Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit instelling Staatsdiploma leraar stenografie

Geldend van 23-11-1994 t/m heden

Besluit van 4 augustus 1955, tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in de stenografie en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 23 Juni 1955, no. 12231 I, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 12 Juli 1955, no. 28);

Gezien het nader rapport van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 26 Juli 1955, no. 18048, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

Hebben goedgevonden en verstaan:

  • I. in te stellen een Staatsdiploma voor leraar in de stenografie;

  • II. te bepalen, dat dit diploma, zomede de daarop te plaatsen aantekening van leraar in de stenografie in een vreemde taal, zal worden verkregen op grond van het met gunstig gevolg afleggen van een examen, gehouden volgens het navolgende reglement en de navolgende programma's.

Artikel 1

  • 1 Voor het afleggen van het examen voor leraar in de stenografie en van het examen voor de aantekening van leraar in de stenografie in een vreemde taal wordt ten minste eenmaal per jaar gelegenheid gegeven op de tijd en de plaats, door de Informatie Beheer Groep daarvoor aan te wijzen.

  • 2 De examens, bedoeld in het eerste lid, worden afgenomen in de stelsels, door Onze voornoemde Minister aan te geven.

Artikel 2

Jaarlijks benoemt de Informatie Beheer Groep een examencommissie, waarbij hij een van de leden als voorzitter, een ander als secretaris aanwijst.

Artikel 3

  • 1 Voor het afleggen van het examen voor leraar in de stenografie is een bedrag van f 450, met een interimtarief van f 360 voor het examen dat in 1986 aanvangt, voor het afleggen van het examen ter verkrijging van de aantekening van leraar in de stenografie in een vreemde taal een bedrag van f 225, met een interimtarief van f 180 voor het examen dat in 1986 aanvangt, verschuldigd.

  • 2 De examengelden worden tevoren bij de secretaris van de examencommissie gestort en, na aftrek van de kosten van de vergaderingen van de commissie, waaronder echter niet worden gerekend de reis- en verblijfkosten en de vacatiegelden van de leden, door hem in 's Rijks schatkist gestort.

  • 3 Tot het examen worden slechts toegelaten zij, die het examengeld hebben voldaan.

  • 4 Indien het volledige staatsexamen in één kalenderjaar wordt afgelegd, is het in het eerste lid genoemde bedrag verschuldigd.

  • 5 Indien het staatsexamen, bedoeld in het eerste lid, verspreid over meer dan één kalenderjaar wordt afgelegd, bedraagt het examengeld per kalenderjaar f 50, vermeerderd met een bedrag voor elk onderdeel dat in het desbetreffende kalenderjaar wordt afgelegd. Het bedrag voor een onderdeel wordt bepaald door het als eerste genoemde bedrag in het eerste lid te verminderen met f 50 en te delen door het aantal onderdelen.

  • 6 Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen stelt na overleg met de staatsexamencommissie het aantal onderdelen als bedoeld in het vijfde lid vast.

  • 7 Voor het afleggen van een herexamen is geen examengeld verschuldigd.

Artikel 4

De examencommissie regelt de examens, bedoeld in artikel 1, en stelt normen vast voor het bepalen van de uitslag. De regeling van de examens wordt ter kennis van de Informatie Beheer Groep gebracht. De regeling van de normen wordt ter kennis van Onze voornoemde Minister en van de Informatie Beheer Groep gebracht.

Artikel 5

De examencommissie brengt telkens na afloop van de examens, bedoeld in artikel 1, aan Onze voornoemde Minister en aan de Informatie Beheer Groep verslag uit over haar werkzaamheden.

Artikel 6

De leden van de examencommissie genieten uit 's Rijks schatkist vergoeding voor reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de bepalingen van het Reisbesluit 1952, zomede vacatiegeld volgens regelen, door Onze voornoemde Minister vast te stellen.

I. Programma voor het examen voor leraar in de stenografie

Vereist worden:

  • a. grondige kennis van het stelsel, waarin wordt geëxamineerd;

  • b. kennis van de geschiedenis van de stenografie, in het bijzonder van de stenografie in Nederland;

  • c. enige kennis van de ontwikkeling van het schrift;

  • d. kennis van de methodiek van het onderwijs in de stenografie;

  • e.

    • 1. het in correct schrift kunnen volgen gedurende tien achtereenvolgende minuten van een dictaat handelsbrieven en een dictaat algemene stof, elk voorgelezen gedurende vijf minuten met een snelheid van respectievelijk 130 en 100 lettergrepen per minuut;

    • 2. het kunnen teruglezen van een door de examencommissie aan te geven gedeelte van het gedicteerde;

    • 3. het kunnen uitwerken van het overige gedeelte binnen een door de examencommissie vast te stellen tijd;

  • f. kennis van het notuleren;

  • g. notuleren;

  • h. enige kennis van de handelsterminologie.

II. Programma voor het examen voor de aantekening van leraar in de stenografie in een vreemde taal

Vereist worden:

  • a. grondige kennis van de toepassing van het stelsel, waarin wordt geëxamineerd, in de vreemde taal, waarvoor de aantekening wordt verlangd;

  • b. kennis van de methodiek van het onderwijs in de stenografie in de vreemde taal;

  • c.

    • 1. het in correct schrift kunnen volgen gedurende tien achtereenvolgende minuten van een dictaat handelsbrieven in de vreemde taal, voorgelezen met een snelheid van 100 lettergrepen per minuut;

    • 2. het kunnen teruglezen van een door de examencommissie aan te geven gedeelte van het gedicteerde;

    • 3. het kunnen uitwerken van het overige gedeelte binnen een door de examencommissie vast te stellen tijd.

Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk , 4 Augustus 1955

JULIANA.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen a.i.,

BEEL.

Uitgegeven de drie en twintigste Augustus 1955.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.