaal, anders dan in een verwerkingbedrijf voor hoog- of voor laag-risico-materiaal, te mengen met ander materiaal dan destructiemateriaal.

Artikel 4a [Vervallen per 01-01-2008]

  • 2 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan met het oog op de gezondheid van dieren in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Het is verboden laag-risico-materiaal in Nederland te brengen en anders dan in doorvoer buiten Nederland te brengen, tenzij zulks is toegestaan ingevolge de in artikel 4b gestelde regelen.

  • 4 Het is verboden het eindprodukt van verwerking in Nederland te brengen en het anders dan in doorvoer buiten Nederland te brengen, tenzij het voldoet aan de ter zake door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gestelde regelen.

  • 5 Het is verboden gespecificeerd hoog-risicomateriaal in Nederland te brengen vanuit een land buiten de Europese Gemeenschap of vanuit een zodanig land via Nederland naar een ander land binnen de Europese Gemeenschap door te voeren, tenzij een Nederland bindend verdrag dat binnenbrengen of doorvoeren toestaat.

Artikel 4b [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Onze Minister kan met betrekking tot het brengen in Nederland en het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van laag-risico-materiaal regelen stellen, anders dan die bedoeld in het tweede lid.

  • 2 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan met het oog op de gezondheid van dieren regelen stellen met betrekking tot het brengen in Nederland en het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van laag-risico-materiaal.

Artikel 4c [Vervallen per 01-01-2008]

Voor keuringen of controles die voortvloeien uit de in de artikelen 4a, vierde en vijfde lid, en 4b bedoelde regelen brengt Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid deze keuringen of controles worden uitgevoerd, een vergoeding van kosten in rekening overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief.

Artikel 4d [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan van het bestuur van een produkt-, een hoofdbedrijf-, of een bedrijfschap vorderen regels als bedoeld in artikel 4a, vierde lid, in een door hem te bepalen omvang, bij verordening te stellen.

  • 2 Een zodanige verordening en krachtens de verordening vastgestelde nadere voorschriften, behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel 4e [Vervallen per 01-01-2008]

Onze Minister oefent de hem in de artikelen 2, tweede en zevende lid, 3, derde lid, 7, 9, derde lid, 12, derde lid, 21, vierde lid, en 23, verleende taken en bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Verwerkingsbedrijven voor laag-, hoog- en gespecificeerd hoogrisico-materiaal [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister:

    • a. een verwerkingsbedrijf voor hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal op te richten, in werking te hebben, in werking te houden, uit te breiden of te wijzigen;

    • b. een bedrijf waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of wordt voorbewerkt, dan wel een verwerkingsbedrijf waarin laag-risico-materiaal tot ingrediënten van diervoeder of vismeel wordt verwerkt, te beginnen, uit te oefenen, uit te breiden of te wijzigen;

    • c. een crematorium voor dode paarden op te richten, in werking te hebben, in werking te houden, uit te breiden of te wijzigen.

  • 2 Het is verboden een verwerkingsbedrijf dat laag-risico-materiaal gebruikt voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren of farmaceutische of technische produkten, te beginnen, uit te oefenen, uit te breiden of te wijzigen zonder dat registratie daarvan heeft plaatsgevonden in het register van voornoemde verwerkingsbedrijven, dat door Onze Minister of een door hem aangewezen orgaan wordt bijgehouden.

  • 3 De vergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend. De inschrijving in het register geschiedt eveneens voor onbepaalde tijd.

  • 4 Voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning en een aanvraag tot inschrijving in een register is door de aanvrager een vergoeding verschuldigd volgens een door Onze Minister vastgesteld tarief. Onze Minister regelt de wijze van betaling van de vergoeding.

  • 5 Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen alvorens de in het vierde lid bedoelde vergoeding is ontvangen.

Artikel 5a [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Onze Minister trekt de vergunning in, indien niet meer wordt voldaan aan het bij of krachtens deze wet bepaalde. Onze Minister kan in het belang van een doelmatige voorziening in de verwerking van hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal aan een vergunning voor de verwerking van dat materiaal beperkingen verbinden.

  • 2 Onze Minister haalt de inschrijving in het register, bedoeld in artikel 5, tweede lid, door, indien niet meer wordt voldaan aan het bij of krachtens deze wet bepaalde.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het is de ondernemer verboden zonder bijzondere vergunning van Onze Minister ander materiaal dan destructiemateriaal ter verwerking in een verwerkingsbedrijf voor hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal te verzamelen of te doen verzamelen. Bij het verlenen van de vergunning kunnen voorschriften worden gegeven. Een vergunning wordt niet verleend dan na overleg met Onze Minister, wie het mede aangaat.

Artikel 6a [Vervallen per 01-01-2008]

Hoofdstuk 19 en artikel 21.1 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen krachtens de artikelen 5, 5a en 6.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2008]

Indien destructiemateriaal zodanig is verpakt in of - in strijd met het bepaalde in artikel 4, derde lid - is vermengd met ander materiaal dat dat destructiemateriaal niet zonder aanmerkelijke extra kosten is te verwerken, kan de ondernemer deze extra kosten verhalen op degene van wie dat destructiemateriaal afkomstig is. In de eerste volzin bedoelde extra kosten kunnen slechts worden verhaald voor zover dat in overeenstemming is met door Onze Minister te stellen nadere regelen.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een vergunning, onderscheidenlijk een inschrijving in het register, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt door Onze Minister vervallen verklaard, ingeval het verwerkingsbedrijf voor hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal of het bedrijf, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, onderscheidenlijk het verwerkingsbedrijf, door de onderneming, anders dan tijdelijk als gevolg van overmacht, buiten werking wordt gesteld.

  • 2 Van een beschikking ingevolge dit artikel wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de verwerkingsbedrijven voor hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, de verwerkingsbedrijven voor laag-risico-materiaal en de bedrijven waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of wordt voorbewerkt, het ophalen, het vervoer, de identificatie en de bewaring van destructiemateriaal, de ten aanzien van het destructiemateriaal te voeren administratie, alsmede het eindprodukt van de verwerking.

  • 2 Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan worden bepaald dat het bestuur van een produkt-, hoofdbedrijf- of bedrijfschap nadere regels kan dan wel moet stellen of andere besluiten kan dan wel moet nemen.

  • 3 Een krachtens toepassing van het tweede lid vastgestelde verordening of genomen besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

  • 4 Een krachtens toepassing van het tweede lid vastgestelde verordening is verbindend voor een ieder, voor zover daarin niet anders is bepaald.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Onze Minister stelt voor iedere ondernemer met het oog op een doelmatige voorziening in de verwerking van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal het gebied vast waarin deze, met uitsluiting van andere ondernemers, ter zake van verwerking van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal werkzaam is. Onze Minister kan in bijzondere omstandigheden daarbij aangeven dat daarbij aangewezen categorieën van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal niet mogen worden verwerkt dan wel daarbij aangewezen categorieën van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal uitsluitend mogen worden verwerkt. Het in de eerste volzin bedoelde gebied kan, voor zover daarover overeenstemming bestaat met de andere lid-staat van de Europese Gemeenschap, zich mede uitstrekken tot het grondgebied of een deel van het grondgebied van die andere lid-staat. Onze Minister kan tevens voor een buitenlands verwerkingsbedrijf voor hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal een gebied binnen Nederland aanwijzen, waarin deze, met uitsluiting van andere ondernemers, met inachtneming van de door het land van vestiging gestelde regels, ter zake van verwerking van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal werkzaam is.

  • 2 Onze Minister kan in het belang van een doelmatige voorziening in de verwerking van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal en met inachtneming van het derde en achtste lid de in het eerste lid bedoelde gebieden wijzigen.

  • 3 Ingeval een gebied wordt gewijzigd, dan wel wijziging wordt gebracht in de te verwerken categorieën van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, wordt door Onze Minister, de daarbij betrokken ondernemers gehoord, vastgesteld:

    • a. een aan de ondernemer naar de mate van zijn nadeel tengevolge van de wijziging door het Rijk toe te kennen schadeloosstelling;

    • b. een door de ondernemer naar de mate van zijn voordeel tengevolge van de wijziging aan het Rijk te betalen bedrag.

  • 4 Een ondernemer kan, als gevolg van overmacht, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, met toestemming van Onze Minister, door overdracht tijdelijk zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk doen verrichten door een of meer andere ondernemers.

  • 5 Overdracht van werkzaamheden, als bedoeld in het vierde lid, kan door Onze Minister voor de duur der overmacht aan een ondernemer worden opgelegd. Iedere daarbij door Onze Minister aangewezen ondernemer is verplicht de over te dragen werkzaamheden te verrichten. Het derde lid is met betrekking tot het toekennen van schadeloosstelling aan of het betalen van een bedrag door de ondernemer van overeenkomstige toepassing. Aan de ondernemer, tegen wie wegens handelen of nalaten in strijd met de bij of krachtens deze wet aan hem opgelegde verplichtingen de bijkomende straf is uitgesproken, bedoeld in artikel 7, onder c, van de Wet op de economische delicten, wordt terzake van overdracht van werkzaamheden tijdens de duur van deze straf geen schadeloosstelling toegekend.

  • 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de vaststelling van de schadeloosstelling en het bedrag, als bedoeld in het derde lid en als bedoeld in het vijfde lid, alsmede omtrent de wijze van betaling daarvan.

  • 7 Van een beschikking ingevolge dit artikel wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 8 Indien de derde of vierde volzin van het eerste lid is toegepast, zijn het derde tot en met zesde lid slechts van toepassing, voor zover dat niet in strijd is met het nationale recht van de betrokken andere lid-staat van de Europese Gemeenschap.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2008]

Hoofden en bestuurders van verwerkingsbedrijven van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, verwerkingsbedrijven van laag-risico-materiaal of bedrijven waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of wordt voorbewerkt, nemen alle maatregelen die nodig zijn om te verzekeren dat de ter zake van hun categorie van bedrijven bij of krachtens deze wet gestelde regels worden nageleefd.

Destructiemateriaal [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De eigenaar of houder van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal is verplicht het overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen te administreren, het aan te geven bij, alsmede het ter beschikking te houden van en af te staan aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt.

  • 2 De ondernemer is verplicht tot het ophalen, het vervoeren en de verwerking van het in het eerste lid bedoelde hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gegeven regelen.

  • 3 De eigenaar of houder van laag-risico-materiaal is verplicht zorg te dragen dat dat materiaal overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen wordt verpakt, geëtiketteerd en bewaard.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Door Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorschriften, ontheffing worden verleend van de in artikel 12 bedoelde verplichtingen ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, dat door bijzondere omstandigheden niet overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gegeven regelen kan worden opgehaald, vervoerd of onschadelijk gemaakt. Daarbij wordt in elk geval voorzien in de wijze van onschadelijk maken ervan.

  • 2 Artikel 12, eerste en tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal dat aan wetenschappelijk onderzoek wordt onderworpen in door Onze Minister aangewezen inrichtingen, met inachtneming van door hem gestelde voorschriften.

  • 3 Artikel 12 vindt geen toepassing ten aanzien van dode honden, katten en paarden die overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels op andere wijze onschadelijk worden gemaakt. Daarbij kan tevens worden voorzien in regels omtrent de inrichting van crematoria voor dode paarden, alsmede het ophalen en het vervoeren van dode paarden.

  • 4 Artikel 3, tweede lid, is niet van toepassing op laag-risico-materiaal, dat:

    • a. wordt bestemd voor het vervoederen aan dieren, waarvan de eigenaar of houder, dan wel een bedrijf als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, dat voeder voor edelpelsdieren bereidt, op grond van bijzondere omstandigheden van Onze Minister een daartoe strekkende ontheffing heeft ontvangen; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden;

    • b. aan wetenschappelijk onderzoek wordt onderworpen in door Onze Minister aangewezen inrichtingen, met inachtneming van door hem gestelde voorschriften.

  • 5 Met betrekking tot een ontheffing als bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk vierde lid kan Onze Minister regelen stellen aangaande de vordering van gelden van belanghebbenden ter bestrijding van de kosten, verbonden aan de uitvoering van het eerste, onderscheidenlijk vierde, lid.

  • 6 Artikel 12, eerste en tweede lid, vindt geen toepassing ten aanzien van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal dat ten gevolge van contact met of beïnvloeding anderszins door splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen of ioniserende stralen uitzendende toestellen zodanig is bestraald of besmet, dat gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2008]

De eigenaar van destructiemateriaal heeft, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen, aanspraak op een door de ondernemer te betalen vergoeding voor de huiden van eenhoevige en herkauwende dieren, behoudens in bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven uitzonderingsgevallen.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2006]

Plaatselijke voorzieningen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2008]

De aan de gemeenteraad ingevolge de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet (Stb. 1992,96) toekomende bevoegdheid wordt ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, slechts beperkt door hetgeen bij of krachtens deze wet uitdrukkelijk is geregeld.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Bij plaatselijke verordening worden ten aanzien van hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g, regelen gesteld ter zake van:

    • a. de aangifte en de bewaring door de eigenaar of houder van dat hoog-risico-materiaal;

    • b. het ophalen en het vervoer van dat hoog-risico-materiaal;

    • c. de overdracht van dat hoog-risico-materiaal aan de ondernemer.

  • 2 Indien en voor zover onschadelijkmaking plaatsvindt op een wijze als aangegeven in de krachtens artikel 13, derde lid, gegeven regelen, behoeven de in het eerste lid bedoelde regelen niet te worden gesteld.

  • 3 Indien en voorzover omtrent de in het eerste lid, onder b en c, genoemde onderwerpen tussen de gemeente en de ondernemer een overeenkomst wordt gesloten, behoeft de plaatselijke verordening daaromtrent geen bepalingen te bevatten.

Artikel 18 [Vervallen per 17-05-1995]

Artikel 19 [Vervallen per 01-12-1994]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Indien gemeenten, hetzij afzonderlijk, hetzij gezamenlijk, in overeenstemming met de ondernemer een voorziening treffen terzake van het op een of meer verzamelplaatsen bijeenbrengen van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, wordt in de deswege te harer laste komende kosten jaarlijks bijgedragen door de ondernemer naar de mate van zijn uit de getroffen voorziening voortspruitende voordelen.

  • 2 Indien tussen de gemeente en de ondernemer geen overeenstemming wordt bereikt omtrent de bijdrage, bedoeld in het vorige lid, kan elk der partijen de bemiddeling inroepen van Gedeputeerde Staten of, indien de voorziening gemeenten betreft, welke niet in dezelfde provincie liggen, van een commissie uit Gedeputeerde Staten der betrokken provinciën.

  • 3 De gemeente verstrekt jaarlijks aan de ondernemer een bijdrage ter bestrijding van de werkelijke kosten die in het desbetreffende jaar zijn gemaakt ter zake van het ophalen van dode honden en katten.

Financiering [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De ondernemers kunnen aan de natuurlijke personen en rechtspersonen die

    • a. hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, aanbieden een vergoeding in rekening brengen ter zake van het ophalen;

    • b. gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, zevende, achtste of negende lid, aanbieden een vergoeding in rekening brengen ter zake van het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken van dat materiaal.

  • 2 De totale opbrengst van de vergoedingen overschrijdt de werkelijke kosten van het ophalen, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderscheidenlijk het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken, bedoeld in het eerste lid, onder b, niet.

  • 3 De werkelijke kosten worden berekend als volgt:

    • a. de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen van het hoog-risico-materiaal, bedoeld in het eerste lid, onder a, verminderd met de waarde daarvan voorafgaand aan verwerking en het bij regeling van Onze Minister vast te stellen percentage van de winst van de ondernemers op de verwerking van dit materiaal;

    • b. de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen, vervoeren, voorbewerken, verbranden, begraven of op andere wijze onschadelijk maken van het gespecificeerd hoog-risico-materiaal, bedoeld in het eerste lid, onder b.

  • 4 De tariefstelling en wijzigingen daarvan behoeven jaarlijks instemming van Onze Minister. Alvorens instemming wordt verleend, wordt het voornemen daartoe schriftelijk medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. Instemming wordt niet eerder verleend dan nadat vier weken zijn verstreken na die mededeling. De instemming wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

  • 5 De ondernemer verschaft desgevraagd alle noodzakelijke informatie aan Onze Minister ten behoeve van de instemming, bedoeld in het vierde lid. Deze informatie gaat vergezeld van een verklaring omtrent de betrouwbaarheid van de informatie, opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Beroep [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2008]

Beroep staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Uitvoering van verdragen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of een ander verdrag tot stand gekomen bindend besluit nadere, zo nodig van deze wet afwijkende, regels worden gesteld.

  • 2 In gevallen waarin de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur niet kan worden afgewacht, kunnen bij ministeriële regeling zodanige regels worden gesteld, die zo nodig van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, afwijken.

  • 3 De ministeriële regeling vervalt een jaar nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop de maatregel in werking treedt. De regeling kan door Onze Minister, mits met redenen omkleed, eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd.

Toezicht [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gezamenlijk aangewezen ambtenaren.

  • 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 24a [Vervallen per 01-01-2008]

Van elke krachtens artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht onderzochte zaak, wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld en uitgekeerd.

Artikel 24b [Vervallen per 01-01-2008]

De in artikel 24 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover deze bevoegdheid strekt tot het zich begeven naar en het betreden van in de woning aanwezige bedrijfsruimten.

Artikel 24c [Vervallen per 01-01-2008]

  • 2 Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan, zo nodig onder het stellen van nadere regels, categorieën van gevallen aanwijzen, waarin het onderzoek, in afwijking van het eerste lid, geheel of voor een deel wordt uitgevoerd in een daartoe in het bijzonder uitgerust ander laboratorium, door hem te dien einde aangewezen.

Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2008]

[Red: Dit artikel bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2008]

[Red: Dit artikel bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 28 [Vervallen per 01-04-1994]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2008]

Het Destructiebesluit 1942 vervalt.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2008]

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Destructiewet".

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2008]

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij behouden Ons voor een ander tijdstip vast te stellen, waarop artikel 23 in werking treedt, in welk geval artikel 11 van het Destructiebesluit 1942 op dat tijdstip vervalt.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk , 21 februari 1957

JULIANA.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

J. G. SUURHOFF.

De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,

MANSHOLT.

Uitgegeven de tweeëntwintigste maart 1957.

De Minister van Justitie,

SAMKALDEN.