Invoeringswet Wetboek van Strafvordering

Geldend van 01-03-2002 t/m heden

Wet van 29 juni 1925, tot invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat volgens de slotbepaling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering het in werking treden van dat Wetboek nader bij de wet wordt geregeld;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze, vast te stellen de volgende bepalingen, welke zullen uitmaken de:

Titel I. Algemeene bepalingen

Artikel 1

Het nieuwe Wetboek van Strafvordering treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Wij behouden Ons echter voor de inwerkingtreding der artikelen 48, 49 en 275 van het Wetboek te bepalen op een later tijdstip dan dat bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2

Op Onzen last wordt het nieuwe Wetboek van Strafvordering met de daarin gebrachte wijzigingen en aanvullingen in een doorloopend genummerde reeks van boeken, titels, afdeelingen, paragrafen en artikelen samengevat en wordt de aanhaling daarvan, zoo in dit Wetboek als in andere wetten en wettelijke voorschriften, in verband daarmede voor zoover noodig gewijzigd.

De gewijzigde tekst van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt op Onzen last in het Staatsblad geplaatst.

Titel II. Wijzigingen, aan te brengen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Titel III. Afschaffing of wijziging van bestaande wetten

Artikel 116

Worden afgeschaft:

  • 1°. het oude Wetboek van Strafvordering;

  • 2°. [Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • 3°. de wet van 22 Mei 1873 (Staatsblad n°. 67), tot aanvulling van de algemeene wet van 26 Augustus 1822 (Staatsblad n°. 31), over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnengeld der zeeschepen;

  • 4°. [Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • 5°. [Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • 6°. [Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

  • 7°. [Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Titel IV. Beginselen, als bedoeld bij de artikelen 62 en 76 van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de behandeling der in verzekering of in voorloopige hechtenis gestelde personen, de eischen, waaraan de voor inverzekeringstelling of voorloopige hechtenis bestemde plaatsen moeten voldoen, en de maatregelen, welke in het belang van het onderzoek kunnen worden bevolen

§ 1. Inverzekeringstelling

Artikel 218

In verzekeringgestelde mannen en vrouwen worden zoveel mogelijk van elkander gescheiden.

Artikel 219

In verzekering gestelde personen, die in gemeenschap geplaatst zijn, worden zooveel mogelijk gedurende den nacht onderling afgezonderd.

Artikel 220

De inrichting der plaatsen, voor de inverzekeringstelling bestemd, beantwoordt aan de eischen van een eenvoudig, doch voldoende dag- en nachtverblijf.

Artikel 221

Met betrekking tot het ondergaan van inverzekeringstelling overeenkomstig artikel 491, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, blijven de artikelen 218-220 buiten toepassing, doch worden, voor zoover noodig, in het bevel voorzieningen getroffen.

Titel V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 226

Ter bepaling van de bevoegdheid van den rechter en de wijze van rechtspleging wordt uitsluitend de oude wetgeving toegepast, indien vóór het tijdstip der inwerkingtreding van deze wet:

  • a. voor zooveel betreft zaken waarvan de militaire rechter kennis neemt, de verwijzing naar den militairen rechter heeft plaats gehad;

  • b. voor zooveel betreft andere zaken, hetzij het inwinnen van voorloopige informatiën, hetzij het verleenen van rechtsingang is gevorderd, hetzij voor de eerste maal rauwelijks voor de openbare terechtzitting is gedagvaard.

Artikel 227

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, met uitzondering echter van artikel 2, hetwelk in werking treedt met ingang van den dag volgende op dien der afkondiging van deze wet.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Zermatt , den 29sten Juni 1925

WILHELMINA.

De Minister van Justitie,

HEEMSKERK.

Uitgegeven den negen en twintigsten Juli 1925.

De Minister van Justitie,

HEEMSKERK.

Terug naar begin van de pagina