Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Geldend op 04-04-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 475g

    • 1. Een schuldenaar is verplicht aan een deurwaarder die gerechtigd is tegen hem beslag te leggen, desgevraagd zijn bronnen van inkomsten op te geven. Een deurwaarder die beslag heeft gelegd, is verplicht hem op te geven hoeveel zijn beslagvrije voet bedraagt, berekend volgens artikel 475d, eerste lid.

    • 2. Zo lang als de schuldenaar desgevraagd niet aan de beslaglegger of diens vertegenwoordiger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan degene aan wie samen met hem gezinsbijstand zou kunnen toekomen, wordt de beslagvrije voet gehalveerd.

    • 3. Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd aan degene van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden. Daarbij moeten de termijn van de betalingen en hun omvang na aftrek van de in artikel 475a genoemde inhoudingen worden opgegeven alsmede eventuele gelegde beslagen. De Staat en degenen die periodieke betalingen doen aan personen wier naam zij niet rechtstreeks uit hun administratie kunnen lichten, behoeven de vraag slechts te beantwoorden ten aanzien van in de vraag omschreven betalingen of aangeduide collectieve verzekeringen.

    • 4. Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd ten behoeve van het leggen van dit beslag aan een door Onze Minister van Justitie aangewezen bestuursorgaan, dat belast is met de verwerking van gegevens met betrekking tot periodieke betalingen, mededeling te vragen van de naam, het adres, de vestigingsplaats en de overige gegevens die door dit bestuursorgaan in de administratie worden verwerkt, voor zover die vereist zijn voor het vaststellen van de identiteit van degene die de periodieke betaling aan de schuldenaar verricht. Het bestuursorgaan is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.

    • 5. Met het oog op het inwinnen van de in het derde en vierde lid bedoelde gegevens is de deurwaarder bevoegd bij de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens het burgerservicenummer van de schuldenaar op te vragen. Met behulp van dit nummer kunnen gegevens worden opgevraagd bij personen of instanties, bedoeld in het derde en vierde lid, die zelf reeds gerechtigd zijn tot het gebruik van het nummer.

    • 6. De deurwaarder gebruikt het burgerservicenummer uitsluitend voor het opvragen van de in het derde en vierde lid bedoelde gegevens bij de in het derde en vierde lid bedoelde personen of instanties, die zelf reeds gerechtigd zijn tot het gebruik van het nummer.