Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wetboek van Strafrecht

Geldend op 16-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 44a

    • 1. Op vordering van de officier van justitie kan de rechter na een op grond van artikel 226h, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering gemaakte afspraak de straf verminderen die hij overwoog op te leggen op de in het tweede lid bepaalde wijze. Bij de strafvermindering houdt de rechter ermee rekening dat door het afleggen van een getuigenverklaring een belangrijke bijdrage is of kan worden geleverd aan de opsporing of vervolging van misdrijven.

    • 2. Bij toepassing van het eerste lid kan de strafvermindering bestaan in:

      • a. maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke tijdelijke vrijheidsstraf, taakstraf, bestaande uit een werkstraf, of geldboete, of

      • b. de omzetting van maximaal de helft van het onvoorwaardelijke gedeelte van een vrijheidsstraf, taakstraf, bestaande uit een werkstraf, of van een geldboete in een voorwaardelijk gedeelte, of

      • c. de vervanging van maximaal een derde gedeelte van een vrijheidsstraf door taakstraf, bestaande uit een werkstraf, of een onvoorwaardelijke geldboete.