Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet Scheepvaartfonds 1955[Regeling vervallen per 13-12-2006.]

Geldend van 01-09-2002 t/m 12-12-2006

Wet van 16 december 1954, tot vervanging van het fonds, ingesteld bij het Besluit Scheepvaartfonds 1944, door het Scheepvaartfonds 1955

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen voor een afzonderlijk beheer terzake van het gebruik door de Staat van bepaalde zeeschepen en het Besluit Scheepvaartfonds 1944, Stb. E 23, in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1 [Vervallen per 13-12-2006]

Het Scheepvaartfonds 1955 wordt ingesteld voor een afzonderlijk beheer terzake van het gebruik door de Staat van door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen zeeschepen en het daarmede samenhangende vervoer.

Artikel 2 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 Van de inkomsten en uitgaven van het Scheepvaartfonds 1955 wordt jaarlijks een afzonderlijke begroting opgemaakt en vastgesteld volgens dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting is bepaald.

  • 2 Het beheer van die begroting wordt gevoerd door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 De begroting is verdeeld in twee afdelingen, waarvan de eerste omvat de uitgaven en inkomsten der exploitatie en de tweede de kapitaalsuitgaven en -ontvangsten.

  • 2 Elke afdeling is gesplitst in artikelen en indien nodig worden de afdelingen verdeeld in onderafdelingen.

  • 3 De inrichting der begroting geschiedt overigens met inachtneming van de voorschriften, welke door Onze Minister van Financiën na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden gesteld.

Artikel 4 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 Tot de dienst van enig jaar behoren:

    • a. uitkeringen van en aan het Rijk en de andere inkomsten en uitgaven, welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben;

    • b. bedragen, waarvan bij afsluiting van die dienst bekend is, dat zij verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen zijn en welke op het beheer gedurende dat jaar betrekking hebben.

  • 2 De bedragen, welke verschuldigd, onderscheidenlijk te vorderen blijken te zijn nà afsluiting van de dienst, waartoe zij behoorden, komen ten laste, respectievelijk ten bate van de overeenkomstige artikelen der begroting van het dienstjaar, waarin het bestaan daarvan blijkt.

Artikel 5 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 Tot de uitgaven van de eerste afdeling der begroting van het Scheepvaartfonds 1955 worden mede gerekend:

    • a. het bedrag der afschrijvingen;

    • b. een uitkering aan het Rijk wegens rente van het voor dekking der kapitaalsuitgaven opgenomen kapitaal;

    • c. een uitkering aan het Rijk tot een percentage van de waarde der bezittingen tegenover de risico's, welke door het Rijk worden gedragen;

    • d. een uitkering aan het Rijk ten bedrage van het voordelig saldo der exploitatie.

  • 2 Tot de inkomsten van de eerste afdeling der begroting van het Scheepvaartfonds 1955 worden mede gerekend:

    • a. een uitkering van het Rijk als vergoeding van schaden, waarvoor het risico door het Rijk wordt gedragen;

    • b. een uitkering van het Rijk, ten bedrage van het nadelig saldo der exploitatie.

Artikel 6 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 Tot de kapitaalsuitgaven worden gerekend:

    • a. de kosten van de aankoop, de bouw en de verbouwing van zeeschepen, alsmede de kosten van aankoop van duurzame gebruiksartikelen;

    • b. een uitkering aan het Rijk wegens aflossing op het verstrekte kapitaal, ten bedrage van de in het tweede lid onder b en c bedoelde ontvangsten.

  • 2 Tot de kapitaalsontvangsten worden gerekend:

    • a. een uitkering van het Rijk ten bedrage van de in het eerste lid van dit artikel onder a bedoelde uitgaven;

    • b. het bedrag der afschrijvingen;

    • c. de opbrengst van vervreemde of overgedragen bezittingen, voorzover verkregen door uitgaven als bedoeld in het eerste lid onder a van dit artikel.

Artikel 7 [Vervallen per 13-12-2006]

Onze Minister van Financiën stelt het percentage, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder b, telkenmale voor een periode van drie jaar vast en dat, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder c, voor een periode van één jaar.

Artikel 8 [Vervallen per 13-12-2006]

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tussen de bij de begrotingswet aangewezen artikelen van de eerste afdeling der begroting onderling af- en over te schrijven.

Artikel 9 [Vervallen per 13-12-2006]

De Algemene Rekenkamer houdt toezicht op de juistheid der bedragen, welke ten laste van en ten bate van het fonds worden gebracht.

Zij onderzoekt de boeken, rekeningen, verantwoordingen, bewijsstukken en verdere bescheiden, zoals zij dit nodig acht voor het uitvoeren van de taak, haar bij de wet opgedragen.

Artikel 10 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 De rekening van het Scheepvaartfonds 1955 wordt jaarlijks opgemaakt en vastgesteld met inachtneming van de voorzieningen ten aanzien van het beheer van het fonds als in deze wet opgenomen.

  • 2 De inrichting der rekening geschiedt met inachtneming van de voorschriften, door Onze Minister van Financiën na overleg met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te stellen.

  • 3 Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen drie maanden na afsluiting van de dienst deze rekening aan Onze Minister van Financiën ten onderzoek toe, die deze rekening binnen vijf maanden na afsluiting van de dienst aan de Algemene Rekenkamer ter goedkeuring toezendt onder bijvoeging van de opmerkingen, waartoe zijn onderzoek hem aanleiding heeft gegeven; hij doet van zijn opmerkingen mededeling aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 11 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 Het beheer der kasmiddelen van het Scheepvaartfonds 1955 wordt administratief afgescheiden van het beheer der overige kasmiddelen van het Rijk.

  • 2 De door het Scheepvaartfonds 1955 benodigde kasmiddelen worden verschaft door het Rijk, terwijl de overtollige kasmiddelen in 's Rijks Schatkist worden gestort.

  • 3 Van de geldelijke betrekkingen tussen het Rijk en het Scheepvaartfonds 1955, voortvloeiende uit de bepalingen dezer wet, wordt door Onze Minister van Financiën en het Scheepvaartfonds 1955 een rekening-courant aangehouden.

Artikel 12 [Vervallen per 13-12-2006]

Voor zover ten aanzien van het beheer van het Scheepvaartfonds 1955 niet is voorzien in deze wet, is de Comptabiliteitswet 2001 van toepassing, met dien verstande dat in overeenstemming met Onze Minister van Financiën daarvan kan worden afgeweken.

Artikel 13 [Vervallen per 13-12-2006]

  • 1 Het Besluit Scheepvaartfonds 1944 is met ingang van 1 Januari 1955 slechts van toepassing op de vóór die datum liggende begrotingstijdvakken en wordt na liquidatie van het daarbij ingestelde fonds ingetrokken op een door Ons te bepalen tijdstip.

  • 2 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 Januari 1955.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 16 December 1954

JULIANA.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

J. ALGERA.

De Minister van Financiën,

VAN DE KIEFT.

Uitgegeven de dertigste December 1954.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.