Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Statistiekwet 1950[Regeling vervallen per 01-08-2008.]

Geldend van 01-01-2005 t/m 31-07-2008

Wet van 19 juli 1950, houdende intrekking van de Wet op het Statistiekrecht (Staatsblad 1932, No. 231), en vervanging van de Statistiekwet (Staatsblad 1916, No. 175)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede in het kader van de verwezenlijking van een economische unie tussen Nederland en de Belgisch-Luxemburgsche Economische Unie, de heffing van het statistiekrecht af te schaffen en in verband daarmede nadere voorzieningen te treffen ten behoeve van de statistiek van de in-, uit- en doorvoer;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Nadere bepalingen omtrent aangiften die volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, worden vereist [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur, ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en doorvoer, nadere bepalingen vast te stellen omtrent de aangiften die volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, worden vereist.

  • 2 De nadere bepalingen betreffen onder meer de aangifte van soort, hoeveelheid en waarde, alsmede van land van herkomst en van bestemming der goederen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De aangever is op vordering van de ambtenaar bij wie een aangifte als bedoeld in artikel 1 wordt gedaan, verplicht deze terstond inzage te verlenen van de bij de goederen behorende vrachtbrieven, cognossementen of andere ladingspapieren.

  • 2 Hij aan wie inzage van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt verzocht, wordt geacht die in zijn bezit te hebben, tenzij het tegendeel aannemelijk is.

Artikel 3 [Vervallen per 01-08-2008]

De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, zijn bevoegd de volgende goederen te onderzoeken en daarvan de hoeveelheid op te nemen:

  • a. binnengekomen goederen welke op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer in de zin van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) voor zover die goederen nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douanebestemmingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, d of f van voornoemde verordening;

  • b. communautaire goederen die zijn aangegeven voor de douaneregeling uitvoer en niet-communautaire goederen waarvoor, nadat zij onder de douaneregeling actieve veredeling dan wel tijdelijke invoer zijn geplaatst, een aangifte tot wederuitvoer is gedaan in de zin van de in onderdeel a genoemde verordening.

Artikel 4 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Hij die, voor zich zelf of voor een ander, een aangifte doet als bedoeld is bij artikel 2, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:

    • 1°. indien de soort, het land van herkomst of het land van bestemming van de goederen onjuist is aangegeven;

    • 2°. indien de hoeveelheid of de waarde van de goederen meer dan tien ten honderd te hoog of te laag is aangegeven;

    • 3°. indien goederen op het tijdstip waarop zij worden geplaatst onder de douaneregeling bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk een buitenlandse bestemming hebben, zonder dat van die bestemming in de aangifte melding is gemaakt;

    • 4°. indien goederen zijn aangegeven voor de doauneregeling, bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder h, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk tevoren overeenkomstig artikel 4, onderdeel 16, onder a, van voornoemde verordening in Nederland in het vrije verkeer zijn gebracht, zonder dat daarvan in de aangifte melding is gemaakt.

  • 2 Hij die niet voldoet aan een hem krachtens artikel 2 opgelegde verplichting wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 5 [Vervallen per 01-10-1982]

Artikel 6 [Vervallen per 01-10-1982]

Artikel 7 [Vervallen per 01-10-1982]

Artikel 8 [Vervallen per 01-10-1982]

Artikel 9 [Vervallen per 01-08-2008]

Hij die voor goederen aangifte doet tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots dan wel aangifte doet met het oog op de beëindiging van dat stelsel, wordt, indien de goederen niet overeenkomstig de aangifte hun bestemming volgen, gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2008]

De artikelen 4 en 9 zijn niet van toepassing, indien het feit strafbaar is gesteld bij de wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, of indien ingevolge die bepalingen ter zake een administratieve boete is belopen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 12 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Hij die bij de toepassing van dit hoofdstuk een vals of vervalst geschrift vertoont, doet vertonen, overlegt of doet overleggen, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

  • 2 Indien de schuldige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het geschrift vals of vervalst is, kan hij bovendien worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

  • 3 Het bepaalde in de vorige leden van dit artikel is mede toepasselijk op ieder, die zich buiten Nederland aan het daarin omschrevene schuldig maakt.

Artikel 13 [Vervallen per 01-08-2008]

De artikelen 72, 73, 76, 77 en 80 tot en met 88b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vinden overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in die artikelen wordt gesproken van belastingwet daaronder mede wordt verstaan de Statistiekwet 1950.

Artikel 14 [Vervallen per 01-08-2008]

De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, bewaren het geheim omtrent hetgeen zij bij de uitvoering van dit hoofdstuk leren kennen, voorzover mededeling daarvan voor de juiste uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden niet vereist wordt.

Hoofdstuk II. Opgaven ten behoeve van de statistieken van het goederenverkeer tussen lid-staten van de EEG [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2005]

Hoofdstuk III. Slotbepalingen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 23 [Vervallen per 01-08-2008]

Waar in andere wetten of besluiten in een of andere vorm wordt verwezen naar de Statistiekwet (Staatsblad 1916, no. 175), wordt die verwijzing geacht betrekking te hebben op deze wet.

Artikel 24 [Vervallen per 01-08-2008]

Deze wet, welke kan worden aangehaald onder de titel "Statistiekwet 1950", treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 19 Juli 1950

JULIANA.

De Minister van Financiën,

P. LIEFTINCK.

Uitgegeven de acht en twintigste Juli 1950.

De Minister van Justitie,

STRUYCKEN.