KruimelpadGeldend op 11-02-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. Bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een in categorie A en B onderverdeelde lijst met functies vastgesteld, die uit hoofde van de aard van de aan die functies verbonden werkzaamheden als substantieel bezwarend worden aangemerkt.
2. De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie A van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar en 8 maanden heeft bereikt.
3. De ambtenaar, belast met een functie die is ingedeeld in categorie B van de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt eervol ontslag verleend op de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.
4. Het bevoegd gezag kan van het verlenen van het ontslag, bedoeld in het tweede en het derde lid, voor de duur van telkens ten hoogste één jaar afzien, indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, de ambtenaar zulks heeft aangevraagd of daarmee instemt en hij blijkens de uitslag van een door de deskundige persoon of de arbodienst ingesteld arbeidsgezondheidskundig onderzoek, als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onder f, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven vervullen.
5. Indien niet meer wordt voldaan aan een of meer van de in het vierde lid genoemde voorwaarden, vindt eervol ontslag plaats.
6. Het ontslag, bedoeld in het vijfde lid, wordt verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand of niet later dan drie maanden na de dag, waarop niet langer aan een of meer van de in het vierde lid gestelde voorwaarden wordt voldaan.
7. De ambtenaar, aan wie op grond van het tweede, derde of vijfde lid ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
8. Het ontslag op grond van het tweede, derde of vijfde lid wordt geacht een ontslag te zijn als bedoeld in artikel 94a, tweede lid, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.