KruimelpadGeldend op 23-02-2012
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De voorwaardelijke beëindiging kan door de rechter die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, ambtshalve, of op vordering van het openbaar ministerie telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd.
2. De totale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel bedraagt ten hoogste twee jaar.
3. De in het eerste lid bedoelde rechter, beslist op vordering van het openbaar ministerie op zijn vroegst na drie maanden en ten hoogste na zes maanden nadat de maatregel voorwaardelijk werd beëindigd tot verlenging als bedoeld in het eerste lid. De rechter kan daarbij ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de jeugdige of diens raadsman:
a. de voorwaardelijke beëindiging omzetten in een onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel, hetzij
b. indien de jeugdige zich niet heeft gedragen naar de aanwijzingen bedoeld in artikel 77ta, eerste lid, onderdeel b, bevelen dat de jeugdige voor een maximale duur van een jaar wordt teruggeplaatst in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, dan wel, indien de jeugdige inmiddels de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, in een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b. van de Penitentiaire beginselenwet dan wel een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b. van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
4. Na het einde van de duur van de terugplaatsing als bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, eindigt de maatregel onvoorwaardelijk.
5. De in het eerste lid bedoelde rechter kan daarbij:
a. de voorwaarden aanvullen of wijzigen;
b. aan een andere instelling dan die welke daarmede tevoren was belast, de begeleiding van de jeugdige opdragen;
c. bijzondere voorwaarden stellen die het gedrag van de jeugdige betreffen.
6. Indien de rechter bijzondere voorwaarden stelt, als bedoeld in het vijfde lid, is artikel 77z van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter de werking van de bijzondere voorwaarden kan beperken tot een in de beslissing te bepalen tijdsduur binnen de termijn waarmee de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd.