Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet economische statistieken[Regeling vervallen per 03-01-2004.]

Geldend van 26-07-1995 t/m 02-01-2004

Wet van den 28sten December 1936, houdende maatregelen tot het verkrijgen van juiste economische statistieken

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is, maatregelen te nemen tot het verkrijgen van juiste economische statistieken;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1 [Vervallen per 03-01-2004]

  • 1 Het Centraal Bureau voor de Statistiek is bevoegd, met machtiging en onder toezicht van Onzen met de uitvoering dezer wet belasten Minister, de Centrale Commissie voor de Statistiek gehoord, rechtstreeks of door tusschenkomst van ambtenaren en deskundigen, de opgaven en inlichtingen in te winnen, die het noodig acht tot het verkrijgen van juiste economische statistieken, ook over reeds verloopen jaren.

  • 2 Voorzoover de in het vorige lid bedoelde opgaven en inlichtingen liggen op het terrein van het Nederlandsche bankwezen, geschiedt het inwinnen na overleg met en door tusschenkomst van de Nederlandsche Bank en zulks in dien zin, dat de Bank de op afzonderlijke personen, ondernemingen of instellingen betrekking hebbende gegevens verzamelt, deze totaliseert en de aldus verkregen totaalcijfers aan het Centraal Bureau voor de Statistiek doet toekomen.

  • 3 Alle ingezetenen en andere binnen het Rijk in Europa verblijf houdende personen, met uitzondering van de hoofden der Departementen van algemeen bestuur, zijn verplicht de gevraagde opgaven en inlichtingen te verstrekken.

Artikel 2 [Vervallen per 03-01-2004]

  • 1 Tot het verkrijgen van de in het vorige artikel bedoelde opgaven en inlichtingen wendt het Centraal Bureau voor de Statistiek zich schriftelijk tot de betrokken personen.

  • 2 In het geval, bedoeld in het tweede lid van het vorige artikel, geeft het Centraal Bureau voor de Statistiek van de gestelde vragen kennis aan de Nederlandsche Bank.

  • 3 De betrokken personen zijn verplicht de gestelde vragen duidelijk en zonder voorbehoud naar waarheid te beantwoorden binnen een door Onzen met de uitvoering dezer wet belasten Minister bij het verleenen van de in artikel 1 bedoelde machtiging vast te stellen termijn na de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Artikel 19 der wet van den 5den Augustus 1850 (Staatsblad no. 45) is te dezen toepasselijk.

Artikel 3 [Vervallen per 03-01-2004]

  • 1 In bijzondere gevallen kan Onze met de uitvoering dezer wet belaste Minister de door het Centraal Bureau voor de Statistiek aangewezen ambtenaren en deskundigen machtigen, inzage te vorderen van boeken, bescheiden en geschriften.

  • 2 Voorzoover inzage noodig is van boeken, bescheiden en geschriften van hier te lande gevestigde of hun bedrijf uitoefenende banken of bankiers, geschiedt zulks door tusschenkomst van de Nederlandsche Bank en wel in dier voege, dat de Bank de personen aanwijst, die met machtiging van Onzen met de uitvoering dezer wet belasten Minister, de inzage kunnen vorderen.

Artikel 4 [Vervallen per 03-01-2004]

Het is aan een ieder, die ingevolge deze wet met eenige werkzaamheid belast is, verboden, van de ontvangen opgaven en inlichtingen, in artikel 1 bedoeld, alsmede van de gegevens, bij de inzage van boeken, bescheiden en geschriften, als in artikel 3 bedoeld, verkregen, verder gebruik te maken dan voor de uitoefening van zijn taak gevorderd wordt.

Artikel 5 [Vervallen per 03-01-2004]

Gegevens, ingevolge deze wet verzameld, worden niet in zoodanigen vorm openbaar gemaakt, dat daaruit opgaven en inlichtingen over een afzonderlijken persoon, onderneming of instelling kunnen blijken, tenzij die persoon, het hoofd van de onderneming of het bestuur der instelling hiertegen geen bezwaar heeft.

Artikel 6 [Vervallen per 03-01-2004]

Onze met de uitvoering dezer wet belaste Minister is bevoegd ter zake van de uitoefening van de bevoegdheden, in de artikelen 1 en 3 bedoeld, nadere voorschriften vast te stellen.

Artikel 7 [Vervallen per 03-01-2004]

  • 1 De personen die, hoewel daartoe in staat, weigeren of nalatig zijn de opgaven of inlichtingen, bedoeld in artikel 1, te verstrekken of weigeren inzage van boeken, bescheiden of geschriften, bedoeld in artikel 3, te verleenen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  • 2 Hij die opzettelijk eene onjuiste opgave of inlichting, als bedoeld in artikel 1, verstrekt of opzettelijk tot de verstrekking medewerkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie.

  • 3 Hij die opzettelijk de bij artikel 4 opgelegde geheimhouding schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

  • 4 Hij aan wiens schuld schending van die geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  • 5 Hij die opzettelijk gegevens, ingevolge deze wet verkregen, in strijd met het bepaalde in artikel 5 openbaar maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

  • 6 Hij aan wiens schuld te wijten is, dat gegevens, ingevolge deze wet verkregen, in strijd met het bepaalde in artikel 5 worden openbaar gemaakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

  • 7 De feiten, in het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen, de in het tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid strafbaar gestelde als misdrijven.

Artikel 8 [Vervallen per 03-01-2004]

Bij het inwerkingtreden van deze wet is afgeschaft de wet van den 1sten December 1917, Staatsblad no. 665.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, den 28sten December 1936

WILHELMINA.

De Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart,

H. GELISSEN.

Uitgegeven den negentienden Januari 1937.

De Minister van Justitie,

VAN SCHAIK.