KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 08-05-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De rechter kan bepalen dat het in artikel 77w, derde lid, bedoelde programma geheel of ten dele komt te bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg, indien de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van die wet ten aanzien van de verdachte een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat deze op deze vorm van zorg is aangewezen. Het besluit wordt overgelegd bij het advies van de raad voor de kinderbescherming.
2. In afwijking van het eerste lid kan de rechter, indien de stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg een besluit waaruit blijkt of de verdachte op deze vorm van zorg is aangewezen niet of niet tijdig neemt, op een daartoe strekkend advies van de raad voor de kinderbescherming bepalen dat het in artikel 77w, derde lid, bedoelde programma geheel of ten dele komt te bestaan uit een vorm van zorg als bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de rechter toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in het tweede lid, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan de stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg.