Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Bedrijfschap Handel in Tuinbouwzaden[Regeling vervallen per 09-03-2007.]

Geldend van 01-05-1956 t/m 08-03-2007

Besluit van 15 november 1955, houdende instelling van een bedrijfschap voor de handel in tuinbouwzaden

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 19 September 1955, no. B 3210 Dir. W.J.A.;

Overwegende, dat het wenselijk is overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 22 April 1955 uit eigen beweging daartoe uitgebrachte advies over te gaan tot instelling van een bedrijfschap als bedoeld in de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) voor ondernemingen op het gebied van de handel in tuinbouwzaden;

Gelet op genoemde wet;

De Raad van State gehoord (advies van 18 October 1955, no. 37);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 9 November 1955, no. B 3426 Dir. W.J.A.;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Er is een Bedrijfschap voor de Handel in Tuinbouwzaden.

  • 2 Het bedrijfschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Artikel 2 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin de handel in tuinbouwzaden wordt uitgeoefend.

  • 2 Dit besluit verstaat onder:

    handel in tuinbouwzaden: het bedrijf van het kopen van tuinbouwzaden - de voorkoop van door derden te telen tuinbouwzaden daaronder begrepen - en het verkopen daarvan aan wederverkopers of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, al dan niet tezamen met het verkopen van tuinbouwzaden aan particulieren;

    tuinbouwzaden:
    • a. voor de afzet als zaaizaad bestemde

      zaden van groentegewassen, van specerijgewassen, van kruiden, van siergewassen en van bomen;

      specerijzaden;

      tuinbouwerwten, tuinbouwbonen, tuinbouwrapen, tuinbouwkoolrapen;

    • b. plantsjalotten en plantuitjes;

    wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22).

  • 3 Dit besluit verstaat onder handel niet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel.

Artikel 3 [Vervallen per 09-03-2007]

In afwijking van artikel 73, vierde lid, van de wet bedraagt het aantal door organisaties van werknemers te benoemen leden van het bestuur van het bedrijfschap ten minste drie vijfden en ten hoogste vier vijfden van het door organisaties van ondernemers te benoemen aantal.

Artikel 4 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:

    • a. de bevordering van de gezondheidstoestand, de zuiverheid en de kwaliteit van tuinbouwzaden;

    • b. de technische inrichting van ondernemingen, voor zover deze verband houdt met de onder a genoemde onderwerpen;

    • c. de aanduiding van ten verkoop aangeboden tuinbouwzaden;

    • d. de behandeling en de terugzending van verpakkingsmateriaal door degenen, die de ondernemingen drijven, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;

    • e. standaardvoorwaarden voor de verkoop, levering en betaling, voor zover betreft het economisch verkeer tussen degenen, die de ondernemingen drijven, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;

    • f. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden bij de uitvoer van tuinbouwzaden;

    • g. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;

    • h. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;

    • i. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens;

    • j. de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.

  • 2 Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder g, h, i en j, genoemde onderwerpen behoeven niet de in artikel 94 van de wet voorziene goedkeuring.

Artikel 5 [Vervallen per 09-03-2007]

Bij een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening betreffende een der in artikel 4, eerste lid, onder a, c en f, genoemde onderwerpen kan worden bepaald, dat de daarbij gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, plegen te worden verricht. Een dergelijke bepaling geldt niet met betrekking tot ondernemingen, waarvoor een hoofdbedrijfschap of een ander bedrijfschap is ingesteld, indien dit ten aanzien van het onderwerp der verordening eveneens bindende regelen heeft gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 09-03-2007]

Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten.

Artikel 7 [Vervallen per 09-03-2007]

Op overtreding van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening door de personen, bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, kunnen, ook indien de overtreding als strafbaar feit is aangewezen, bij die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.

Artikel 8 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Onverminderd het in het tweede lid bepaalde worden de door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen vastgesteld op grondslag van de in iedere onderneming, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, bij de uitoefening van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde bedrijf bereikte omzet, met dien verstande, dat het tarief voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend kan zijn.

  • 2 Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.

Artikel 9 [Vervallen per 09-03-2007]

Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Handel in Tuinbouwzaden.

Artikel 10 [Vervallen per 09-03-2007]

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en van Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 15 november 1955

JULIANA.

De Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,

A. C. DE BRUIJN.

De Minister van Economische Zaken,

J. ZIJLSTRA.

De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening a.i.,

C. STAF.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

J. G. SUURHOFF.

Uitgegeven de twintigste december 1955.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.