Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit ex artikel 2 Marinescheepsongevallenwet[Regeling vervallen per 01-02-2005.]

Geldend van 06-09-1990 t/m 31-01-2005

Besluit van 9 juni 1936, houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2, 5, en 17 der Marinescheepsongevallenwet

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Staat, Minister van Defensie ad interim van 14 Mei 1936, IIIe Afdeeling A, n°. 36 en van Onzen Minister van Waterstaat, van 28 Mei 1936, La. F.F., Afd. Vervoer- en Mijnwezen en voor zooveel betreft het bepaalde in artikel 18 mede op voordracht van Onzen Minister van Financiën van 4 Juni 1936, n°. 204, Generale Thesaurie, Afdeeling Algemeene Zaken;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 5 en 17, zesde lid, der Marinescheepsongevallenwet (Staatsblad 1935 n°. 531);

Hebben goedgevonden en verstaan:

A [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2005]

In dit besluit wordt verstaan onder:
  • "de wet": de Marinescheepsongevallenwet (Staatblad 1935, n°. 531);

  • "de Minister": de Minister van Defensie;

  • "de Raad": de Marineraad.

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2005]

De Raad is gevestigd te 's-Gravenhage.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Alvorens zitting te nemen, legt de voorzitter in handen van den Minister, en leggen de leden, de plaatsvervangende voorzitter, de plaatsvervangende leden, de secretaris, de plaatsvervangende secretaris, zoomede de deskundige raadgevers, aan den Raad toegevoegd ingevolge het bepaalde in artikel 3, vierde lid, der wet, in handen van den voorzitter, de(n) volgende(n) eed (belofte) af:

    "Ik zweer (beloof) dat ik de functie van (voorzitter, lid, enz.) van den Marineraad overeenkomstig de voorschriften, bij en krachtens de Marinescheepsongevallenwet (Staatsblad 1935, n°. 531) gegeven, nauwgezet en onpartijdig zonder aanzien van personen zal waarnemen.

    Zoo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof ik)".

  • 2 Bij dadelijke herbenoeming wordt aflegging van een nieuwe(n) eed (belofte) niet geëischt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De vergaderingen van den Raad worden belegd door den voorzitter of bij diens afwezigheid of ontstentenis door den plaatsvervangenden voorzitter.

  • 2 Wanneer de voorzitter verhinderd is zijn functie als zoodanig uit te oefenen, neemt hij maatregelen voor zijn vervanging. Verkeeren de leden, de secretaris of hun vervangers in dat geval, dan brengen zij dit zoo spoedig mogelijk ter kennis van den voorzitter, die zorg draagt, dat in hun vervanging wordt voorzien.

Artikel 5 [Vervallen per 01-02-2005]

Wanneer de voorzitter in kennis is gesteld met de uitkomsten van een ingesteld voorloopig onderzoek naar een aan een oorlogsvaartuig overkomen ramp of ongeval, bepaalt hij de plaats waar, en het tijdstip, waarop de Raad zal worden bijeengeroepen ter beslissing, of met het oog op den aard en den omvang van de ramp of het ongeval, door den Raad al dan niet een onderzoek zal worden ingesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-02-2005]

Vóór den aanvang van elke vergadering wordt door den voorzitter, de aanwezige leden en de eventueel toegevoegde deskundige raadgevers de presentielijst geteekend.

Artikel 7 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 In de vergaderingen nemen de leden en de plaatsvervangende leden plaats naar rang en ouderdom in rang als officier, in dier voege, dat de hoogste of oudste in rang rechts van den voorzitter, de daaropvolgende links van den voorzitter en de beide overige leden respectievelijk rechts en links van het andere lid plaats nemen.

  • 2 Deskundige raadgevers, eene vergadering bijwonende, nemen plaats rechts, de secretaris of plaatsvervangende secretaris neemt plaats links van den voorzitter na de leden en plaatsvervangende leden.

Artikel 8 [Vervallen per 01-02-2005]

Wanneer de Raad het wenschelijk acht voorlichting te ontvangen van deskundige raadgevers, wendt de voorzitter zich tot den Minister, met verzoek zoodanige raadgevers aan den Raad toe te voegen. Indien in het verzoekschrift geen bepaalde personen worden genoemd, zal het een duidelijke omschrijving moeten bevatten van het terrein, waarop de raadgevers deskundig moeten zijn.

Artikel 9 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De voorzitter, de leden, de deskundige raadgevers en de secretaris, dan wel hun vervangers, die toegang wenschen tot schepen, welke op eenigerlei wijze, zij het ook slechts middellijk bij een ramp of ongeval zijn betrokken, of tot de plaatsen, waar zoodanige schepen zich bevinden, zullen, wanneer het een oorlogsvaartuig betreft, de hoogste Marine-autoriteit ter plaatse, of wanneer het een koopvaardijschip betreft, dengene, die in den zin der wet eigenaar is van het schip, daarmede in kennis stellen. Voor het verkrijgen van toegang wordt hun vanwege den Minister een legitimatiebewijs verstrekt.

  • 2 Het vorenstaande is, voor zooveel noodig, van overeenkomstige toepassing op den officier, die belast is met het instellen van een voorloopig onderzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, der wet.

Artikel 10 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De Raad kan een zijner leden of eene commissie uit zijn midden aanwijzen tot het instellen van een plaatselijk onderzoek of tot het inwinnen van inlichtingen, als bedoeld in artikel 7 der wet.

  • 2 Hij kan den secretaris of diens plaatsvervanger aan dat lid of aan deze commissie toevoegen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-02-2005]

Indien de Raad of de betrokken Commandant der Marine inzage of afschrift van administratieve bescheiden of inlichtingen van eenig openbaar gezag wenscht te verkrijgen, wendt hij zich daartoe tot den Minister.

Artikel 12 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De secretaris zorgt voor de toezending aan de leden, de deskundige raadgevers, en den betrokken commandant der Marine of hunne vervangers van de kennisgevingen, vermeldende de plaats waar en het tijdstip, waarop de Raad zitting zal houden, zoomede voor de toezending van de oproeping aan getuigen en deskundigen, indien te hunnen aanzien het bepaalde in artikel 18, derde lid, der wet geen toepassing vindt.

  • 2 Hij maakt proces-verbaal van het onderzoek op en vermeldt daarin den zakelijken inhoud van de verklaringen van getuigen en deskundigen en van de mededeelingen van anderen, bij de zaak betrokken. Hij houdt mede aanteekening van hetgeen overigens in de vergaderingen van den Raad wordt behandeld.

  • 3 Zoowel het proces-verbaal van het onderzoek als bedoelde aanteekeningen worden door den voorzitter en den secretaris vastgesteld en onderteekend.

Artikel 13 [Vervallen per 01-02-2005]

De leden, de deskundige raadgevers en de Commandant der Marine of de hem vervangende zeeofficier kunnen ter zitting van den Raad vragen stellen aan getuigen, deskundigen en voorts aan allen, die als bij de zaak betrokken, ter zitting aanwezig zijn. De voorzitter geeft hun op hun verlangen daartoe het woord. De beslissing, of een vraag zal worden gesteld, is aan den voorzitter.

Artikel 14 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Nadat het onderzoek ter zitting van den Raad door den voorzitter gesloten is verklaard, wordt in raadkamer beraadslaagd.

  • 2 De voorzitter kan de deskundige raadgevers uitnoodigen de vergadering in raadkamer bij te wonen tot het geven van advies. De betrokken Commandant der Marine of diens vervanger woont de vergadering in raadkamer niet bij.

  • 3 In alle zaken doet de voorzitter ter vaststelling van de uitspraak en van den inhoud der mededeeling met eventueel advies, bedoeld in artikel 17, derde lid der wet, hoofdelijk omvraag bij de leden, beginnende bij het jongste lid in rang en ouderdom in rang.

    De voorzitter brengt het laatst zijn stem uit.

  • 4 Zijn er verschillende gevoelens kenbaar gemaakt, dan zal de uitspraak en de mededeeling met eventueel advies worden opgemaakt op de wijze, die het meest overeenstemt met het gevoelen van de meerderheid.

Artikel 15 [Vervallen per 01-02-2005]

De uitspraken van den Raad, welke door den voorzitter in het openbaar zijn uitgesproken, worden mede openbaar gemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 16 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De secretaris betaalt de aan getuigen en deskundigen toekomende schadeloosstellingen, bedoeld in artikel 14 der wet, uit hem daartoe vanwege het Departement van Defensie verstrekte gelden.

  • 2 Hij houdt een register aan van bij den Raad aangebrachte zaken. Aan iedere zaak wordt een afzonderlijk nummer gegeven; in het register wordt naar volgorde van tijd in het kort aanteekening gehouden van het verloop eener zaak. Van elke zaak wordt een dossier gevormd, waaraan hij een inventaris van stukken toevoegt.

  • 3 Hij bewaart het archief van den Raad.

  • 4 Van de uitgaande brieven worden door hem afschriften gehouden.

  • 5 Hij verricht overigens de werkzaamheden, welke hem door den voorzitter worden opgedragen.

Artikel 17 [Vervallen per 01-02-2005]

Alle brieven van den Raad uitgaande, worden door den voorzitter en den secretaris onderteekend.

Artikel 18 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De voorzitter, de leden en de secretaris van de raad, alsmede de daaraan toegevoegde deskundige raadgevers, ontvangen voor hun werkzaamheden een vacatiegeld overeenkomstig het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 205).

  • 2 Het in het eerste lid bepaalde is mede van toepassing op degenen die de daarin genoemde functionarissen vervangen.

Artikel 19 [Vervallen per 01-02-2005]

De in artikel 18 genoemde functionarissen genieten vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen van het "Reisbesluit 1916" wegens door hen ten behoeve van den Raad gemaakte reizen.

Artikel 20 [Vervallen per 01-02-2005]

De deurwaarders zullen voor het beteekenen van oproepingen en beslissingen en voor vergoeding van reis- en verblijfkosten eene belooning ontvangen, berekend volgens het "tarief van geregtskosten in strafzaken, waarvan de gewone rechter kennis neemt".

Deze belooning wordt door den secretaris uitbetaald uit de hem ingevolge artikel 16, eerste lid, verstrekte gelden.

B [Vervallen per 01-02-2005]

[Vervallen per 01-02-2005]

In te trekken Ons besluit van 1 Augustus 1928 (Staatsblad n°. 316), laatstelijk gewijzigd bij Ons besluit van 21 October 1932 (Staatsblad n°. 510).

Onze Ministers van Defensie en van Waterstaat zijn, ieder voor zooveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Het Loo, den 9 Juni 1936

WILHELMINA.

De Minister van Staat, Minister van Defensie a.i.,

H. COLIJN.

De Minister van Waterstaat,

VAN LIDTH DE JEUDE.

De Minister van Financiën,

OUD.

Uitgegeven den drie en twintigsten Juni 1936.

De Minister van Justitie,

VAN SCHAIK.