Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Marinescheepsongevallenwet[Regeling vervallen per 01-02-2005.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 31-01-2005

Wet van 16 maart 1928, tot het instellen van een openbaar onderzoek omtrent rampen en ongevallen, overkomen aan Nederlandsche oorlogsvaartuigen

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is bepalingen vast te stellen tot het instellen van een openbaar onderzoek omtrent rampen en ongevallen, overkomen aan Nederlandsche oorlogsvaartuigen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemeene bepalingen [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Van Staatswege wordt onderzoek gedaan naar de oorzaken van rampen en ongevallen, overkomen aan Nederlandsche oorlogsvaartuigen.

  • 2 Het onderzoek bestaat uit een voorloopig onderzoek door of vanwege den betrokken Commandant der Marine in Nederland, dan wel den Commandant der Zeemacht in Nederlandsch-Indië, zoo noodig gevolgd door een onderzoek door een Marineraad.

  • 3 Het voorloopig onderzoek wordt ingesteld telkens, wanneer een in het eerste lid van dit artikel bedoeld vaartuig door een ramp of ongeval is getroffen.

  • 4 Onder ramp of ongeval in den zin dezer wet wordt verstaan een voorval, overkomen aan een in het eerste lid van dit artikel bedoeld vaartuig, ten gevolge waarvan schade van beteekenis aan dat vaartuig of deszelfs bemanning, of aan beide of aan een ander schip of deszelfs bemanning is veroorzaakt. Bovendien wordt in den zin dezer wet een voorval ook als ramp of ongeval opgevat, indien niet zoozeer met het oog op de omvangrijkheid der gevolgen, als wel op grond van den aard van het voorval, de waarschijnlijkheid bestaat, dat uit een onderzoek lessen kunnen worden geput, dan wel voorschriften kunnen voortvloeien, welke kunnen dienen tot voorkoming van scheepsrampen.

  • 5 Voor de toepassing van deze wet:

    worden als Nederlandsch oorlogsvaartuig beschouwd alle ten behoeve der Koninklijke Marine gebezigde vaartuigen, waarover een militair der zeemacht het bevel voert en welke geheel of gedeeltelijk met militairen zijn bemand;

    wordt onder "schip" mede verstaan een vaartuig, een sleepschip, een dok, en elk ander drijvend voorwerp, hetwelk over zee naar zijne bestemming wordt gesleept;

    wordt onder "kapitein" verstaan elke gezagvoerder van een schip of degene die dezen vervangt, en onder "eigenaar" de persoon, die het beheer over het schip heeft, hetzij hij eigenaar of boekhouder van de rederij van het schip is, hetzij het schip hem in gebruik is gegeven;

    wordt onder "Commandant der Zeemacht in Nederlandsch-Indië" verstaan de Commandant der Zeemacht en Hoofd van het Departement der Marine in Nederlandsch-Indië.

Hoofdstuk II. Van de Marineraden en hunne samenstelling [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Er zijn een Nederlandsche en een Nederlandsch-Indische Marineraad.

  • 2 De Nederlandsche Marineraad is gevestigd in een door Ons nader aan te wijzen gemeente. Hij is bevoegd ook in andere gemeenten hier te lande te vergaderen.

  • 3 De Nederlandsch-Indische Marineraad is gevestigd te Batavia. Hij is bevoegd, na verkregen machtiging van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, ook elders daar te lande te vergaderen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De Marineraden bestaan uit een voorzitter en vier leden. De voorzitter van den Nederlandschen Marineraad moet aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, hebben verkregen het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren, mits dit doctoraat of dit recht verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het Nederlandsch burgerlijk- en handelsrecht, Staatsrecht en strafrecht. De voorzitter van den Nederlandsch-Indischen Marineraad moet voldoen aan de eischen, gesteld voor de benoembaarheid tot lid van een Raad van Justitie in Nederlandsch-Indië. De leden moeten zijn zeeofficier of oud-zeeofficier, met dien verstande, dat ten minste twee der leden den rang van vlag- of hoofdofficier moeten bekleeden of bekleed hebben en niet meer dan twee van hen oud-zeeofficieren mogen zijn.

  • 2 Voor beide raden worden tevens benoemd een plaatsvervangend voorzitter en de noodige plaatsvervangende leden, te wier aanzien het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 3 Aan elken Raad worden een secretaris en een plaatsvervangend secretaris verbonden, die moeten zijn zeeofficier of oud-zeeofficier.

  • 4 Aan elken Raad worden, op diens verzoek, voor elk geval afzonderlijk, de noodige deskundige raadgevers toegevoegd.

  • 5 De voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor den tijd van ten minste één en ten hoogste vier jaren.

    Herbenoeming heeft niet plaats, tenzij bijzondere omstandigheden in het betrekkelijke besluit te vermelden, daartoe aanleiding geven.

  • 6 De benoeming van den voorzitter, den plaatsvervangenden voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van den Nederlandschen Marineraad, zoomede de toevoeging aan dit college van deskundige raadgevers, geschieden door Ons; ten aanzien van den Nederlandsch-Indischen Marineraad geschiedt dit door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië.

Hoofdstuk III. Van de bevoegdheid en den werkkring der Marineraden [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De Nederlandsche Marineraad neemt kennis van de rampen en ongevallen, overkomen aan alle oorlogsvaartuigen, ten aanzien waarvan die kennisneming ingevolge het tweede lid van dit artikel niet is opgedragen aan den Nederlandsch-Indischen Marineraad.

  • 2 De Nederlandsch-Indische Marineraad neemt kennis van rampen en ongevallen, overkomen aan oorlogsvaartuigen, welke:

    • a. onder het opperbevel van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië staan;

    • b. hoewel eigenlijk behoorende tot de zeemacht in Nederlandsch-Indië, tijdelijk aan het opperbevel van den Landvoogd aldaar onttrokken zijn in verband met een vanuit Nederlandsch-Indië naar het buitenland ondernomen reis;

    • c. vanuit Nederland, Suriname of Curaçao op reis zijn naar Nederlandsch-Indië, met de bedoeling om aldaar onder het opperbevel van den Gouverneur-Generaal te worden gesteld.

  • 3 Wij behouden Ons voor om het onderzoek van aan oorlogsvaartuigen overkomen rampen en ongevallen, in afwijking van het bepaalde in de eerste twee leden van dit artikel, aan een anderen Marineraad op te dragen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De werkkring en de bevoegdheden:

    • a. van de voorzitters, de leden en de secretarissen van de Marineraden en van hunne plaatsvervangers, zoomede die van de deskundige raadgevers, aan de Marineraden toegevoegd,

    • b. van de vlootvoogden in verband met hun bemoeienis ten opzichte van rampen en ongevallen, aan oorlogsvaartuigen overkomen,

    worden, met betrekking tot den Nederlandschen Marineraad door Ons, en met betrekking tot den Nederlandsch-Indischen Marineraad door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië geregeld.

  • 2 De geldelijke tegemoetkomingen, toe te kennen aan de in het eerste lid van dit artikel onder a bedoelde personen, worden met betrekking tot den Nederlandschen Marineraad voor zooveel noodig door Ons en met betrekking tot den Nederlandsch-Indischen Marineraad voor zooveel noodig door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië vastgesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De voorzitter, de leden, de deskundige raadgevers en de secretaris van de betrokken Marineraad, hun plaatsvervangers, alsmede de marine-officieren, bedoeld in artikel 12, eerste lid, hebben toegang tot de schepen, met inbegrip van de woongedeelten, waaraan een ramp of ongeval, bedoeld in artikel 1, vierde lid, is overkomen, of welke een zodanige ramp of een zodanig ongeval hebben veroorzaakt en tot de plaatsen, waar zodanige schepen zich bevinden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

  • 2 Deze bevoegdheid geldt eveneens ten aanzien van de schepen, welke op enigerlei wijze, zij het ook slechts middellijk, bij de ramp of het ongeval betrokken zijn.

Artikel 7 [Vervallen per 01-02-2005]

De eigenaars, de commandanten, de kapiteins, de officieren, de stuurlieden, de machinisten of scheepswerktuigkundigen en de leden der bemanning van de schepen, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, zijn verplicht aan de in het vorige artikel bedoelde personen desverlangd de door hen noodig geachte inlichtingen te geven.

Artikel 8 [Vervallen per 01-02-2005]

De betrokken Commandanten der Marine in Nederland, de Commandant der Zeemacht in Nederlandsch-Indië, de in het eerste lid van artikel 12 bedoelde marineofficieren, de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretarissen, de plaatsvervangende secretarissen van de Marineraden, zoomede de aan die Raden toegevoegde deskundige raadgevers en hunne plaatsvervangers, zijn, uitgezonderd tegenover de, in het verband van deze wet, boven hen gestelde autoriteiten, verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun in plaatsen, waar zij krachtens artikel 6 binnentreden, omtrent het daar uitgeoefend wordend bedrijf is bekend geworden, voor zoover het niet in strijd is met de bepalingen van deze of een andere wet.

Artikel 9 [Vervallen per 01-02-2005]

De voorzitters, de leden, de plaatsvervangende voorzitters en de plaatsvervangende leden van de Marineraden onthouden zich van deelneming aan de behandeling van zaken, welke hen of hunne bloed- en aanverwanten tot en met den vierden graad persoonlijk aangaan, of waarin zij als gemachtigden zijn betrokken.

Artikel 10 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De zittingen van de Marineraden worden in het openbaar gehouden, tenzij in een bepaald geval de Raad, om in de uitspraak te vermelden redenen, mocht besluiten de behandeling van een zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren te doen plaats hebben. Dit laatste geschiedt ook indien, om redenen van defensiebelang of om redenen, daarmede verband houdende, den Nederlandschen Marineraad door Onzen Minister van Defensie, dan wel den Nederlandsch-Indischen Marineraad door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, geheimhouding wordt opgelegd.

  • 2 De voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, de plaatsvervangende leden, de raadgevers, de plaatsvervangende raadgevers, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen zijn verplicht het geheim der raadkamer te bewaren.

  • 3 Beslissingen van de Marineraden moeten in voltallige vergaderingen worden genomen. In geval van staking van stemmen, als gevolg van onthouding, is de stem van den voorzitter beslissend.

Hoofdstuk IV. Van het onderzoek [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 11 [Vervallen per 01-02-2005]

De commandanten van oorlogsvaartuigen, aan welk een ramp of ongeval is overkomen, geven daarvan onverwijld, door toezending van een door hen ter zake opgemaakt verslag, kennis:

aan den betrokken Commandant der Marine in Nederland, wanneer de zaak, ingevolge artikel 4, ter kennisneming van den Nederlandschen Marineraad staat, met dien verstande, dat de commandant van een oorlogsvaartuig, dat onder rechtstreeksch bevel staat van Onzen Minister van Defensie, dit verslag doet toekomen aan genoemden Minister, die dit verslag in handen stelt van den commandant der Marine, dien hij voor het voorloopig onderzoek aanwijst;

aan den Commandant der Zeemacht in Nederlandsch-Indië, wanneer de zaak, ingevolge evengenoemd artikel, ter kennisneming van den Nederlandsch-Indischen Marineraad staat.

Artikel 12 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De in artikel 11 bedoelde vlootvoogden stellen nopens alle op de in dat artikel aangegeven wijze te hunner kennis gekomen rampen of ongevallen een voorloopig onderzoek in of doen dit instellen door een door hen aan te wijzen marine-officier. De uitkomsten van dit onderzoek worden zoo spoedig mogelijk, onder overlegging van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, aan den voorzitter van den betrokken Marineraad medegedeeld.

  • 2 Meent de met het voorloopig onderzoek belaste vlootvoogd, dat uit een oogpunt van defensiebelang een geheime behandeling der zaak noodzakelijk is, dan zendt hij de stukken van het onderzoek, vergezeld van zijne beschouwingen, aan Onzen Minister van Defensie, wanneer het een tot de competentie van den Nederlandschen Marineraad behoorende zaak betreft, en aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, wanneer het een zaak betreft, welke ter kennisneming van den Nederlandsch-Indischen Marineraad staat. Deze bewindslieden beslissen of de behandeling van en de uitspraak in de zaak geheim zullen zijn en geven, bij de doorzending der stukken, aan den betrokken Raad dienovereenkomstig opdracht.

  • 3 De Marineraden beslissen of met het oog op aard en omvang van ramp of ongeval al dan niet een onderzoek door den Raad zal worden ingesteld en geven van deze beslissing kennis, de Nederlandsche Raad aan Onzen Minister van Defensie, de Nederlandsch-Indische Raad aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië. Acht de Minister of de Gouverneur-Generaal, in tegenstelling met de opvatting en beslissing van den Raad, het noodig dat een onderzoek wordt ingesteld, dan deelt hij zulks aan het betrokken college mede, hetwelk in dat geval alsnog hiertoe overgaat.

  • 4 Wanneer beslist is, dat door een Marineraad een onderzoek zal worden ingesteld, stelt de voorzitter de plaats, den dag en het uur daarvoor vast en roept hij de noodige getuigen en deskundigen voor die zitting van den Raad op.

  • 5 Een Marineraad, een zaak in behandeling genomen hebbend, is bevoegd, zoo noodig den vlootvoogd, die het voorloopig onderzoek in die zaak heeft ingesteld of doen instellen, te verzoeken middelerwijl nog nadere gegevens nopens bepaalde onderwerpen te verzamelen. Deze is gehouden, aan dat verzoek te voldoen.

Artikel 13 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Op het voorloopig onderzoek, in te stellen door of vanwege de daartoe aangewezen vlootvoogden, zoomede op het onderzoek door de Marineraden, zijn van overeenkomstige toepassing de bepalingen omtrent het onderzoek van strafzaken, vervat in de Regtspleging bij de Zeemagt, met dien verstande, dat onder eede gehoord wordende getuigen, in stede van hunne mededeelingen na het afleggen daarvan met een eed of plechtige verklaring te bevestigen, zullen moeten zweren (beloven) dat zij de geheele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen, alvorens tot het afleggen hunner verklaring te worden toegelaten.

  • 2 Voor de in het eerste lid bedoelde officieren, voor de voorzitters der Marineraden en voor de Marineraden gelden, met betrekking tot het te houden onderzoek, dezelfde bevoegdheden en verplichtingen, als in de Regtspleging bij de Zeemagt te dien opzichte zijn vastgelegd, onderscheidenlijk voor de officieren-commissarissen, belast met de informatiën, voor de presidenten van de zeekrijgsraden en voor de zeekrijgsraden.

  • 3 Bij het onderzoek, zoowel het voorloopige als het hoofdonderzoek, kunnen zij, die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn, zich van het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen verschoonen, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zoodanig is toevertrouwd.

Artikel 14 [Vervallen per 01-02-2005]

Aan getuigen en deskundigen, voor zoover hunne dienstverhouding tot de Overheid niet medebrengt, dat zij hunne medewerking zonder eenige schadeloosstelling verleenen, wordt, zoo zij dit verlangen, eene schadeloosstelling toegekend, door den Nederlandschen Marineraad naar den maatstaf der tarieven van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken en door den Nederlandsch-Indischen Marineraad naar den maatstaf van het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken voor de Europeesche rechtbanken in Nederlandsch-Indië.

Artikel 15 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De betrokken vlootvoogden, de voorzitters van de Marineraden en deze Raden zelve kunnen overlegging vorderen binnen een bepaalden termijn van de door hen noodig geoordeelde voor het onderzoek vereischte officieele en wettelijke bescheiden zoowel van de commandanten en kapiteins der schepen bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, als van ieder ander, die de stukken onder zijn berusting heeft.

  • 2 Bij verzuim van overlegging binnen den gestelden termijn wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk wordt toegezonden, zoo de nalatige militair is, aan de militaire autoriteit onder wier bevelen hij staat en anders aan het Openbaar Ministerie bij het gerecht, voor hetwelk de nalatige ter zake van zijne tekortkoming zal moeten terechtstaan.

  • 3 Het in het tweede lid bedoelde proces-verbaal levert, behoudens tegenbewijs, een volledig bewijs op van hetgeen daarin vermeld staat.

Artikel 16 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De commandanten, de kapiteins, de officieren, de stuurlieden, de machinisten of scheepswerktuigkundigen en de radiotelegrafisten van schepen, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, en voorts ieder, die meent over de oorzaken van de ramp of het ongeval licht te kunnen verspreiden, kunnen verzoeken, zoowel dat zij zelven gehoord worden, als ook bepaaldelijk door hen aangewezen personen, van wie evenzeer het geven van ter zake dienende inlichtingen kan worden verwacht.

  • 2 Van zoodanige verzoeken wordt, indien daaraan door den leider van het onderzoek geen gehoor wordt gegeven, in het proces-verbaal van het onderzoek aanteekening gehouden.

  • 3 De verzoekers mogen tot de verschenen getuigen vragen doen richten, met dien verstande, dat aan den leider van het onderzoek de beslissing blijft of een vraag al dan niet zal worden gesteld.

  • 4 Bij dit onderzoek is het niet toegelaten zich door een raadsman te doen bijstaan of zich te doen vertegenwoordigen door een gemachtigde.

Artikel 17 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 Wanneer de behandeling van een zaak voor een Marineraad is afgeloopen, wordt nopens de ramp of het ongeval door den voorzitter van dien Raad in het openbaar uitspraak gedaan, behoudens in het uitzonderingsgeval, bedoeld in het slot van artikel 10, eerste lid en in artikel 12, tweede lid.

  • 2 Deze uitspraak moet een overzicht bevatten van den gang van het gehouden onderzoek, en de uitkomst daarvan vermelden.

  • 3 Op grond van het gehouden onderzoek deelt de Nederlandsche Marineraad aan Onzen Minister van Defensie en de Nederlandsch-Indische Marineraad aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië mede of er naar 's Raads oordeel aanleiding bestaat maatregelen te nemen tegen opvarenden van een oorlogsvaartuig, wier verzuim of schuld van invloed is geweest op de ramp of het ongeval, zoo noodig met advies omtrent de te hunnen aanzien te volgen gedragslijn.

  • 4 Indien bij den Nederlandschen Marineraad tijdens het onderzoek het vermoeden is gerezen, dat de ramp of het ongeval is veroorzaakt door de ongeschiktheid, of door een daad of nalatigheid van den kapitein, een stuurman, een machinist of een radiotelegrafist van een schip, dat ingevolge artikel 2 of artikel 2bis der Schepenwet onder de bepalingen dier wet valt, worden, behoudens in het uitzonderingsgeval, bedoeld in het slot van artikel 10, eerste lid, en in artikel 12, tweede lid, na afloop van de behandeling der zaak de stukken van het onderzoek in handen gesteld van den Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart te 's-Gravenhage, die handelt als in Hoofdstuk IV dier wet is omschreven. De Nederlandsch-Indische Marineraad stelt in een dergelijk geval, wanneer het betrokken schip ingevolge of krachtens artikel 2 der Schepenordonnantie 1927 (Indisch Staatsblad n°. 33) valt onder de bepalingen dier ordonnantie, de stukken van het onderzoek in handen van den Hoofdinspecteur, Hoofd van den Dienst van Scheepvaart, die handelt als is aangegeven in artikel 22 der Schepenordonnantie 1927. Is een schip, vallende onder de bepalingen van de Schepenwet, bij de zaak betrokken, dan zendt de Nederlandsch-Indische Marineraad de stukken aan den Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart te 's-Gravenhage.

  • 5 Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt zoo spoedig mogelijk aangeboden, door den Nederlandschen Marineraad aan Onzen Minister van Defensie, door den Nederlandsch-Indischen Marineraad aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië.

  • 6 De uitspraken van den Nederlandschen Marineraad worden op door Ons te bepalen wijze openbaar gemaakt; ten aanzien van de uitspraken van den Nederlandsch-Indischen Marineraad geschiedt dit op de wijze, door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië te bepalen.

  • 7 Indien zich het uitzonderingsgeval, bedoeld in het slot van artikel 10, eerste lid, en in artikel 12, tweede lid, voordoet, wordt door den voorzitter van den Raad een verslag van den gang van het gehouden onderzoek en van de uitspraak onder geheim couvert overgelegd, voor zooveel betreft den Nederlandschen Raad aan Onzen Minister van Defensie en wat betreft den Nederlandsch-Indischen Raad aan den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië. Wanneer deze rapporten geen defensiegeheimen bevatten, wordt daarvan een exemplaar neergelegd ter griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en, wanneer de zaak betrekking heeft op een oorlogsvaartuig, staande onder het opperbevel van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, ook op het secretariaat van den Volksraad aldaar.

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 18 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De termijn van oproeping van getuigen en van deskundigen voor den Nederlandschen Marineraad is, voor het geval zij in het Rijk in Europa woonachtig zijn of verblijf houden, van twee vrije dagen. Is hunne woonplaats elders of onbekend, dan stelt de voorzitter dien termijn vast.

  • 2 De termijn van oproeping van getuigen en van deskundigen voor den Nederlandsch-Indischen Marineraad wordt door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië vastgesteld.

  • 3 Voor zoover noodig geschiedt de oproeping en de mededeeling van beslissingen van een Marineraad op last van den voorzitter van dien Raad, door beteekening door den deurwaarder van eenig rechterlijk college of ander een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met achterlating van een afschrift aan den persoon of aan zijn woon- of verblijfplaats.

  • 4 Ingeval de beambte, met de beteekening belast, noch den persoon van den opgeroepene of beteekende, noch iemand van diens huisgenooten aan diens woon- of verblijfplaats aantreft, zal hij het afschrift terstond ter hand stellen aan het hoofd van het plaatselijk bestuur - op Java en Madoera aan den Assistent-Resident - of aan dengene, die hem vervangt, die het oorspronkelijke met gezien zal teekenen en het afschrift zoo mogelijk aan den betrokkene zal moeten doen toekomen, zonder dat van dit laatste echter zal behoeven te blijken.

Artikel 19 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De Marineraden zijn bij de behandeling van zaken als in deze wet bedoeld, aan geene andere vormen gehouden, dan bij deze wet zijn bepaald.

  • 2 De vlootvoogd, die het voorloopig onderzoek heeft ingesteld of doen instellen, is bevoegd de zittingen van den betrokken Marineraad, ook die, welke met gesloten deuren worden gehouden, bij te wonen. Hij kan zich echter bij alle werkzaamheden, in deze wet bedoeld, door een zeeofficier doen vervangen.

Artikel 20 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De kosten van het onderzoek betreffende een ramp of ongeval, overkomen aan een onder het opperbevel van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië staand oorlogsvaartuig, alsmede de kosten, verbonden aan den Nederlandsch-Indischen Marineraad, komen ten laste van de Nederlandsch-Indische geldmiddelen.

  • 2 Alle andere uit deze wet voortvloeiende kosten worden gedragen door het Rijk.

Artikel 21 [Vervallen per 01-02-2005]

Aan belanghebbenden wordt op hun verzoek kosteloos inzage en, op hunne kosten, uittreksel of afschrift van de uitspraak van een Marineraad door den secretaris van het college verstrekt, berekend, voor den Nederlandschen Marineraad volgens tarief voor uittreksels of afschriften van vonnissen in strafzaken, voor den Nederlandsch-Indischen Marineraad volgens tarief van justitiekosten en salarissen in strafzaken, voor griffiers en deurwaarders bij de Europeesche rechtbanken.

Artikel 22 [Vervallen per 01-02-2005]

Indien bij het onderzoek een gegrond vermoeden ontstaat, dat door iemand een strafbaar feit is gepleegd, dan wordt de bevoegde ambtenaar van het Openbaar Ministerie, dan wel de betrokken militaire autoriteit daarmede in kennis gesteld door den voorzitter van den Marineraad.

Hoofdstuk VI. Strafbepalingen [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 23 [Vervallen per 01-02-2005]

Met geldboete van ten hoogste € 270, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 600 onderscheidenlijk AWG 600 wordt gestraft hij, die in strijd met het bepaalde bij artikel 7 nalaat inlichtingen te geven.

Artikel 24 [Vervallen per 01-02-2005]

Met geldboete van ten hoogste € 27, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 60 onderscheidenlijk AWG 60 wordt gestraft hij, die, nadat hij ingevolge artikel 12 of artikel 16 behoorlijk is opgeroepen, niet verschijnt, of verschenen zijnde, op de gestelde vragen niet antwoordt.

Artikel 25 [Vervallen per 01-02-2005]

Met geldboete van ten hoogste  € 135, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 300 onderscheidenlijk AWG 300 wordt gestraft de commandant, de gezagvoerder of de kapitein, die in strijd met het bepaalde in artikel 15 de opgevorderde bescheiden niet overlegt.

Artikel 26 [Vervallen per 01-02-2005]

Met geldboete van ten hoogste € 2250, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 5000 onderscheidenlijk AWG 5000 wordt gestraft de derde, onder wiens berusting de in artikel 15 bedoelde bescheiden zich bevinden, en die de ingevolge dat artikel opgevorderde bescheiden niet overlegt.

Artikel 27 [Vervallen per 09-08-1967]

Artikel 28 [Vervallen per 01-02-2005]

De bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Artikel 29 [Vervallen per 01-02-2005]

  • 1 De bij deze wet gestelde strafbepalingen zijn toepasselijk op ieder, die zich, hetzij binnen, hetzij buiten het Rijk in Europa, schuldig maakt aan eenig bij deze wet strafbaar gesteld feit.

  • 2 Bij de oplegging en uitvoering, krachtens deze wet, van straffen in Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao, gelden de met betrekking tot de gelijknamige straffen daar te lande van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

Hoofdstuk VII. Slotbepalingen [Vervallen per 01-02-2005]

Artikel 30 [Vervallen per 01-02-2005]

In alle gevallen, waarop deze wet van toepassing is, zijn, behoudens het bepaalde in het vierde lid van artikel 17, niet van toepassing de voorschriften van Hoofdstuk IV der Schepenwet en de bepaling, vervat in artikel 70 van die wet, noch het bepaalde bij of krachtens artikel 22 van de Nederlandsch-Indische Schepenordonnantie 1927.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-1971]

Artikel 32 [Vervallen per 01-02-2005]

Hetgeen verder ter uitvoering van deze wet noodig is, wordt voor zooveel den Nederlandschen Marineraad betreft door Ons en voor zooveel het op den Nederlandsch-Indischen Marineraad betrekking heeft, door den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië geregeld.

Artikel 33 [Vervallen per 01-02-2005]

Deze wet is ook verbindend voor Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao.

Artikel 34 [Vervallen per 01-02-2005]

Deze wet kan worden aangehaald onder den titel "Marinescheepsongevallenwet", met bijvoeging van het jaar en het nummer van het Staatsblad, waarin de gewijzigde tekst is geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, den 16den Maart 1928

WILHELMINA.

De Minister van Marine a.i.,

LAMBOOY.

De Minister van Waterstaat,

H. V. D. VEGTE.

Uitgegeven den negen en twintigsten Maart 1928.

De Minister van Justitie,

J. DONNER.