Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet zwerfstromen

Geldend op 26-08-2011


  • Wet van 1 november 1924, houdende wettelijke maatregelen tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen
  • Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

    Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

    Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat wettelijke maatregelen noodig zijn tegen aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven van electrische spoor- en tramwegen;

    Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Artikel 1

    Deze wet is van toepassing op de bij de Spoorwegwet of bij een der artikelen 1, 6 of 8 der Locaalspoor- en Tramwegwet bedoelde spoor- en tramwegen, op welke vervoer plaats heeft door middel van als gelijkstroom opgewekte electriciteit en met terugleiding van den stroom door de spoorstaven.

  • Artikel 2

    • 1.Ter voorkoming van aantasting van metalen voorwerpen in den bodem door zwerfstroomen, afkomstig van de spoorstaven, worden bij algemeenen maatregel van bestuur bepalingen vastgesteld betreffende de samenstelling van den bovenbouw der spoor- en tramwegen en tegen afvloeiing van den electrischen stroom naar den bodem.

    • 2.In den algemeenen maatregel van bestuur wordt omschreven, in hoeverre van zijne bepalingen ontheffing kan worden verleend ten aanzien van niet op openbare wegen aangelegde gedeelten van spoor- en tramwegen, en ten aanzien van de spoor- en tramwegen, waarop bij het in werking treden dezer wet de dienst wordt uitgeoefend.

  • Artikel 3

    • 1.Ingeval van kruising van spoor- of tramwegen en van onderlinge nadering tot bij den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld bij artikel 2, te bepalen afstanden worden de kosten van de krachtens dien algemeenen maatregel te treffen voorzieningen omgeslagen over de ondernemers.

    • 2.Bij gebreke van overeenstemming beslist Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

  • Artikel 4

    • 1.Overtreding van de bij artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.

    • 2.De beambten en bedienden van een spoor- of tramwegdienst zijn niet strafbaar, zoo hunne overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van zoodanigen dienst gegeven.

    • 3.[Vervallen.]

    • 4.De krachtens het eerste lid strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

  • Artikel 5

    • 1. Met de opsporing van overtredingen van de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

    • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

    • 3. De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.

    • 4. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur.

    • 5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaar.

  • Artikel 6

    Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.

  • Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven ten Paleize het Loo, den 1sten November 1924

    WILHELMINA.

    De Minister van Waterstaat,

    G. J. VAN SWAAY.

    Uitgegeven den zeventienden November 1924.

    De Minister van Justitie,

    HEEMSKERK.